Met het oppakken van twee mannen uit Zoetermeer, die verdacht worden van het voorbereiden van een mogelijke aanslag, toont de AIVD aan dat het nog steeds zicht heeft op potentiële terroristische groeperingen in Nederland. Maar hoe verloopt zo'n onderzoek? En hoe worden politie-infiltranten ingezet, zoals in Zoetermeer is gebeurd?

"Wanneer grijp je in? Dat is vaak een groot spanningsveld tussen justitie en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD, red.)", vertelt Kees Jan Dellebeke, voormalig medewerker van de AIVD, voorheen Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD).

"Justitie wil vaak zo snel mogelijk ingrijpen, om te voorkomen dat er bijvoorbeeld een aanslag wordt gepleegd, terwijl de AIVD juist vaak wil wachten met ingrijpen om zo verder onderzoek te kunnen doen en mogelijk meer verdachten op te sporen", vervolgt Dellebeke, die in 1973 begon en in 2012 met pensioen ging.

Of de aanhouding van de twee mannen uit Zoetermeer afgelopen maandag ook tot spanningen tussen justitie en de AIVD hebben geleid, weet de oud-AIVD'er niet. "Maar over het algemeen is het zo dat hoe dichterbij de datum van de mogelijke aanslag komt, hoe meer beide partijen het eens zijn om in te grijpen."

Politie pakt 'man die aanslag voorbereidde' op in Zoetermeer
Politie pakt 'man die aanslag voorbereidde' op in Zoetermeer

Politie-infiltranten hebben normaal leven ernaast

Voordat maandag werd ingegrepen is bij het onderzoek naar de twee mannen uit Zoetermeer gebruik gemaakt van politie-infiltranten, agenten die zich voordeden als criminelen. Een zwaar middel volgens Jaap Timmer, politiesocioloog van de Vrije Universiteit en gastdocent van de Politieacademie.

"Er wordt heel strikt op toegezien of er geen lichter middel mogelijk is om tot hetzelfde resultaat te komen. Je kan met het aftappen van telefoons, observeren of informanten ook tot bewijs komen", zegt hij. "Maar als dat niet mogelijk is, dan moet je bijvoorbeeld via infiltranten jezelf van buiten de groep naar binnen werken."

De politiesocioloog weet hoe dit proces verloopt en schetst dat het werk van een infiltrant ontzettend zwaar is. "Ze moeten zich voordoen als medeterrorist, wat betekent dat ze allerlei maniertjes moeten aanleren. Het zijn eigenlijk heel geavanceerde acteurs."

Ondanks hun zware taak hebben de infiltranten er ook gewoon een leven naast. Volgens Timmer is dat "een redelijk normaal familieleven, maar wel op flinke afstand van waar ze infiltreren".

Omdat het zo'n zware taak is, mogen infiltranten hun werk maar een bepaalde tijd doen. "En ze krijgen psychische begeleiding", legt Timmer uit. "Een heel team om hen heen houdt ze in de gaten, want uiteindelijk zijn er wel mensenlevens mee gemoeid."

Van eerste tip tot aanhouding

  • Tips van verontruste burgers zorgen er vaak voor dat de AIVD verdachten op de radar krijgt. "Omwonenden en bekenden zien dan bijvoorbeeld dat een verdachte spullen heeft gekocht die niet in de haak zijn, of hebben vermoedens dat iets niet pluis is", aldus Timmer.
  • Als uit onderzoek van de AIVD blijkt dat verdachten "staatsgevaarlijke activiteiten" uitvoeren, wordt een ambtsbericht naar het Openbaar Ministerie (OM) verstuurd.
  • Na ontvangst van het ambtsbericht wordt het opsporingsonderzoek gestart. In feite wordt het onderzoek van de AIVD dan door politie en OM opnieuw gedaan. In de zaak van de twee aangehouden Zoetermeerders begon dat onderzoek begin oktober.
  • Tijdens het onderzoek van politie en OM blijft de AIVD de verdachten in de gaten houden. Bijvoorbeeld door te kijken of de verdachten nog relaties hebben met andere groeperingen.

'Als infiltrant moet je vertrouwen winnen'

Als infiltrant binnenkomen in een terroristische groepering is de ene keer makkelijker dan de andere keer. Het hangt er volgens Timmer ook vanaf hoeveel ervaring de verdachten hebben. "Het gaat om vertrouwen winnen, maar sommige van die gasten kunnen enorm naïef zijn. Een vraag als: 'Zoek je een kalasjnikov?' kan dan al voldoende zijn om je naar binnen te werken."

Hoeveel politie-infiltranten er in Nederland zijn weet Timmer niet. Wel is het zo dat in Europa aan veel strengere eisen moet worden voldaan om infiltranten in te zetten, dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten.

"Daar gebeurt het op grote schaal", zegt Jeanine de Roy van Zuijdewijn, terrorismeonderzoeker aan de Universiteit Leiden. "Een infiltrant mag bijvoorbeeld nooit iemand uitlokken tot het begaan van strafbare feiten die hij of zij niet van plan was om te plegen."

Het AIVD-kantoor in Zoetermeer. (Pro Shots)

'Nederlandse burger vertrouwt overheid meer'

Dat Nederland er opnieuw in is geslaagd verdachten van het voorbereiden van een aanslag aan te houden, voordat ze hun daad konden uitvoeren, is volgens oud-AIVD'er Dellebeke een goed teken.

"Doordat er in Nederland door partijen als de politie, douane, belastingdienst, maar ook reclassering goed wordt samengewerkt, kunnen inlichtingendiensten goed functioneren. Er is een infobox gecreëerd waar alles samenkomt. Dat maakt de AIVD erg sterk."

Of die AIVD ook beter is dan andere Europese inlichtingendiensten is lastig om te zeggen, vindt De Roy van Zuijdewijn. "We hebben als samenleving weinig mogelijkheden om te zien wat er achter de schermen gebeurt."

"De omvang van het probleem verschilt ook", vervolgt ze. "In Frankrijk gaat het alleen al om ongeveer tweeduizend uitreizigers naar Syrië en Irak, terwijl dat er in Nederland driehonderd zijn. De afgelopen jaren is vaker gebleken dat de Nederlandse diensten er goed bovenop zitten. Denk aan het oprollen van de terroristische cel in Arnhem vorig jaar."

Wat volgens Timmer wel helpt, in vergelijking met andere landen, is het vertrouwen van de Nederlandse burger in de overheidsdiensten. "Dat vertrouwen is behoorlijk hoog en dat zorgt ervoor dat bezorgde burgers denken: ik vertrouw dit niet, ik ga het melden. Kennelijk is dat goed georganiseerd én ingeburgerd in Nederland."