Nog altijd breken deskundigen er hun hoofd over. Wie zat er achter de beruchte kunstroof in Boston, deze week precies dertig jaar geleden? En vooral: waar zijn die peperdure werken van meesters als Rembrandt en Vermeer gebleven? Een speurtocht naar een van de grootste kunstbuiten ooit.

We gaan terug naar de nacht van zaterdag 17 op zondag 18 maart 1990. In het Isabella Stewart Gardner Museum horen twee jonge bewakers, Rick Abath en Randy Hestand, een alarm zonder zichtbare reden afgaan.

Even later staan twee mannen in politie-uniform op de stoep. Ze vragen Abath om de deur open te maken. De student doet wat hem gevraagd wordt.

Abath en Hestand worden met pistolen overmeesterd, meegenomen naar de kelder en gekneveld met ducttape. Ze hebben geen kans om op een noodknop te drukken. En dus hebben de criminelen, die liefst 81 minuten binnen zijn, vrij spel. Ze nemen in totaal dertien kunstwerken mee. Chez Tortoni van Manet. Rembrandts enige zeegezicht, Christus in de storm op het meer van Galilea. En als duurste werk: Het Concert van Vermeer. De totale waarde van de buit wordt geschat op 450 miljoen euro.

'In dertig jaar nooit een spoor naar boven gekomen'

"Dat bedrag kun je inmiddels rustig op 1 miljard zetten", vertelt kunstdetective Arthur Brand. Met een netwerk van mensen uit het kunstcircuit en de onderwereld vond hij eerder onder meer de gestolen ring van Oscar Wilde terug. In september deelde hij een foto van een schilderij waarvan werd aangenomen dat het na de Kunsthalroof in 2012 was vernietigd.

Intussen is hij dagelijks met de Gardnerroof bezig. "De hamvraag is natuurlijk: waarom is deze zaak nooit opgelost? Er is in al die jaren nooit een echt spoor naar boven gekomen."

En dan te bedenken dat er een beloning van 10 miljoen dollar (9,2 miljoen euro) op de gouden tip staat, zonder strafvervolging. De afgelopen dertig jaar zijn er talloze theorieën de wereld ingeslingerd. Er zijn boeken over de roof geschreven. Er verscheen een podcast van tien afleveringen. Brand weegt de mogelijke scenario's tegen elkaar af.

“Als je 1 miljoen tekortkomt bij een drugsdeal, kun je er nog een Picasso van 10 miljoen bij doen. Het wordt niet graag gedaan, maar onder hoge druk komt het voor.”
Arthur Brand, kunstdetective

"Je hebt verschillende soorten kunstrovers", begint de onderzoeker. "Het eerste type is het slag jongens dat ook andere inbraken doet. Ze willen een grote klapper maken, maar zien de volgende dag het nieuws en realiseren zich dat ze de kunst nooit kwijt gaan raken. In paniek kunnen schilderijen dan verbrand worden."

Het tweede type is iemand die besluit om de kunst te gebruiken als onderpand. Brand legt uit dat een schilderij op de zwarte markt ongeveer 10 procent van de originele waarde heeft. "Een soort betaalmiddel dus. Als je 1 miljoen tekortkomt bij een drugsdeal, kun je er nog een Picasso van 10 miljoen bij doen. Het wordt niet graag gedaan, maar onder hoge druk komt het voor."

Het Isabella Stewart Gardner Museum stelt de lijsten van de gestolen werken nog steeds tentoon. (Foto: Reuters)

Leven de daders nog?

Lenny Dimuzio en George Reissfelder vallen onder dat tweede type. De criminelen worden regelmatig genoemd als daders, maar kunnen zelf niks meer loslaten. DiMuzio werd het jaar van de roof vermoord. Reissfelder stierf een paar maanden later, naar verluidt aan een overdosis. Als de mannen inderdaad iets met de verdwijning te maken hebben gehad, bestaat er ook de mogelijkheid dat ze de kunst hebben verstopt en hun geheimen mee het graf in hebben genomen.

