De misschien wel opvallendste trend van het schaatsseizoen, dat dit weekend eindigt met de wereldbekerfinale in Heerenveen, is dat de Nederlandse sprinters op grote achterstand zijn gezet. Met nog minder dan twee jaar te gaan tot de Olympische Winterspelen van Peking, moet er iets gebeuren om het gat met de buitenlandse concurrentie te dichten.

De olympische 500 meter in Sotsji was niet alleen bijzonder omdat er met Michel Mulder (goud) en Ronald Mulder (brons) tweelingbroers een medaille wonnen. Of omdat de nummer twee Jan Smeekens door problemen met de tijdwaarneming een minuut dacht dat híj́ de winnaar was.

De wedstrijd op 10 februari 2014 in de Adler Arena was vooral uniek omdat Nederland voor het eerst een olympisch kampioen leverde op de kortste schaatsafstand, en direct ook maar het hele podium bezette. "We hebben laten zien dat we een topland op de 500 meter zijn geworden", jubelde Michel Mulder na de historische clean sweep.

Zes jaar later probeert een van de opvolgers van de Mulders en Smeekens in het Vikingskipet in Hamar uit te leggen waarom Nederland voor het eerst sinds 2011 geen medaille heeft gewonnen bij het WK sprint. "Wij Nederlanders zijn even niet goed op de 500 meter", verzucht Kai Verbij. "Er is een gigagat met de concurrentie."

De wereldkampioen sprint van 2017 kwam in Noorwegen niet verder dan plek vier, vooral doordat hij op de twee 500 meters in totaal een seconde langzamer was dan de Japanse winnaar Tatsuya Shinhama. "De Japanners en de Russen hebben als voordeel dat alle topsprinters bij elkaar zitten en met elkaar trainen, bij ons is dat verspreid", wijst Verbij op het verschil tussen het commerciële model in Nederland en het model van nationale ploegen in het buitenland. "We moeten om ons heen kijken, want we worden als Nederland echt zoek gereden."

Het is dezelfde conclusie die Kjeld Nuis twee weken eerder trok nadat hij bij de WK afstanden in Salt Lake City op 'zijn' 1.000 meter op meer dan een seconde werd gereden door de Russische winnaar Pavel Kulizhnikov. "Heel sprintend Nederland moet zich achter de oren krabben", zei de tweevoudig olympisch kampioen. "In Sotsji was het één, twee, drie op de 500 meter en nu rijden we top tien, net aan. We moeten dus wat anders gaan doen, anders komt het over twee jaar niet goed bij de Spelen."

Het Nederlandse podium van de olympische 500 meter van 2014, met van links naar rechts Jan Smeekens, Michel Mulder en Ronald Mulder. (Foto: Pro Shots)

Orie: 'Er wordt te snel eendimensionaal gedacht'

Jac Orie heeft 'het filmpje' natuurlijk ook gezien: het filmpje van dertien seconden waarin Kulizhnikov zich vlak voor het begin van het huidige schaatsseizoen als een veer in elkaar duwt en vervolgens als een katapult 3,25 meter ver springt.

"Die jongen springt uit stilstand drie meter vijfentwintig", legt de coach van Jumbo-Visma nadruk op elk cijfer. "Dan kun je wel 85 uur rondjes achter elkaar aan gaan rijden op de schaatsbaan, maar daar ga je geen 3,25 meter van springen."

Zeker, Orie maakt zich zorgen over het verschil tussen zijn pupil Nuis en de buitenlandse rivalen, met de wereldkampioen op de 500 en 1.000 meter Kulizhnikov voorop. Maar de bewegingswetenschapper benadrukt dat het veel te makkelijk is om te stellen dat dat verschil komt doordat de Nederlandse toppers over twee teams verspreid zijn.

"Vaak wordt snel heel eendimensionaal gedacht", aldus Orie. "Bijvoorbeeld: hé, ik zie een jongen met heel dikke benen. Dan moeten wij ook heel dikke benen krijgen. Of: ze trainen allemaal in hetzelfde groepje? Dan moeten wij ook in één groepje gaan rijden. Er zit natuurlijk meer achter dan dat."

Voor de gebruikers van de app: tik op de video om de staande sprong van Pavel Kulizhnikov te bekijken.

Verbale oorlog tussen Nuis en Kulizhnikov

Nuis is nooit een grote fan geweest van de pérsoon Kulizhnikov, de man die in 2012 voor twee jaar geschorst werd vanwege dopinggebruik en vier jaar later niet gestraft werd na een positieve test op het toen net verboden middel meldonium.

Het leverde afgelopen weekend, nadat de Rus zich vanwege ziekte afmeldde voor de tweede dag van het WK sprint, een verbale oorlog tussen de twee op. "Ik vind het echt een laffe hap", fulmineerde Nuis. "Ik wil Kjeld feliciteren met zijn zevende plaats bij het WK sprint", antwoordde Kulizhnikov cynisch.

Nuis is wel een fan van de scháátser Kulizhnikov, de man met de feilloze techniek, kniehoeken "alsof hij op de plee zit" en de explosiviteit van een springveer. Wat de Zuid-Hollander ook van zijn Russische rivaal vindt: hij weet dat Kulizhnikov staat voor het niveau dat hij - en de andere Nederlandse sprinters - in de komende twee jaar moeten gaan halen.

"Wat Pavel kan - beheerst starten, meteen heel diep zitten - kan ik ook, maar alleen op 70 procent", zegt Nuis. "Tijdens de wedstrijd moet het op 100 procent, en dan gaat het mis. Dát ook kunnen, daar ben ik gewoon te weinig mee bezig in trainingen."

Pavel Kulizhnikov (midden) werd dit jaar voor de tweede keer wereldkampioen 1.000 meter. Kjeld Nuis (links) veroverde zilver. (Foto: Pro Shots)

Orie: 'We gaan er iets op verzinnen'

Verbij denkt ook dat hij de nadruk meer zal moet leggen op explosiviteit. "Je zag deze winter dat ik op het pure sprinten minder getraind ben dan in andere jaren. Ik kom niet makkelijk op gang, het gaat heel geforceerd. Ik zal heel gedreven zijn om niet nog zo'n matig seizoen te hebben."

Het is aan Gerard van Velde (de coach van onder anderen Verbij) en Orie om de komende maanden een oplossing te vinden voor het Nederlandse 'sprintprobleem'.

"We gaan er iets op verzinnen, alleen moeten we daar wel even heel goed over nadenken", glimlacht Orie. "Ik weet wel waar het vandaan komt dat die buitenlandse sprinters zo hard rijden, maar zorg maar even dat je het zelf ook kan. Dat is een ander verhaal, anders zouden we allemaal Muhammad Ali zijn."