Tijdens de Nationale Auschwitz Herdenking hield premier Mark Rutte een historische rede. Nooit eerder bood een Nederlandse regeringsleider excuses aan voor het handelen van de Nederlandse overheid tijdens de Tweede Wereldoorlog. "Het ontroerde mij", zegt Menno ten Brink, rabbijn van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, in een interview met NU.nl. "De woorden moeten nu in daden worden omgezet."

"Toen een groep landgenoten onder een moorddadig regime apart werd gezet, buitengesloten en ontmenselijkt, zijn we tekortgeschoten", sprak Rutte op 26 januari tijdens de herdenking. "Toen het gezag een bedreiging werd, zijn onze overheidsinstanties tekortgeschoten, als hoeders van recht en veiligheid."

Hij eindigde zijn toespraak met de woorden: "Nu de laatste overlevenden nog onder ons zijn, bied ik vandaag namens de regering excuses aan voor het overheidshandelen van toen." Ten Brink was een van de aandachtige luisteraars tijdens deze speech.

Waardoor werd afgelopen zondag zo bijzonder?

"In de eerste plaats omdat we herdachten dat het vernietigingskamp Auschwitz 75 jaar geleden werd bevrijd. Het is natuurlijk een lustrum, in al zijn ellende. Mark Rutte was een van de sprekers en tijdens zijn rede zat ik tegenover hem. Toen ik hoorde dat hij namens de regering excuses aanbood, verkeerde ik korte tijd in shock. In positieve zin."

"Niemand was voorbereid op wat hij zou zeggen, het was zo onverwacht. Ik keek even naar links en rechts en dacht bij mezelf: Heb ik dat goed gehoord? Hij sprak die woorden uit met hart en ziel, daardoor raakte ik ontroerd. Het voelde als een opluchting. Op weg naar de uitgang van het park hebben we even met elkaar gepraat en elkaar omhelsd. Het was heel duidelijk dat we daar allebei behoefte aan hadden."

Wat zei u tegen elkaar?

"Ik vind dat te privé, maar ik heb hem enorm bedankt voor zijn woorden. Het was een persoonlijk moment, al stonden er camera's omheen. Het gebeurde spontaan. Dat moment kun je rationeel gaan beschrijven, maar dat wil ik niet."

“De woorden van Rutte moeten nu in daden worden omgezet.”
Menno ten Brink, rabbijn

Oud-premier Wim Kok bood in 2000 namens de Nederlandse regering al excuses aan voor de "kille en afstandelijke opvang" van Nederlandse Joden en andere vervolgden die uit de oorlog naar Nederland terugkeerden, maar niet voor het handelen van de overheid.

"Jan Peter Balkenende heeft tijdens zijn premierschap ook het een en ander gezegd over de niet zo geweldige rol die de overheid destijds heeft gespeeld. Maar ook dat waren geen excuses. De weg naar de woorden van Rutte kent verschillende stadia en begon eigenlijk toen Prinses Beatrix in 1995 in de Knesset haar excuses aanbood voor de houding van veel Nederlanders tijdens de oorlog."

"Nederland was er daarvoor kennelijk nog niet aan toe, zeker niet net na de oorlog. Men zat in een roes. Mensen wilden werken en de oorlog achter zich laten. Men wilde weer gaan leven. Ook de Joodse gemeenschap."

75 jaar lijkt zo lang voor zo'n simpel woord.

"Het had eerder gekund, maar ik kan het Rutte niet kwalijk nemen dat hij dat niet twintig jaar geleden heeft gezegd. Toen zat hij immers niet in die functie. Ik vind het knap om naar buiten te treden en te zeggen: 'Wij waren destijds niet verantwoordelijk, maar we zijn wel de rechtsopvolgers van de overheid die er toen zat en wij geven nu toe dat we verkeerd bezig zijn geweest.'"

Rabbijn Ten Brink was naar eigen zeggen korte tijd in shock na de excuses van Mark Rutte. (Foto: ProShots)

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) meldde dat het in 2018 135 antisemitische incidenten registreerde, het hoogste aantal sinds 2014. Versterken de excuses van Rutte nu het veiligheidsgevoel onder Joodse Nederlanders?

"De woorden alleen niet. Die moeten in daden worden omgezet. De nieuwe monumenten (onder meer het nog te bouwen Holocaustmonument in Amsterdam, red.) zijn prachtig, maar met name op educatief gebied moet meer gebeuren. Zorg ervoor dat scholen blijven onderwijzen wat er is gebeurd."

