Bij het herdenken van de bevrijding van Auschwitz staat de wereld maandag stil bij de moord op zes miljoen slachtoffers tijdens de Holocaust. Ruim 102.000 van hen kwamen uit Nederland. Via het kamp Westerbork werden ze gedeporteerd naar vernietigingskampen in het oosten. Ieder slachtoffer heeft een eigen verhaal. Hier vertellen we drie van die verhalen.

Klara Borstel-Engelsman (102), vermoord op 12 oktober 1944

Klara Borstel-Engelsman is op hoge leeftijd nog praatgraag en vitaal. In een pension aan het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam brengt de vrouw haar oude dag door met partijtjes domino en gesprekken met haar pensiongenoten. Bij geschikt weer gaat ze naar buiten voor een wandeling. Ondanks haar leeftijd heeft de energieke vrouw nog nooit een bril hoeven dragen.

Op 30 april 1942 wordt Borstel-Engelsman flink in het zonnetje gezet. Ze viert die dag haar honderdste verjaardag. Onvermoeid neemt ze de gelukwensen van haar vele gasten in ontvangst. Voor alle bezoekers neemt ze uitgebreid de tijd voor een praatje, terwijl ze achteroverleunt in haar met bloemen versierde stoel.

Borstel-Engelsman wordt op 30 april 1842 geboren in Amsterdam. Op 23-jarige leeftijd trouwt ze met Daniel Borstel, een huwelijk waar volgens haar biografie op Joods Monument geen kinderen uit voortkomen. Echtgenoot Borstel overlijdt in 1918 op 76-jarige leeftijd.

Na haar tijd in het Amsterdamse pension verblijft ze in De Joodse Invalide, een verzorgingstehuis voor ouderen en gehandicapten. Tijdens de Duitse bezetting komt Borstel-Engelsman in maart 1944 terecht in kamp Westerbork. De hoogbejaarde vrouw wordt hier verpleegd in de ziekenboeg in het kamp en viert hier haar 102e verjaardag. De bovenstaande foto is op die dag genomen.

Tegen het einde van de zomer wordt Borstel-Engelsman met een brancard naar de trein richting Theresienstadt gebracht. Via dit doorgangskamp in Tsjechië wordt de 102-jarige vrouw doorgevoerd naar Auschwitz. Hier wordt ze op 12 oktober 1944 vermoord. Klara Borstel-Engelsman is het oudste Nederlandse slachtoffer van de Holocaust.

Lothar en Gitta Leyser (22), vermoord op 9 juli 1943

Lothar Leyser wordt in 1920 in de Duitse stad Essen geboren. Na het overlijden van zijn vader tien jaar later moet hij samen met zijn zusje Ruth zijn moeder helpen om de snoepwinkel van zijn ouders draaiende te houden. Na de machtsovername van de nazi's in 1933 neemt moeder Gertrud maatregelen om haar kinderen in veiligheid te brengen. Ze stuurt Ruth in 1936 naar Berlijn, waar de vijftienjarige zich voorbereidt op emigratie naar Palestina. Twee jaar later wordt ook Lothar naar het buitenland gestuurd. Hij komt terecht in het Nederlandse werkdorp Nieuwesluis. Na Kristalnacht vertrekt moeder Gertrud zelf ook naar Nederland.

Zusje Ruth voltooit haar opleiding en verhuist naar Palestina. Broer Lothar heeft hetzelfde vooruitzicht. In Nieuwesluis volgt hij een tuinbouwopleiding en wordt hij voorbereid op emigratie naar Palestina. De tiener leert hier Gitta Rechnitz kennen en de twee worden verliefd. Op 23 september 1940 trouwt Lothar met zijn hoogzwangere liefde en een maand later krijgen de twee hun eerste kindje, Gabi.

