Deze week 75 jaar geleden regende het bommen boven de Duitse stad Dresden. In drie dagen legden Britse en Amerikaanse bommenwerpers het historische centrum plat en vonden 25.000 burgers de dood. De vraag of de geallieerden hier een oorlogsmisdaad pleegden, houdt de gemoederen sindsdien bezig. Hoe het de 'daders' zelf verging tijdens en na de Tweede Wereldoorlog is minder bekend.

"Hey Jimmy, jager achter ons", klinkt het in een Lancaster-bommenwerper boven Berlijn in een originele geluidsopname van de BBC uit 1943. 'Jimmy' is staartschutter Henry Devenish achter in het toestel, en hij opent direct het vuur op de Duitse nachtjager.

"Waar is hij staartschutter, kun je hem zien?", vraagt de gezagvoerder over de intercom. "Neer, neer, hij gaat neer", roept hij terug. Direct barst in het vliegtuig een luid gejoel los. Met zijn vier machinegeweren heeft Devenish ervoor gezorgd dat de zeven bemanningsleden deze missie overleven.

Vliegen met de Britse bommenwerpers is dodelijk in de oorlogsjaren. Slechts 30 procent van de bemanningsleden komt de oorlog door zonder te sterven, gewond te raken of gevangen genomen te worden. Ruim 55.000 veelal jonge mannen vinden de dood in het Europese luchtruim.

De crew van een Lancaster inspecteert het toestel voor vertrek. (Foto: Getty Images)

Oorlog naar Duitsland zelf brengen

De bombardementen op steden als Dresden, Hamburg en Keulen zijn altijd voer voor discussie. Naar schatting 300.000 tot 600.000 burgers vinden de dood. Is het doden van burgers in steden gerechtvaardigd? Kijkend door de bril van vredestijd waarschijnlijk niet.

Maar nadat Duitse bommenwerpers in de beginjaren van de oorlog Warschau, Rotterdam, Londen en diverse andere Britse steden zwaar hadden beschadigd, waren de Britse bommen de enige manier om de oorlog ook naar Duitsland zelf te brengen.

In het bezette Nederland zijn de overvliegende formaties bommenwerpers lange tijd het enige wat de bevolking meekrijgt van de strijd tegen nazi-Duitsland. Binnen de Britse regering is wel wat verweer tegen de doctrine om Duitse steden met de grond gelijk te maken, maar premier Winston Churchill is voorstander van tapijtbombardementen.

Elke uitgeschakelde fabriek, elke geblokkeerde spoorlijn en elke dode arbeider helpt mee om de oorlog tegen Hitlers troepen te winnen en het Duitse moraal te breken, is de gedachte.

In elke stad is wel een militair doel en de mensen die er wonen zijn onderdeel van de oorlogsindustrie. 'Onthuizing', noemen de Britten hun strategie die honderdduizenden Duitsers dakloos maakt. De luchtverdediging in Duitsland heeft bovendien duizenden kanonnen en manschappen nodig, middelen die niet aan het front kunnen worden ingezet.

Slachtoffers van het bombardement worden verbrand in het verwoeste Dresden. (Foto: Getty Images)

Vliegers kregen geen overwinningsmedaille

Maar na het bombardement op Dresden in februari 1945 wordt alles anders. "Churchill liet ons en de jongens uit andere landen die ons kwamen helpen in de steek", schrijft veteraan Ivor Foster enkele jaren terug in een brief aan de Britse premier David Cameron, geschreven in de zoektocht naar erkenning.

Luchtmachtafdeling Bomber Command wordt niet genoemd in de overwinningstoespraak van Churchill op 8 mei 1945. Binnen de geallieerde top en de Britse regering is groot ongemak ontstaan over de bombardementen op Duitsland. De vliegers die de oorlog hebben overleefd, krijgen geen speciale medaille, terwijl alle andere takken van de Britse strijdkrachten die wel ontvangen.