"Laat je niet ontmoedigen door kinderen of ouders die zich hardop afvragen wat zij met de Shoah (Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog, red.) te maken hebben. Als je hier in Nederland woont, heb je daarmee te maken. Op scholen in Polen, Duitsland en Israël brengen klassen bezoeken aan Auschwitz, dat is onderdeel van hun curriculum. Zorg er als Nederlandse overheid voor dat geld vrijkomt om dit soort reizen te maken."

"Nogmaals: Ruttes woorden zijn ongelofelijk positief ontvangen. Maar het heeft wel opvolging nodig. Wat destijds gebeurd is, kan opnieuw gebeuren. Het gebeurt al. Op andere manieren en op andere plekken. Het maakt niet uit welke religie of huidskleur je hebt, je bent een mens."

"Respecteer elkaar. Die aspecten moeten veel meer in het onderwijs terugkomen. Met ons project Leer je buren kennen hebben we in onze synagoge in totaal al dertigduizend studenten over de vloer gehad. We laten ze zien wie wij zijn. Ontmoet ons, leer over ons. We zijn geen gekke mensen met horentjes."

Zoiets hoorde u weleens van de jongeren die hier kwamen?

"Ja hoor. We laten ze alle gedachten over Joden, vaak vooroordelen, op een lijstje zetten als ze binnenkomen. Dan krijg je termen als Ajax, gas, Israël, nazi's, Hitler, rijk, noem maar op. Geen positieve dingen."

"Ik denk dat wij mee kunnen helpen om die vooroordelen weg te nemen. Ik vertrouw er eerlijk gezegd niet genoeg op dat kinderen dat zelf zullen beseffen. Ze moeten met behulp van hun ouders en leraren op school leren begrijpen wat er gebeurd is tijdens die oorlog."

Rabbijn Menno ten Brink

  • Studeerde rechten in Amsterdam
  • Sinds 1993 rabbijn en de eerste van de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam
  • Tussen 1993 en 2004 krijgsmachtrabbijn bij ministerie van Defensie
  • Sinds 2006 lid Raad van Advies Anne Frank Stichting

Wat moet ik doen als iemand met religieuze kenmerken wordt uitgescholden?

"Als je onrecht ziet is het je plicht om in te grijpen. Maar veel mensen handelen niet als ze iets zien. Als iemand op de grond ligt, kijkt men vaak de andere kant op en lopen ze gewoon door. Misschien is men bang of heeft men haast? Je mag niet aan de kant blijven staan en niets doen."

"Dat is tijdens de Tweede Wereldoorlog te vaak gebeurd. Dat is makkelijk gezegd door mij in mijn luie stoel, ik weet ook niet hoe ik destijds zelf zou hebben gehandeld."

"In de Tora staat: 'Sta niet stil als het bloed van je naasten stroomt.' In de oorlog heeft de Nederlandse overheid meegeholpen om dat bloed te laten stromen. Ambtenaren kregen de opdracht op een stippenkaart aan te geven waar de Joden woonden, zodat ze makkelijker opgepakt konden worden."

"Die kaart hangt nu in de Hollandsche Schouwburg, deel van het Joods Historisch Museum, waar de Joden bijeengedreven werden voordat ze werden afgevoerd naar Westerbork. Het idee alleen al dat een ambtenaar mensen aangeeft, waarvan hij weet dat ze steeds verder geïsoleerd raken en gedeporteerd worden."

“De holocaust mag niet zoiets als de Tachtigjarige Oorlog worden”
Menno ten Brink, rabbijn

Over dat laatste wordt vaak gezegd dat daar kennis over ontbrak.

"Dat vind ik makkelijk om te zeggen, men wist het wel. Joden werden uit Amsterdam verwijderd en met geweld uit hun huizen gehaald. Ook al zouden ze niet vergast worden, dan is dat nog steeds iets wat je niet mag toelaten."

"Ze mochten ook niet op een parkbankje zitten, niet meer als arts werken en ga zo maar door. Daar had in het begin al over gezegd moeten worden: 'Dit kan niet en dit mag niet, dit zijn gewoon Nederlanders.'"

"Jongeren hebben de verantwoordelijkheid alle slachtoffers van de oorlog te blijven herdenken. En de holocaust mag niet zoiets als de Tachtigjarige Oorlog worden. Het heeft zo'n impact gehad op onze samenleving. Misschien zal het over honderd jaar minder aanwezig zijn, maar het blijft voor altijd een voorbeeld van hoe een samenleving kan afglijden. Dat mag echt nooit meer gebeuren. Hier niet, nergens niet."