Belangrijke Nederlandse kunst in particulier bezit wordt onvoldoende beschermd. Die conclusie trok een adviescommissie van de Raad voor Cultuur deze week. Topstukken van grote culturele waarde verdwijnen daardoor te makkelijk naar het buitenland. Wat ligt er eigenlijk allemaal aan topstukken op de Nederlandse zolders en waarom is daar zo weinig zicht op?

21 jaar lang bewaarde Rotterdammer Sirak Asfaw een antieke, religieuze Ethiopische kroon in zijn flat. Het topstuk uit 1790 viel per ongeluk in zijn handen toen zijn huis in de jaren negentig diende als ontmoetingsplek en tijdelijke verblijfplaats voor Ethiopische vluchtelingen.

"In de koffer van een van die mannen stond een gouden kroon. Je hoeft geen raketgeleerde te zijn om te snappen dat dat niet in de haak was", zegt kunstdetective Arthur Brand, die de vondst deze week samen met Asfaw bekendmaakte.

Asfaw zag onmiddellijk de historische waarde van de ruim twee eeuwen oude kroon in. Hij nam het voorwerp in beslag en wees de smokkelaar de deur. Asfaw wilde de kroon terugbrengen naar Ethiopië, maar niet zolang het communistische regime dat kunstdiefstallen mogelijk maakte nog aan de macht was. De kroon is miljoenen euro's waard.

'Cultureel erfgoed verdwijnt te makkelijk naar het buitenland'

Het nieuws van de gestolen Ethiopische kunstschat kwam naar buiten kort nadat de Raad van Cultuur concludeerde dat ook in Nederland belangrijke kunst onvoldoende wordt beschermd. Er is te weinig zicht op welke kunstschatten in particulier bezit zijn en waar die dan zijn.

Er bestaat een lijst van beschermde kunstvoorwerpen in particulier bezit. Hier staan 723 kunstvoorwerpen op, maar deze lijst is onvolledig en wordt al jaren niet meer aangevuld. Daardoor kan belangrijk cultureel erfgoed te makkelijk naar het buitenland verdwijnen, stelt de commissie.

Dit gebeurde bijvoorbeeld aan het begin van dit jaar, toen prinses Christina een tekening gemaakt door de Vlaamse (destijds Zuid-Nederlandse) grootmeester Peter Paul Rubens uit circa 1610 voor 7,2 miljoen euro verkocht aan een vermoedelijk buitenlandse koper. De tekening stond niet op de lijst van beschermd erfgoed.

“De Nederlandse staat is erg zuinig wanneer het om kunst gaat”
Renée Steenbergen, deskundige particuliere kunstcollecties

Tegelijkertijd zitten kunstverzamelaars die wél erkend cultureel erfgoed in huis hebben ermee in hun maag: verkopen naar het buitenland mag niet, maar in Nederland zijn er vaak te weinig geschikte kopers. In zo'n geval kan de Nederlandse overheid het werk aanschaffen met geld uit het Nationaal Aankoopfonds, maar dat geld is er vaak niet. "De Nederlandse Staat is erg zuinig wanneer het gaat om kunst", zegt deskundige particuliere collecties Renée Steenbergen.

Zo is de aankoop van Rembrandts huwelijksportretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit maar voor een klein deel betaald door het Aankoopfonds. De familie Rothschild zette de schilderijen in 2015 te koop voor 160 miljoen euro, maar het fonds beschikte slechts over 30 miljoen euro. De rest van het bedrag werd betaald uit andere staatskassen en door het Rijksmuseum.

Welke bekende topstukken zijn particulier bezit?

  • Portret van Maria Trip (1639) door Rembrandt van Rijn. Te zien in het Rijksmuseum, Amsterdam
  • Portret van Nicolaas Stenius (1650) door Frans Hals. Te zien in Museum Catharijneconvent, Utrecht
  • Jan Six met zijn hond bij een venster (1647) door Rembrandt van Rijn. Privébezit

Portret van Maria Trip door Rembrandt van Rijn. (Foto: Rijksmuseum)

Trots zijn op kunst was lange tijd niet chique

Kunstdetective Brand vindt de conclusies van het rapport niet verrassend. "In Nederland was het tientallen jaren not done om trots te zijn op de kunst en het cultureel erfgoed van het land. Dat riekte naar nationalisme. Daardoor hebben ze nu geen zicht meer op welke stukken we allemaal hebben, en waar die zijn."

Volgens Brand zijn de uitvoerregels voor kunst en cultureel erfgoed in andere Europese landen veel strenger. "Zij hebben complete lijsten van hun kunstschatten. Als je in Engeland of Frankrijk vertelt dat wij die Rubens zijn kwijtgeraakt, dan lachen ze je uit. Zo van: maar dat is je nationale erfgoed. Dat verkoop je toch niet!"

“Zonder particuliere verzamelaars zouden de meeste kunstwerken al tot ruïnes zijn vervallen.”
Renée Steenbergen, deskundige particuliere kunstcollecties

Steenbergen stelt dat de overheid te weinig kennis heeft van particulier bezit, terwijl particuliere verzamelaars en musea de belangrijkste beheerders en verzorgers van het cultureel erfgoed zijn. "Zonder hen zou veel erfgoed al verloren zijn gegaan", zegt ze.

De deskundige wijst op wat er allemaal aan particulier bezit hangt in de Nederlandse musea. "Bijna de helft van wat in het Rijksmuseum hangt, is geen eigendom van de staat, maar deels van particuliere kunstbezitters. Kijk maar eens goed naar de bordjes die onder de schilderijen hangen. Zonder hen zouden de wanden in de musea heel veel lege plekken hebben."

'Je kunstwerk wordt als het ware gegijzeld'

Meer overleg tussen de overheid en kunstbezitters is volgens Steenbergen dus absoluut noodzakelijk om belangrijke topstukken in Nederland te houden. Steenbergen: "Als er meer contact tussen de overheid en de particulieren zou zijn, zouden meer verzamelaars bereid zijn hun stukken voor een vriendenprijsje van de hand te doen. Veel particulieren willen graag het nationaal kunstbezit ondersteunen."

Nu is dat niet het geval. "Ik ken verzamelaars die zeggen: ik ben bang dat wij dingen hebben die op de lijst van beschermd erfgoed komen", aldus Steenbergen. "Je kunt er dan geen kant mee op. Het werk wordt als het ware gegijzeld."

De Ethiopische kroon die Brand en Asfaw deze week naar buiten brachten, is inmiddels ondergebracht bij een veilig onderkomen. Het duo wil het topstuk terugbrengen naar Ethiopië. "Deze kroon heeft een enorme religieuze lading voor tientallen miljoenen mensen. Het is nationaal erfgoed, zo niet werelderfgoed", zegt Brand. "Als sleutelwerken naar het buitenland verdwijnen, is dat een verlies voor de maatschappij."