In zijn debuutroman Confettiregen beschrijft Splinter Chabot (24) zijn worsteling met de liefde, met name de liefde voor andere jongens en hoe de buitenwereld hem tot keuzes dwong. "Je bént niet homo, je bent hoogstens je eigen naam. Ik ben Splinter en Splinter houdt van jongens."

"Het interview vindt vanwege de coronamaatregelen plaats via de webcam. Chabot zit aan zijn eettafel en draagt een donkergroene coltrui. "Hier hoort eigenlijk iets overheen. Ga je dit verwerken in het interview? Want dan doe ik even mijn roze jasje aan."

Confettiregen gaat over Wobie. Een jongen die opgroeit in een liefdevol gezin, waarin iedereen mag zijn wie hij wil. De lezer volgt hem door drie periodes: basisschool, middelbare school en universiteit. In elke fase wordt duidelijker dat zijn geaardheid botst met de onzichtbare wetten van de buitenwereld.

Als kind voelde je al dat je afweek van de rest. Wat is je vroegste herinnering hieraan?

"Een vriend van mijn broer kwam mijn kamer binnen en vroeg: 'Van wie is dit bed, hebben jullie een zusje?' Ik had destijds een roze kamer en een roze bed, maar begreep niet waar hij het over had. Ik heb dat moment zo helder voor ogen, ik weet zelfs nog hoe het zonlicht door mijn raam naar binnen viel. Alsof mijn hoofd begreep dat ik dit moment later misschien kon gebruiken."

Hoe dicht ligt het boek bij de werkelijkheid?

"Ik ben Wobie en je leest wat er in mijn herinnering is gebeurd. Mijn eigen naam heb ik niet gebruikt, omdat ik wilde dat iedereen zich in het boek zou kunnen herkennen. Mijn uitgever vroeg me aanvankelijk een politiek pamflet te schrijven, maar in mij werd om een heel ander verhaal geschreeuwd. Dit moest eruit."

“Ik wist iedere keer dat de kans dat ik verliefder zou worden dan de ander heel groot zou zijn.”
Splinter Chabot

"Mijn uitgever vond de eerste bladzijden goed, dat gaf me moed. Maar persoonlijke fragmenten, die ontdekkingstocht waarin ik voor het eerst met jongens in aanraking kwam, durfde ik niet in stukjes op te sturen. Toen besloot ik alleen te mailen hoeveel bladzijden ik op een dag had geschreven. Toen het af was dacht ik: Hier sta ik achter. Hoewel het zo'n persoonlijke openbaring is geworden, heeft het me veel rust gegeven. Ik heb geen geheimen meer."

Voelt het boek als een tweede coming-out?

"Die term gebruik ik niet. Ik hoefde nergens uit te komen, want ik heb nergens in gezeten. Ik had me ooit voorgenomen om tegen mijn ouders te zeggen: 'Ik heb een leuke jongen ontmoet.' Mijn broers hebben ook nooit bekend hoeven maken dat ze heteroseksueel zijn."

"Sowieso ben je niet één ding. Je bent hooguit je naam. Ik ben Splinter en Splinter houdt van jongens. Tijdens het schrijven heb ik alles opnieuw beleefd en kon ik de ruimte nemen om ook aan mezelf uit te leggen wat er nou eigenlijk allemaal is gebeurd."

De verschillende delen in je boek verlopen allemaal min of meer volgens hetzelfde schema. Je wordt verliefd op een jongen, er ontstaat een geheim verbond, maar uiteindelijk eindig je weer alleen. Hoe heeft dit jouw vertrouwen in mensen beïnvloed?

"Natuurlijk heeft het me pijn gedaan, maar sommige jongens ben ik nog steeds dankbaar. Ik wist iedere keer dat de kans dat ik verliefder zou worden dan de ander heel groot zou zijn. Alleen begreep ik het gewoon niet als zo'n verliefdheid weer dezelfde wending nam. Alles werd uiteindelijk onbereikbaar en dat heeft me niet zekerder gemaakt. Veel vrienden vragen me: 'Waarom heb je nooit iets gezegd?' Maar 'iets zeggen' betekent dat je iets zeker weet. Het gaat er juist om dat je het niet weet, dat je twijfelt."

