Binnen één maand tijd zijn er zo'n duizend leerlingen bevrijd uit twee scholen in Nigeria, waar ze volgens de politie in "mensonterende omstandigheden" verkeerden. Beide keren gebeurde dit op hetzelfde soort islamitische kostscholen. Wat voor scholen zijn dit en hoe kon dit gebeuren?

Het hoofdgebouw van de school in de Noord-Nigeriaanse staat Katsina zag er netjes uit toen de Nigeriaanse politie er vorige week zaterdag binnenviel, met schone, witte tegels aan de buitenkant en werkend sanitair. Maar in een bijgebouw werden tientallen leerlingen ontdekt die daar mishandeld en seksueel misbruikt werden. Een deel van hen zat aan de muren vastgeketend.

Eind september stuitte de politie al op een gelijksoortige situatie op een andere school in Nigeria, in de 350 kilometer zuidelijkere staat Kaduna. Leerlingen werden daar stelselmatig seksueel misbruikt of mishandeld. Zo werden ze onder meer geslagen met elektriciteitskabels en motorriemen. Sommigen waren vastgeketend aan kapotte generatoren en sleepten die overal met zich mee, inclusief naar de wc en naar bed.

Een bevrijde leerling van de school in Kaduna vertelde aan persbureau Reuters hoe hij na een ontsnappingspoging aan kettingen opgehangen werd, totdat zijn armen braken. Om te herstellen mocht hij voor zes maanden terug naar huis. Zijn familie stuurde hem terug toen hij genezen was.

Als kinderen hun ouders vertelden over de verschrikkingen op school, werden ze hard gestraft door de leraren. Sommige ouders wilden zelfs na de politie-inval niet geloven wat er gebeurd was en zeiden dat er geen problemen op de school waren.

“Ze zijn op school overgeleverd aan de grillen van de leiding, die leerlingen gebruikt om geld te verdienen, geen verantwoording hoeft af te leggen aan de overheid en door niemand gecontroleerd wordt.”
Sabo Keana, medewerker van het Almajiri Child Rights Initiative

'Overgrote deel kinderen naar kwetsbare scholen'

Almajiri-scholen, zoals dit type scholen heet, zijn het populairst in Noord-Nigeria, het armste deel van het land. In Nigeria is een groot tekort aan gratis staatsscholen en daarnaast kunnen veel ouders de boeken en schoolkleding hiervoor niet betalen. De traditionele islamitische Almajiri-kostscholen vervullen daardoor de behoefte voor onderwijs en opvang. Soms doen ze ook dienst als onofficiële heropvoedingscentra voor (jong)volwassenen.

De situatie op de twee scholen waar de politie ingreep is weliswaar uitzonderlijk, maar illustreert volgens Mohammed Sabo Keana de enorm kwetsbare omstandigheden waarin het overgrote deel van de kinderen die naar dit soort scholen gaan, zich bevindt.

'Mogelijk meest uitgebuite groep kinderen'

Sabo Keana werkt voor het Almajiri Child Rights Initiative (ACRI), een organisatie die misstanden in dergelijke kostscholen onder de aandacht probeert te brengen. "Ouders sturen hun kinderen in sommige gevallen naar de kostscholen omdat ze willen dat hun kind een religieuze opleiding krijgt, maar vaker omdat er geen andere optie is", zegt Sabo Keana. "Ouders hopen dat hun kinderen via de Almajiri-school in elk geval een opleiding krijgen."

Vaak wordt de ouders beloofd dat er voor de kinderen gezorgd zal worden, maar de realiteit is dat de leerlingen in veel gevallen de straat op moeten om hun eten en schoolgeld bij elkaar te bedelen. Daar zijn ze kwetsbaar voor mensenhandel, seksuele uitbuiting en orgaanroof voor rituele doeleinden. "Tegelijkertijd worden ze op school overgeleverd aan de grillen van de leiding, die leerlingen gebruikt om geld te verdienen, geen verantwoording hoeft af te leggen aan de overheid en door niemand gecontroleerd wordt."

"Het is misschien wel de meest uitgebuite groep kinderen ter wereld", vervolgt Sabo Keana, die toevoegt dat de kinderen zo een makkelijke prooi zijn voor ronselaars van terreurgroep Boko Haram.

Scholen kennen lange geschiedenis

Voordat de Britten het westerse onderwijssysteem in Nigeria afdwongen, was dit type religieuze scholen een voor die tijd moderne innovatie, zegt Corey Williams, Nigeriadeskundige aan de Universiteit Leiden.

Niet alleen werden ze ondersteund door de sultan, maar ze waren toegankelijk voor zelfs de armste leerlingen. "Ze waren relatief gezien echt hun tijd ver vooruit."

Toen de Britse koloniale regering de scholen loskoppelde van de overheid, waren de scholen op zichzelf aangewezen en werden ze steeds meer een plek waar kinderen kwetsbaar waren voor machtsmisbruik.

Het toezicht was weg en als leraren daar misbruik van maakten, had dat geen consequenties. "Eenzelfde kwetsbaarheid bij kinderen zie je op scholen in het westen, bijvoorbeeld bij de misstanden op Britse kostscholen of misbruikschandalen in katholieke instellingen", stelt Williams.

“Het gebrek aan overzicht is de oorzaak achter de misstanden.”
Nigeria-deskundige Corey Williams

Buhari: Sluit zoveel mogelijk van deze centra

Critici stellen dat de overheid vanwege corruptie en eigenbelang al jaren niets doet aan de scholen. In juni kondigde de Nigeriaanse president Muhammadu Buhari aan de misstanden aan te pakken, maar tot nieuw beleid heeft dat nog niet geleid.

Na de inval bij de tweede school heeft de president volgens een woordvoerder de politie gevraagd "zoveel mogelijk van deze centra op te zoeken en te sluiten". Een woordvoerder voegde toe: "Hiermee bedoelt hij niet alle Almajiri-scholen, maar alleen waar mensen misbruikt worden in de naam van de islam."

Maar volgens Nigeria-deskundige Williams is het sluiten van deze scholen niet mogelijk of heel wenselijk. "Dat zou politiek explosief zijn. Wat ik eerder zie gebeuren is dat de overheid de scholen meer naar zich toetrekt. Het gebrek aan overzicht is namelijk de oorzaak achter de misstanden."

Wat Williams en Sabo Keana zich beiden afvragen, is of de overheid daadwerkelijk het geld daaraan wil en zal besteden. "In Nigeria verdwijnt jaarlijks zo'n 20 procent van het budget door corruptie", zegt Williams. "En net als in Nederland is onderwijs een van de eerste dingen waarop bezuinigd wordt bij geldgebrek."

Sabo Keana houdt desondanks de moed erin. Hij is blij dat na tientallen jaren stilte de misstanden op de Amajiri-scholen eindelijk besproken worden in de hoogste regionen van de politiek: "Ze hebben het over nieuwe beleidsvorming, terwijl hiervoor niemand erover sprak."