Al ruim dertien jaar lang laat Stichting Ambulance Wens de laatste wens van ongeneeslijk zieke mensen in vervulling gaan. Ook in coronatijd rijden de vrijwilligers van de speciale ambulancedienst patiënten naar plekken of evenementen, die zij voor hun dood nog één keer willen zien of meemaken. Dit is het bijzondere verhaal van oprichter Kees Veldboer.

Een kankerpatiënt uit Waddinxveen wilde begin deze maand nog graag met zijn zoontje naar Madurodam. Hoewel het Haagse modelpretpark gesloten was vanwege de coronamaatregelen, gingen de deuren speciaal voor het gezin open. Hetzelfde deed een Nijmeegs theater vier weken geleden, waardoor een opa zijn kleindochter nog eenmaal kon horen zingen.

Hartverscheurend was vorige week het verzoek van een jonge vrouw (1996) uit Veldhoven, die bij de uitvaart van haar kindje wilde zijn.

Deze recente voorbeelden kenmerken de diversiteit aan verhalen waarmee Stichting Ambulance Wens dagelijks te maken heeft. Bijna geen wens of verzoek is hetzelfde.

'Het veranderde mijn leven'

Het verhaal begon in 2006. Kees Veldboer was al twintig jaar ambulancebroeder toen hij een terminaal zieke zeeman moest vervoeren. Die patiënt wilde graag nog één keer op een schip varen en dus regelde Veldboer een vaartocht door de Rotterdamse haven voor de man. Die dag veranderde Veldboers leven.

Hij richtte de Stichting Ambulance Wens op, waar hij nog steeds directeur van is en waar inmiddels 270 medische geschoolde vrijwilligers voor werken. Met zeven ambulances brengen zij ruim tweeduizend patiënten per jaar naar plekken in heel Nederland en het buitenland. "We gaan overal naartoe waar we met de ambulance kunnen komen", vertelt de zestigjarige Rotterdammer wiens motto is: "Niet kletsen maar gewoon doen!"

Vaak moet het ook snel, omdat het gaat om mensen die elk moment kunnen overlijden. "We zijn eens een uur na een bevalling in Leiden met de moeder en haar pasgeboren baby naar Groningen gereden, zodat een doodzieke vrouw haar kleinkind nog kon zien", vertelt Veldboer.

Kees Veldboer staat bij een van 'zijn' zeven wensambulances. (Foto: Stichting Ambulance Wens)

Nog één keer dronken in zijn stamkroeg

Hoewel Veldboer het grootste deel van de week op het kantoor in Rotterdam zit om afspraken te regelen, gaat hij nog regelmatig mee op de ambulance. De interactie met patiënten en het feit echt iets voor hen te kunnen betekenen, is wat hem drijft.

"De mensen genieten en vergeten even dat ze ziek zijn, dat is het mooie ervan. Zo wilde een Amsterdammer graag nog eens met zijn naasten en dierbaren naar zijn favoriete stamkroeg aan het Leidseplein. Hij heeft de hele tijd staan tetteren en ging als een balletje terug. Die avond overleed hij."

Dit soort eenvoudige wensen maken de meeste indruk op Veldboer. "De mooiste vond ik van een vrouw, die al zes maanden in een hospice lag en afscheid wilde nemen van haar huis. We hebben haar midden in haar woonkamer gezet en vanaf de brancard heeft ze een uur lang in de rondte gekeken. Het was zo eenvoudig, maar zo mooi om te zien."

Soms zitten er ook vreemde verzoeken tussen. "Het gekste was dat iemand ons vroeg om een chimpansee uit de Apenheul bij diegene thuis te brengen, en dan vonden ze het gek dat we daar nee op zeiden."

Veel patiënten willen vaak nog één keer naar het strand en de zee zien. (Foto: Stichting Ambulance Wens)

Aantal wensen teruggelopen wegens coronavirus

Gewoonlijk doet de stichting zes à zeven wensen per dag, maar wegens het coronavirus is dat aantal teruggelopen tot een, twee of drie wensen per dag. "Mensen zijn denk ik bang of kennissen en familieleden durven het risico niet aan", zegt Veldboer.

Hoewel sommige vrijwilligers deze periode extra in het ziekenhuis werken, staan er volgens Veldboer genoeg mensen klaar om op pad te gaan met patiënten van de stichting. Op zo'n reis gaan naast de patiënt altijd een chauffeur en een verpleegkundige mee. Ook is er plek voor twee familieleden of vrienden. De voertuigen hebben grote geblindeerde ramen waardoorheen inzittenden naar buiten kunnen kijken.

Patiënten hoeven niets te betalen, hoe groot of klein de wens ook is. De kosten worden gedekt met geld, dat de stichting ontvangt uit giften en donaties. Jaarlijks gaat het om ongeveer 600.000 euro.

De ernstig zieke tweelingzusjes Britt en Thessa bezochten vorige zomer als laatste wens het Dolfinarium in Harderwijk. (Foto: Stichting Ambulance Wens)

'Zwemmen met dolfijnen in Curaçao kan niet'

De laatste paar jaar is het concept van de wensambulance ook internationaal opgepikt. Katalysator was een reportage die de Britse publieke omroep BBC maakte met Veldboer. Vanaf dat moment stroomden de reacties vanuit het buitenland binnen.

De Nederlandse organisatie hielp een aantal buitenlandse vrijwilligers om met een eigen wensambulance te beginnen. Inmiddels is het concept uitgebreid naar vijftien andere landen. Samen helpen zij elkaar. Veldboer: "Hierdoor kon een Nederlandse dame in Zuid-Spanje naar haar zus in Haarlem. Onze Spaanse collega's haalden haar op en halverwege namen wij de vrouw in Frankrijk over."

Veel verder gaat de wensambulance niet. "Zwemmen met dolfijnen in Curaçao dat gaat bijvoorbeeld niet. Dat is niet te betalen. Maar we kunnen wel naar het Dolfinarium, waar mensen dolfijnen mogen aaien."

Een Spaanse man bezoekt nog eenmaal de kathedraal van Murcia. (Foto: Stichting Ambulance Wens)

Overleden tijdens laatste wens

Ondanks dat Veldboer dagelijks te maken heeft met aangrijpende verhalen heeft hij een manier gevonden om ermee om te gaan.

"Je weet dat je mensen niet beter kunt maken, maar je kunt ze nog wel een laatste moment geven, daar kun je op teren. Maar ik ben ook niet van beton. Jonge mensen zo zien is echt verschrikkelijk, zoals een meisje dat trouwde met haar vriendje en enkele dagen daarna overleed."

Het is volgens Veldboer negen keer voorgekomen dat een persoon tijdens de laatste wens overleed. "We waren bijvoorbeeld met een vrouw bij de trouwerij van haar kleindochter geweest. Dat betekende heel veel voor haar. Terug in het hospice viel ze meteen in slaap en overleed ze."

In het voorjaar van 2017 gaf de ongeneeslijk zieke Michelle het jawoord vanaf een brancard. (Foto: Stichting Ambulance Wens)