De Duitse bezetter ontruimt het werkdorp in maart 1941. Lothar is een van de zestig leerlingen die achterblijven om de voedselvoorziening op peil te houden. Na een paar maanden moet ook hij vertrekken en komt hij terecht in Huizen, waar hij wordt herenigd met zijn dochter en opnieuw zwangere vrouw. Het gezin woont een tijdje in een tuinhuisje en na de geboorte van dochter Ürsel in januari 1942 zijn ze met zijn vieren. Lang kan het gezin niet in Huizen blijven. Vanaf april 1942 moeten alle Joden uit het Gooi verhuizen naar Amsterdam. Ze komen te wonen bij Lothars moeder Getrud.

Dan is het zondag 30 juni 1943. Tijdens een van de grote razzia's wordt het gezin Leyser opgepakt en naar kamp Westerbork gestuurd. Barak nummer 55 is het nieuwe onderkomen van het gezin. Twee weken later volgt het transport naar vernietigingskamp Sobibór. Hier wordt het jonge gezin van vier op 9 juli 1943 direct na aankomst vermoord.

Lothars moeder komt later die maand ook in Westerbork terecht. Zij wordt in november naar Auschwitz gebracht en daar gedood. Zusje Ruth overleeft de Holocaust als enige van de familie Leyser. Zij bouwt na de oorlog een leven op in Israël.

Leo Meijer (9), vermoord op 6 oktober 1944

Leo Meijer is een jongen die graag met zijn vriendjes speelt op het Veerplein in Zwijndrecht. Soms gaat hij met zijn vriendjes naar de rivier, om te kijken naar alle schepen die voorbijvaren. Ook kijkt hij vanaf daar uit op de Dom van Dordrecht, waar zijn opa en oma achter wonen.

Hij is op 25 juli 1935 geboren als enig kind van de Joodse apotheker Herman Izaäk Meijer en Charlotte Rozeboom. De drie wonen boven de apotheek. Tijdens de Duitse bezetting in mei 1940 hoopt vader dat hij vanwege zijn beroep zijn werkzaamheden voort mag blijven zetten, maar uiteindelijk wordt hij toch gedwongen zijn apotheek af te staan.

Leo zit dan op de openbare lagere school in Zwijndrecht. Tot begin 1942, want vanaf dan mogen hij en de andere Joodse kinderen van de bezetter niet meer naar school. Deze kinderen vormen samen voor een paar maanden een apart klasje in Dordrecht. In september 1942 wordt er op de deur van de familie Meijer gebonsd. Het gezin moet meekomen en wordt op de trein naar Amsterdam gezet. Na twee dagen wachten in de Hollandsche Schouwburg, volgt een nachtelijk transport naar Westerbork. Leo is dan zeven jaar.

In het kamp werkt vader Herman als apotheker, wat hem meer bewegingsvrijheid oplevert. Zo mag hij het kamp verlaten om medicijnen te kopen en weet hij via een bevriende apotheker tekeningen en briefjes van zijn zoon Leo van het kamp naar de apothekersassistente in Zwijndrecht te smokkelen.

Uit deze briefjes blijkt dat het jochie erg blij is met de cadeautjes die hij van buiten het kamp krijgt toegezonden, zoals tekenpapier voor zijn achtste verjaardag. Leo blinkt uit in de schoolbanken en staat in Westerbork bekend als een ijverige leerling.

Het gezin zal uiteindelijk twee jaar in kamp Westerbork verblijven. Op de transportlijst van 4 september 1944 staan 2.087 namen, waaronder die van Leo en zijn ouders. Het gezin wordt op transport gezet naar Theresienstadt. Via dit transportkamp komen ze terecht in Auschwitz. De negenjarige Leo wordt hier op 6 oktober 1944 vermoord, op dezelfde dag als zijn moeder.

Vader Herman overleeft de oorlog en keert terug naar Zwijndrecht. Leo's briefjes en knutselwerkjes die uit het kamp zijn gesmokkeld, blijven bewaard en staan centraal in het kinderboek Groeten van Leo uit 2013.

Auschwitz 75 jaar bevrijd: Wie waren de kampbeulen?
162
Video
Auschwitz 75 jaar bevrijd: Wie waren de kampbeulen?