Herman van Veen wordt vrijdag 75 en viert dat met meer dan honderd voorstellingen. "De samenleving heeft zich ingericht op een grens die we pensioen noemen. Ik pleit voor een flexibele grens", zegt de artiest in een interview met NU.nl.

"Een paard, indianen?" Herman van Veen inspecteert de tatoeages van de interviewer. "Ik heb laatst een afkomstonderzoek gedaan en daaruit blijkt dat ik 24 procent indianenbloed heb. Geen idee hoe ik eraan kom. Mijn vader had wel iets Winnetou-achtigs, maar ik kan het hem niet meer vragen. We gingen vroeger ook wel vaak naar de Cineac om indianenfilms te kijken. Ik heb nagedacht welke stam mijn voorkeur zou hebben, maar dat weet ik nu niet meer."

We spraken elkaar vijf jaar geleden. U vertelde dat het winter in uw leven was. "Die, die en die verlies ik. En het gaat maar door." Heeft u ondertussen uitgevogeld hoe we de dood kunnen overwinnen?

"Gaat niet lukken. Maar er waren meer momenten in de geschiedenis waarop men zei dat iets niet ging lukken en toen lukte het toch. In alle ernst, ik geloof dat ouderdom een slijtageproces is. En dat is hoogst individueel. Met een flexibel lijf en een flexibele geest creëer je kansen om het minstens tot komende woensdag uit te zingen."

"Het spelen, reizen en denken zijn goed voor mij. Daarom kan ik op 75-jarige leeftijd nog 140 voorstellingen spelen alsof ik 25 ben. De samenleving heeft zich ingericht op een grens die we pensioen noemen. Ik pleit voor een flexibele grens. Als je voelt dat je door kunt, moet je die mogelijkheid krijgen. Ik kan me voorstellen dat een werkend iemand ernaar uitkijkt later de hele dag te vissen of te wandelen. Maar ik denk dat je dat moet oefenen. Die stilstand van de een op de andere dag acht ik niet ongevaarlijk."

“Het ouder worden stelt me in staat om grote woorden zoals liefde beter te kunnen duiden.”

Voor u als doorwerkend artiest, zal er nooit een moment komen waarop u zegt: 'Het is af.' Dat schept toch geen voldoening?

"Er schuilt een zekere troost in het onbegrip over hoe ik daar ben gekomen. Mijn vader en moeder kwamen op mijn idee toen de geallieerden in Normandië landden. Ze dachten dat er een eind aan de oorlog kwam en daar gingen ze. Maar ik kwam een invasie te vroeg."

"Het komend verlies beangstigt me, omdat je niets kwijt wil. Maar ik kan er voor de rest niks zinnigs over zeggen. Ik hoop, mocht het ooit zover komen en ik probeer dat uit te stellen, dat het verbazingwekkend zal zijn. Misschien lijkt het wel op een narcose, maar ik sta open voor allerlei andere mogelijkheden."

Waar hebben we het dan over?

"Geen idee, dat maakt het zo interessant. Het enige verstandige wat ik erover kan zeggen is dat ik er vrede mee heb. Ik kan me er geen voorstelling van maken. Verbeelding is altijd opgebouwd uit ingrediënten die je kent. Het ouder worden stelt je ook in staat om grote woorden zoals liefde beter te kunnen duiden."

"Ik denk dat liefde een vorm van aandacht is die je kunt geven en krijgen. Hoe meer aandacht je besteedt, hoe meer kans een relatie of een werk heeft. Het is fijn dat ik dat nu begrijp. Dat moet je allemaal zelf ontdekken, door het ambachtelijk te maken."

Hoe bedoelt u dat?

"Je kunt het echt doen! Ga toch nog een keer naar dat ziekenhuis en nóg een keer. Ook als iemand zegt: 'Je hoeft morgen niet te komen, want ik heb je vandaag al gezien.' Het kan! En je ziet meteen de reactie: 'Wat fijn, daar had ik niet op gerekend.'"

"En wat in mijn optiek met dat ouder worden ook zo fascinerend blijkt, is de biologische wetmatigheid die het leven bepaalt. Een vrouw die tegen de veertig loopt, gaat bijvoorbeeld vaker nadenken over het wel of niet krijgen van kinderen. Vaak onbewust. En zo zitten er heel veel lades in dat systeem die helder worden met het verstrijken van de jaren, omdat je het vaker ziet. Je kunt het bijna voorspellen. Dat vind ik geruststellend."