Tot dusver gaat het om dode sporen die niet te onderzoeken zijn. Kunstdetective Brand houdt zich daarom vooral bezig met een derde categorie. "Het zou kunnen dat de kunst bewaard wordt door een grotere organisatie zoals de maffia. Er zijn zaken bekend over misdadigers die kostbare kunst gebruiken als ruilmiddel met justitie."

Toch lijkt ook die theorie niet waterdicht. Er ligt immers een beloning klaar, zonder juridische consequenties. "Maar dit soort jongens vertrouwt de FBI voor geen cent", legt Brand uit. "Ze zien het als een val. Inbraak en heling verjaren, maar moord niet. Ook al zouden criminelen alle dertien werken in perfecte staat kunnen teruggeven, dan bestaat er nog de kans dat ze bij een moordzaak worden betrokken."

De politieschetsen van Lenny Dimuzio en George Reissfelder, gemaakt in 1990. (Foto: Reuters)

'FBI pakte sleutelfiguur verkeerd aan'

De Amerikaanse autoriteiten hebben wat dat betreft ook deels hun eigen glazen ingegooid, vindt Brand. Hij noemt maffiabaas Robert Gentile als voorbeeld. Het Gardner-museum ziet hem als sleutelfiguur, onder meer omdat hij in het criminele circuit verkondigde dat hij de werken in bezit had (wat overigens ook een bluf kan zijn geweest). De FBI leek er hetzelfde over te denken en pakte Gentile in 2015 op voor een wapendeal.

“Er zijn zaken bekend over misdadigers die kostbare kunst gebruiken als ruilmiddel met justitie.”
Arthur Brand, kunstdetective

"Ze probeerden hem onder druk te zetten om informatie over de vermiste kunst te krijgen", vertelt Brand. "Jij en ik zouden doorslaan, maar iemand van de oude maffiagarde wordt zo kwaad dat hij liever jaren de cel ingaat. Wat dat betreft kan er een deur zijn dichtgeslagen. Je hebt het gewoon niet begrepen als je dit soort lieden in de val probeert te lokken."

Gentile is sinds 2019 weer vrij, maar Brand richt zijn pijlen de afgelopen tijd vooral op de IRA. De Ierse paramilitairen zouden voor hun wapenvoorziening hebben samengewerkt met topcrimineel Whitey Bulger. "De IRA heeft ook vaker schilderijen gebruikt als ruilmiddel met de Engelse regering", vertelt de kunstdetective. "Er is een groep die vermoedt dat zij de werken hebben, waar ik ook bij hoor. Er wordt al vijftien jaar rondgevraagd, ze hebben altijd ontkend. Maar nu proberen ze voorzichtig iets nieuws."

De gestolen kunstwerken op een rij

  • Het Concert, Vermeer
  • Een Dame in het Zwart, Rembrandt
  • De Storm op het Meer van Galilea, Rembrandt
  • Zelfportret, ets van Rembrandt
  • Landschap met Obelisk, Flinck
  • Chez Tortoni, Manet
  • Vijf schetsen van Degas
  • Vergulde adelaar
  • Bronzen beker uit Shang dynastie

'Ik zet voorlopig op de IRA in'

De IRA tast volgens Brand de mogelijkheden van een deal af. "Ze hebben onze groep indirect benaderd", vertelt de kunstdetective. Details laat hij niet los, maar het komt erop neer dat de organisatie een van hun omgekomen leden op eigen grond begraven wil hebben. Een repatriëring in ruil voor de kunstwerken.

Allemaal nog hypothetisch, want er is geen concreet bewijs dat de IRA de buit echt heeft. "Hoewel ik deze jongens er ook niet voor aanzie om hier grapjes over te maken", voegt Brand toe.

"De deal is in principe goedgekeurd door officieren van justitie in verschillende landen", vertelt de kunstdetective. "Ik zet zelf voorlopig dus op de IRA in. Maar ik hou ook andere mogelijkheden open. Je moet heel voorzichtig zijn. De prioriteiten liggen bij het terughalen van de kunst. Dat is inmiddels belangrijker geworden dan het pakken van de daders."