Twee grote adviesorganen van de overheid luidden recent de noodklok over de 'verdozing' van Nederland. Het landschap wordt zonder veel visie volgebouwd met lelijke objecten. Het Rijk zou meer regie moeten nemen. Waarom is dat niet eerder gebeurd en wat zijn de gevolgen voor ons ooit zo schilderachtige landschap?

Het is al bijna te laat, waarschuwen experts. Het aantal distributiecentra in Nederland is de afgelopen vijf jaar met 25 tot 43 procent toegenomen. De enorme en doorgaans kleurloze hallen zijn meestal grote magazijnen waar pakketjes worden klaargemaakt voor transport.

En niet alleen voor de Nederlandse markt trouwens: vanwege de gunstige ligging en het aantrekkelijke vestigingsklimaat kiezen grote logistieke bedrijven ook voor Nederland om distributiecentra voor de buitenlandse markt te openen.

Het College van Rijksadviseurs, dat de overheid adviseert over de ruimtelijke ordening in het land, luidde een maand geleden met een scherp rapport de noodklok over de 'verdozing'. "Wie door Nederland rijdt, zal het niet zijn ontgaan dat er op diverse plaatsen grote hallen zijn gebouwd", stelt rijksadviseur Daan Zandbelt. "In het afgelopen jaar is de voorraad logistiek vastgoed in Nederland gegroeid met 3 miljoen vierkante meter. Dat is 10 procent van de totale voorraad."

'Overheid denkt nauwelijks na over de impact'

Maar over de ruimtelijke impact van deze nieuwe objecten in het landschap is amper nagedacht. "Gemeenten zien het vooral als een kans voor de economie en de werkgelegenheid als zich een internetgigant of een pakketreus meldt met een bouwverzoek. Het zou echter veel slimmer zijn om deze loodsen te clusteren op een paar centrale plekken; dan zou de impact voor het landschap al vele malen kleiner zijn."

Het zou ook goed zijn als er meer eisen worden gesteld aan de bouw van een nieuwe 'doos'. Zandbelt: "Stel bijvoorbeeld de eis dat er zonnepanelen op het dak moeten komen of zorg voor een 'groen' dak; dat maakt zo'n gebouw multifunctioneler. Nu zijn de daken vaak niet sterk genoeg om een batterij zonnepanelen te plaatsen." De Tweede Kamer nam begin deze maand naar aanleiding van het advies met ruime meerderheid een motie aan om de 'verdozing' van Nederland af te remmen.

De zon weerspiegelt in het raam van een grote bedrijfshal (Foto: Getty Images)

Nederland krijgt nog meer landschapsuitdagingen

Behalve het College van Rijksadviseurs bepleit ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) meer landelijke regie bij het plannen van dergelijke enorme distributiecentra. "Er wordt te weinig bij stilgestaan of zo'n nieuwe doos wel past in de omgeving of op wat voor grond of in welk landschap zo'n nieuw gebouw wordt geplaatst", stelt onderzoeker Frank van Dam. "Het is bijvoorbeeld niet slim om een 'doos' neer te zetten op vruchtbare landbouwgrond, iets wat nu soms wel gebeurt."

Nederland staat de komende decennia voor meer grote landschapsuitdagingen die om een centrale regie op rijksniveau vragen, aldus Van Dam. "Met de energietransitie komen er vermoedelijk meer windmolens. Onze waterhuishouding moet worden aangepast aan de nieuwe klimaateisen. En de verstedelijking blijft voorlopig doorgaan: over twintig jaar moeten er bijna één miljoen extra woningen zijn gebouwd."

'Nieuwe gebouwen zijn niet terug te draaien'

Het ontbreekt overheden op dit moment soms aan een duidelijke toekomstvisie over het Nederlandse landschap, merkt de onderzoeker. "We zijn van alles aan het realiseren en bouwen wat grote gevolgen heeft voor de inrichting van ons land, zaken die niet meer terug te draaien zijn. We moeten van tevoren beter over dat soort veranderingen nadenken, voordat we constateren: oh nee, dit was eigenlijk niet wat we wilden."

Deze visie zit er overigens aan te komen. Binnenkort stuurt het ministerie van Binnenlandse Zaken een brief over dit onderwerp naar de Tweede Kamer. Maar dat is slechts de eerste stap.

“We ontlenen een groot deel van onze identiteit aan het landschap waarin we leven.”
Adriaan Geuze, hoogleraar landschapsarchitectuur

Het ontbreken van een heldere overheidsvisie op dit dossier is al jaren een doorn in het oog van Adriaan Geuze, hoogleraar landschapsarchitectuur aan de Wageningen University & Research. "Het is voor Nederlanders altijd schipperen tussen twee zaken die diep in onze volksaard zitten", legt hij uit.

"We vinden dat alles geëxploiteerd moet kunnen worden, dus ook het landschap. Maar tegelijkertijd ontlenen we ook een groot deel van onze identiteit aan het landschap waar we in leven. We voelen ons zeer verwant met de regionale identiteit van onze woonplek, we zijn er trots op en voelen ons geworteld. De Nederlander koestert de illusie van het cultuurlandschap waarin je fietst, wandelt en schaatst."

In andere landen worden green belts gehanteerd waar niet gebouwd wordt

Sommige gebieden zijn door de enorme economische groei de afgelopen halve eeuw zoveel veranderd, dat mensen zich nauwelijks meer herkennen in het landschap. Geuze noemt Zuid-Holland als voorbeeld. "De authentieke Nederlandse cultuurlandschappen worden gecorrumpeerd en gefragmenteerd en verdwijnen als sneeuw voor de zon. Niet alleen door de distributiedozen, maar ook door windturbines, zonneakkers, kassen, geluidsschermen en reclamemasten. We lijken ons niet te realiseren dat deze keuzes nooit meer terug te draaien zijn. We bepalen op dit moment hoe ons land er overmorgen uitziet."

Er zijn overigens ook economische argumenten om meer aandacht te besteden aan planologie en ruimtelijke ordening, stelt de hoogleraar met klem. Landen als het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Noorwegen of Denemarken hanteren strenge green belts, groene gebieden waar niet gebouwd mag worden. Op die manier blijven steden met hun agrarische uitloopgebied aantrekkelijk om te wonen. "Ook dát is een essentiële voorwaarde voor een hoogwaardige economie. Het gaat niet alleen om de vraag waar de beste havens en vliegvelden zijn. De kwaliteit van het landschap en de leefomgeving wordt steeds bepalender."

Hij noemt het Ruhrgebied in Duitsland als negatief voorbeeld. "Na de oorlog was dit hét trekpaard van de Duitse economie, het Wirtschaftswunder! Maar in de tegenwoordige hoogwaardige economie lijkt dit dichtbevolkte gebied nauwelijks mee te kunnen komen. Het vestigingsklimaat van München en Hamburg is niet te evenaren. Cultuur, landschap en milieu worden in deze regio's geprezen."