Herman van Veen speelt op 75-jarige leeftijd nog 140 voorstellingen. 'Alsof ik 25 ben.' (foto: BrunoPress)

Bent u tevreden over wie u bent geworden?

"Ik heb geen keus. Ik heb het maar te doen met dat hoofd, met die billen, die oren en die voeten. Ik heb daar geen enkele invloed op. Het is zo. Als ik mezelf scheer en in de spiegel kijk, sta ik mijn vader te scheren. Zo erg lijk ik op hem. Ik denk dat je die vraag aan iemand anders moet stellen. Ik weet het niet."

Er verschijnt binnenkort een nieuw boek van uw dochter Anne. Het gaat over een jonge vrouw en de verhouding tot haar vader, een beroemde dirigent die op een voetstuk staat en zijn dochter alleen maar ziet als er iets te vieren valt.

"Ik heb het nog niet gelezen, maar dat gaat niet over mij. Dat weet ik al. Ik kan je verzekeren dat ik een wereldrelatie met mijn dochter heb. Haar vorige boek was ook heel persoonlijk en ging over aspecten in haar leven die wij niet kenden. En waar natuurlijk ook een facet fictie aan vastzit. Zij moet absoluut schrijven wat ze moet schrijven. Ik heb dat zelf ook achter de rug."

"Kinderen beschermen hun ouders soms wel. Ook in hun kunst, dat doe ik ook. Toen ik jong was en een bepaalde woordkeuze maakte, wist ik dat mijn moeder het niet plezierig vond om te horen. Dan koos ik een ander woord. Na het overlijden van mijn ouders ben dat misschien wel sterker gaan doen. En soms sta ik voor een probleem en vraag ik mijn vader in gedachten: pa, hoe zou jij dat doen? Dan heb ik toch het idee dat ik begrijp wat hij dan zou gaan zeggen. Daar ga ik dan voor."

“Je kunt verkeerde keuzes uit het verleden niet repareren.”

Tien jaar geleden werd u bedreigd omdat u zich in De Telegraaf uitsprak over de PVV en de vluchtelingencrisis. Hoe heeft dat uw engagement beïnvloed?

"Het heeft het versterkt. Ik heb alleen wel ingezien dat ik geen onderwerp moet worden van een polemiek. Het was een samenloop van omstandigheden en die uitspraken werden geweldig uit zijn verband getrokken. Dat begrijp ik allemaal wel, dat gebeurt voortdurend. Maar als je met de polemiek meegaat, beland je in een belangenspel. Ik ben niet bekwaam genoeg om dat spel te spelen. Ik heb ook volstrekt andere belangen, namelijk geen. Het gaat om bereik en dat is totaal iets anders dan waar wij mee bezig zijn."

"Ik doe er beter aan om me over dat soort zaken in mijn vak uit te spreken. Als je kijkt naar de kaart van Afrika, dan zie je rechtgetrokken lijnen. Niemand hield rekening met de natuur, taal en religie. Dat is de bron van het conflict. Ik moet me dan niet in het conflict verdiepen, maar uitzoomen en in perspectief blijven. Dan kom je in de buurt van mijn vak: de poëzie, het schilderen, het theatrale. Dan heb ik een blik op de zaak."

Wordt de wens om dingen uit het verleden goed te maken sterker naarmate u ouder wordt?

"Nee, dat is naïef. Het volstaat om het herkennen van andere inzichten die ten grondslag lagen aan verkeerde keuzes, in een lied te bezingen of in een gedicht te beschrijven. Je kan daar verder niks aan repareren. Soms is het onoverkomelijk dat je iets met elkaar bespreekt. Dan kom je iemand tegen en zeg je: 'Ik heb nu veel meer inzicht in waarom jij toen dat besluit hebt genomen'."

Herman van Veen is tot en met december te zien in de theaters en speelt van 21 oktober tot en met 5 december in Carré. In maart verschijnt zijn boek 'Bevrijdingskind, De soundtrack van een leven in vrijheid' geschreven in samenwerking met Rob Chrispijn.