Voor bijvoorbeeld de marine en de gevechtsvliegers verschijnen in het naoorlogse Engeland ook snel herdenkingsmonumenten. Die voor Bomber Command komt er ook, maar pas in 2012 na een lang gevecht door veteranen en nabestaanden.

Een Britse Lancaster boven het brandende Hamburg in 1943 (Foto: Getty)

Strijdkrachten doen wat ze wordt opgedragen

Maar valt de bemanningsleden wat te verwijten? "De strijdkrachten doen alles wat ze opgedragen krijgen of wordt toegestaan volgens de richtlijnen waarbinnen ze moeten werken", schrijft historicus Richard Overy in een betoog om de crews van de bommenwerpers meer erkenning te geven. "Het zijn degenen die die toestemmingen geven, die verantwoordelijk moeten worden gehouden."

Ook Arthur 'Bomber' Harris, de baas van Bomber Command die alle vernietigende bombardementen op de Duitse steden uitvoerde, wijst naar boven. "Ik weet dat de vernietiging van zo'n prachtige stad in dat late stadium van de oorlog onnodig wordt gevonden, zelfs door mensen die onze eerdere aanvallen (op bijvoorbeeld Hamburg in 1943, red.) gerechtvaardigd vonden", schrijft hij in 1946 in zijn boek Bomber Offensive, verwijzend naar Dresden.

"Maar ik kan alleen maar zeggen dat de aanval op Dresden op dat moment een militaire noodzaak was voor mensen die veel belangrijker zijn dan ik." Harris doelt duidelijk op Churchill en Charles Portal, de baas van de Royal Air Force gedurende de oorlog. Portal is de man achter het Britse plan om met de bombardementen op steden het moraal van de Duitsers te breken.

Sinds 2012 heeft Bomber Command een herdenkingsmonument in Londen. (Foto: Getty)

Churchill wil dat het stopt

Een paar weken na Dresden geeft Churchill Portal de opdracht om te stoppen met tapijtbombardementen. Over het platgooien van Dresden, waarvoor hij zelf eindverantwoordelijk is, schrijft Churchill later dat hij "serieuze vraagtekens zet bij de geallieerde houding rond bombardementen."

De vliegers van Bomber Command, die simpelweg hun orders hebben uitgevoerd en hun levens in de waagschaal hebben gelegd, zijn de dupe en worden hardnekkig door de op handen gedragen oorlogspremier genegeerd.

"Het was fout wat hij deed", schrijft Foster in zijn boze brief aan Cameron. "Door ons een medaille en erkenning te weigeren, verraadde Churchill niet alleen de Engelse jongens, maar ook alle andere vrijwilligers die overkwamen uit bijvoorbeeld Australië, Canada en Nieuw-Zeeland. En als die niet hadden geholpen, hadden we de oorlog nooit gewonnen."

De bemanning van een Halifax-bommenwerper. (Foto: Getty Images)

'Crews waren ook slachtoffer'

Overy ziet de crews ook als slachtoffers van de missies. "Ze werden erop uitgezonden, vaak in slecht weer tegen verre doelen. In de kou, met angst en de wetenschap dat de dood meekeek", schrijft hij. "De commandanten wisten dat de overlevingskansen klein waren en dat de 'militaire doelen' meer een verhulling waren voor het moedwillig ombrengen van burgers."

Volgens Overy dachten de bemanningsleden dat ze louter militaire doelen aanvielen, al blijkt dat niet altijd uit latere interviews met veteranen. Bommenrichter Stamper Metcalfe: "Ik wist dat die projectielen dood en verderf zaaiden op grond. Maar daar moet je in het vliegtuig niet over nadenken. Dan kun je je werk niet doen."

Staartschutter Bob Pierson: "Ik zat achterin, dus kon altijd zien wat we hadden aangericht. Het voelde vaak alsof er een hand uit de brandende stad kwam die me wilde grijpen, om duidelijk te maken wat we hadden gedaan."