Paul Geerts was meer dan dertig jaar lang hoofdtekenaar van Suske en Wiske. Dit jaar keert hij eenmalig terug met een nieuw album, ter ere van het 75-jarig bestaan van de Vlaamse stripboekenreeks. "Een collega schoot met een revolver met losse flodders op ons. Dat was typerend voor de sfeer in de tekenstudio."

Met wie voelt u zich het meest verbonden, met Suske of Wiske?

"Met Wiske. Die kan een beetje dom overkomen, maar is eigenlijk heel slim. Ze heeft een uitgesproken karakter en neemt meer initiatief dan Suske. Willy Vandersteen had zijn figuren al lang voor mijn komst een karakter meegegeven. Ik heb nooit zijn niveau gehaald. Dat klinkt misschien raar, maar hij was uniek. Een bodemloos vat aan creativiteit en fantasie."

"Ik heb geprobeerd zoveel mogelijk in zijn geest verder te werken. Ik lag met Suske en Wiske in bed en zat ermee op het toilet, zal ik maar zeggen. Ik heb Vandersteens verhalen opgezogen als een spons. Nadat ik het stokje in 1972 van hem overnam, heeft geen enkele lezer het verschil gemerkt. De overgang is onopgemerkt gebleven, dat beschouw ik als een groots geschenk."

Komt dat niet ook doordat uw naam pas vanaf 1980 op de albums stond?

"De uitgeverij heeft Vandersteen toen gevraagd of het niet eens tijd werd ook mijn naam erin te zetten. Hij ging daar direct mee akkoord. Ik had daar tot op dat moment nooit over nagedacht. Op dit jubileumalbum staat voor het eerst mijn naam op de cover. Willy Vandersteen en daarnaast, in even grote letters, Paul Geerts. Dat deed me deugd."

In zijn testament liet Vandersteen noteren dat in Suske en Wiske nooit beelden van seks en drugs te zien zouden zijn.

"Hij had twee testamenten: een voor de familie en een voor het werk. In het werktestament heeft hij vastgelegd dat in Suske en Wiske nooit brutaliteiten te zien zouden zijn. Als Jerom iemand een knal geeft, vliegt diegene de wereld rond. Dat is humoristisch. Maar iemand in het gezicht stampen zou een brutaliteit zijn, dat mag niet."

“Ik begon iedere ochtend met een wit blad en heb dag en nacht getekend.”
Paul Geerts, voormalig striptekenaar

"Zo waren er nog een paar kleine dingen. Ik moest mij aan zijn regels houden, maar dat is nooit een probleem geweest. Tussen ons is er na al die jaren een band ontstaan. Door de vele reizen die we samen voor Suske en Wiske maakten, hebben we urenlang met elkaar kunnen praten. We voelden elkaar goed aan en kenden elkaar door en door."

Aan welk album heeft u bijzonder goede herinneringen?

"Aan De parel in de lotusbloem. Omdat we op een gegeven moment vrienden waren, wilde ik iets voor hem doen. Maar wat geef je een man die alles heeft voor zijn verjaardag? Speciaal voor hem maakte ik een Suske en Wiske-album waarin het thema vriendschap centraal stond. Ik heb het aan hem uitgereikt in het programma In de hoofdrol, dat gepresenteerd werd door Mies Bouwman. Daar keken een paar miljoen mensen naar."

"Hij wist niet dat ik daarmee bezig was, want ik deed dat in mijn vrije tijd. Vaak 's nachts. Op de achterkant van het album staat een foto van Vandersteen en mij. We dragen allebei een wit sjaaltje, dat ik tijdens een reis door Tibet van een monnik heb gekregen."

Was dat een politiek statement?

"Helemaal niet! Boeddhisme heeft niets met politiek te maken. Het is een levenshouding."

Het album verscheen in 1987, in datzelfde jaar vond de opstand in Tibet plaats.

"Daar heb ik geen rekening mee gehouden, dat is echt toeval."

Over Paul Geerts

  • Begon in 1968 in de studio van Willy Vandersteen, de geestelijk vader van Suske en Wiske.
  • Vier jaar later mocht hij zijn eerste eigen album schrijven en tekenen: De gekke gokker.
  • In 2002 ging Geerts met pensioen.

Heeft u weleens persoonlijke ervaringen in albums verwerkt?

"Je gaat je privéleven niet in Suske en Wiske zetten. Mijn wereld was bovendien heel klein. Ik begon iedere ochtend met een wit blad en heb dag en nacht getekend. Zoveel persoonlijke ervaringen had ik dus niet om te verwerken. Ooit was ik tien dagen in Reykjavik. Heel IJsland gelooft nog in elfen en trollen. Overdag maakte ik foto's en nam ik interviews af. 's Avonds in mijn hotel werkte ik daarmee De edele elfen uit. Het verhaal was zo goed als klaar toen ik weer in België terugkwam."