“Ik weet hoe belangrijk die eerste kus is als je nog zoekende bent.”
Splinter Chabot

"Het enige dat die twijfel weg kan nemen is zekerheid. En die zit dan bijna clichématig verstopt in een zoen. Daardoor weet je: dit is het! De magneten vinden elkaar, alle dominosteentjes vallen om en de puzzelstukjes liggen op de juiste plek. Als ik weet dat een jongen nog nooit eerder met een andere jongen heeft gezoend, ga ik daar heel voorzichtig mee om. Ik weet hoe belangrijk die eerste kus is als je nog zoekende bent."

Je hebt in je puberteit een aantal brieven naar je ouders gestuurd waarin je ze duidelijk probeerde te maken dat je op jongens valt. Eén brief hebben je ouders echter nooit ontvangen, daarin schreef je dat je door die innerlijke strijd overwoog een einde aan je leven te maken.

"Die eerste brieven bevatten puzzelstukjes van de waarheid. De brief die ik schreef toen ik echt in zak en as zat, heb ik nooit bij hun op bed neergelegd. Ik wilde dat ook niet te zwaar maken in het boek. Die hele worsteling in mezelf was duidelijk genoeg."

In een van de laatste afleveringen van De Wereld Draait Door sprak je daar wel uitvoerig over. Je familie was ook aanwezig in de studio en je vader (dichter Bart Chabot) raakte zichtbaar geëmotioneerd door wat je zei.

"Mijn vader wist van die brief, maar hoorde nu voor het eerst over die complete worsteling. Ik zag hoeveel pijn het hem deed. Maar die uitzending heeft ons heel dicht bij elkaar gebracht. Ik ben het programma onwijs dankbaar. Ze hebben onnatuurlijk lang de tijd voor me genomen, ik denk dat het wel zeventien minuten waren."

“Het gesprek bij De Wereld Draait Door heeft een therapeutische werking op mij gehad, omdat ik alles kon vertellen.”
Splinter Chabot

"Het gesprek heeft een therapeutische werking op mij gehad, omdat ik alles kon vertellen. Na de uitzending gingen we met hele gezin uit eten, omdat ik jarig was. Het voelde alsof we met zijn allen boven de grond zweefden en in een sprookje waren beland."

In 2011 vertelde Marc-Marie Huijbrechts in hetzelfde programma over kinderen die zelfmoord hadden gepleegd, omdat ze gepest werden. Veel van die kinderen verkeerden in onzekerheid over hun geaardheid. Huijbrechts zei toen geëmotioneerd: "Als er nu een kind zit te kijken dat homo is en gepest wordt: Het wordt beter, ga even deze tijd door." Jij zag dat destijds en het voelde alsof hij het recht in je gezicht zei.

"Ik vond het belangrijk om dat fragment te herhalen toen ik in de uitzending zat en ik voelde me ook weer even dat jongetje van dertien. Maar ik wist op dat moment dat er ook een jongetje van dertien naar míj zat te kijken. Veel jongeren hebben me laten weten zich in mijn verhaal te herkennen."

"Dat ze op hun kamer moesten huilen of dat ze juist naar beneden zijn gelopen om te zeggen: 'Papa en mama, dit ben ik.' Iemand vertelde dat hij op een avond de deurbel hoorde en zijn ouders voor de deur stonden. Die hadden het interview gezien en kwamen hem vertellen dat hij mocht zijn wie hij wilde zijn. Of een moeder die de uitzending vier keer op hoog volume heeft teruggekeken, in de hoop dat haar kind het in de andere kamer het zou horen. Dat het zoveel zou losmaken had ik niet verwacht."

Dit boek heeft me als ouder ook bang gemaakt. Jij komt uit een warm en liefdevol gezin, desondanks ben je in die worsteling terechtgekomen.

"Ouders kunnen nooit alle angsten of problemen van een kind wegnemen. Je kunt een kind ook niet voor eeuwig veilig houden. Mijn ouders hebben dat geprobeerd, we mochten tot een bepaalde leeftijd bijvoorbeeld niet naar het journaal kijken. Maar ze konden me uiteindelijk niet beschermen tegen wat zich buiten ons gezin en buiten onze woonkamer afspeelde."

"Toch zou ik mijn eigen kinderen ook even die illusie van wereldvrede gunnen. Ik heb daardoor een hele veilige jeugd gehad. Ik begreep ook nooit als iemand zei: 'Je moet niet met vreemde mensen meegaan.' Ik zag geen kwaad in anderen en die naïviteit draag ik nog steeds een beetje in me. Dat vind ik wel mooi. Niet dat ik nu met vreemde mensen mee naar huis ga hoor, tenzij het heel gezellig is."