Toen u met pensioen ging, hielden die reizen op. Was dat moeilijk?

"In al die jaren dat ik Suske en Wiske tekende, was er geen tijd voor iets anders. Ik tekende zelfs met Kerstmis. Toen ik met pensioen was, miste ik de personages ook niet. Ik mocht het dertig jaar doen en dan sta je op een gegeven moment op een kruispunt en vraag je jezelf af: gaat dit nou mijn hele leven door of is er nog iets anders? Ik heb nog wel de twee Vietnamese kinderen en het draakje Mo, Jade en Plakapong bedacht. Van die reeks is al het tiende deel verschenen."

Wat vond uw gezin ervan dat u zo veel werkte?

"Ik kan begrijpen dat ze dat moeilijk vonden. Vergelijk me met een minister. Die zijn vaak goede vaders, maar zelden thuis. We maakten vijf albums per jaar. Plus een verhaal voor het zomer- en winterboek. En ik reed om en nabij 30.000 kilometer per jaar om de plaatsen te documenteren die in de albums aan bod kwamen."

“Hij schoot op ons en wij moesten zo mooi mogelijk doodvallen.”
Paul Geerts, voormalig striptekenaar

"Dat wil niet zeggen dat ik mijn gezin opzijzette, helemaal niet. Maar als we klaar waren met het avondeten, ruimden we de tafel af en zette ik mijn tekenspullen neer. Als iedereen ging slapen, werkte ik door. Maar ik heb het zo graag gedaan, dat ik er niet moe van werd."

In de studio van Vandersteen werkten ook andere striptekenaars, onder wie Karel Biddeloo. Klopt het dat hij tijdens een pauze met een pistool met losse flodders op u schoot?

"Tussen de middag gingen we vaak wandelen. Karel had op een dag een revolver bij. Hij schoot op ons en wij moesten zo mooi mogelijk doodvallen. Heerlijke kerel om mee te werken. Spijtig dat hij zo vroeg is overleden. Maar zoiets was typerend voor de sfeer in de studio. Soms geneerde ik me, omdat we luid plezier hadden en het bureau van meneer Vandersteen zich in de aangrenzende kamer bevond."

Heeft u Vandersteen eigenlijk ooit getutoyeerd?

"Nooit. Een keer is het me ontglipt. Tijdens die uitreiking van het stripalbum bij Mies Bouwman. Ik zei Willy, het was eruit voordat ik er erg in had. Hij reageerde daar eigenlijk niet op. Ik heb daar ook niets mee misdaan, hè? Er was altijd een immens wederzijds respect. maar ik ben altijd meneer blijven zeggen."

Hoe sprak hij u aan?

"Paul."

Suske en Wiske werd bedacht door Willy Vandersteen. Het eerste exemplaar verscheen in 1945. (Foto: Standaard Uitgeverij)

Moet een vriendschap niet gelijkwaardig zijn?

"Maar dat was het ook! Ik was de laatste die bij hem was in het ziekenhuis voordat hij overleed. Eerst was ik er samen met zijn familie. Op een gegeven moment liepen we naar buiten. Maar toen zij hun weg naar de parkeerplaats vervolgden, ben ik teruggegaan. Ik belde aan en werd binnengelaten. Het personeel kende me. Ze brachten me een kop koffie en ik heb tot 1.00 uur 's ochtends bij hem gezeten."

"Hij werd beademd, was sterk vermagerd en kon niet praten, maar mij werd verteld dat hij alles hoorde. Ik heb tegen hem gepraat, hem bedankt dat hij vertrouwen in me had en hem bedankt voor de fijne gezamenlijke tijd. Toen ben ik naar huis gegaan. Zes uur later kreeg ik het bericht dat hij was overleden."

"Onze levens zijn identiek verlopen. Ik kom altijd 25 jaar na hem op dezelfde plaatsen. Hij ging op het Sint-Eligiusinstituut naar school. 25 jaar later zat ik op dezelfde school. Hij zat bij de padvinders, ik 25 jaar later ook. Hij zat in het leger, bij de genietroepen. Ik 25 jaar later ook. Hij heeft op de Academie voor Schone Kunsten gezeten, net als ik 25 jaar later. Hij is etalagist geweest bij het Antwerpse warenhuis Innovation, 25 jaar later zat ik daar hetzelfde te doen. Dat is geen toeval. Wat het wel is, weet ik niet. Het stond in de sterren geschreven."