Zaterdag is het precies 25 jaar geleden dat de veerboot Estonia zonk in de Oostzee. 852 van de 989 opvarenden kwamen daarbij om het leven. Volgens de officiële lezing zonk het schip door een losgeraakte boegklep. Sceptici stellen echter dat de rampoorzaak nooit helemaal is opgehelderd en blijven zoeken naar andere verklaringen.

Het veerbootdrama is de grootste scheepsramp in de Europese naoorlogse geschiedenis.

De Estonia vertrekt op 27 september 1994 om 19.15 uur uit de haven van Tallinn en zet koers richting Stockholm, de hoofdstad van Zweden. Aan boord zijn 989 opvarenden, onder wie 803 passagiers en 186 bemanningsleden.

Er is voor die nacht slecht weer voorspeld, maar de eerste uren na het vertrek verlopen normaal. Naarmate de Estonia halverwege de reis in diepere wateren komt, steekt echter een stormachtige wind op en ontstaan golven die 3 tot 4 meter hoog zijn. De veerboot vaart met een snelheid van 26 kilometer per uur over de ruwe Oostzee. Hoge golven spatten uiteen tegen de boeg en het schip slingert op de golven.

Door de stevige deining zijn sommige passagiers zeeziek; zij zoeken vroeg hun hutten op. Anderen blijven tot na middernacht hangen in een van de bars en vermaken zich met een dansact, waarbij dansers moeite hebben op de been te blijven door het harde schommelen van de boot. Lampen gaan heen en weer en het barpersoneel heeft moeite om de glazen recht te houden.

De Estonia was eigendom van de Zweeds-Estse scheepvaartmaatschappij Estline. (Foto: Reuters)

Passagiers horen vreemde geluiden

Om 1.00 uur hoort een bemanningslid tijdens zijn controlerondje over het autodek een harde metaalachtige knal uit de richting van de boeg. Hij informeert een collega en samen onderzoeken zij kort wat het geluid veroorzaakt. Zij vinden echter niets ongewoons bij de boegklep en geven dit door aan de officieren op de brug.

Vijf minuten later komen echter weer vreemde geluiden uit het schip. Sommige passagiers horen die ook en overlevenden spreken later van "luide" en "metaalachtige" knallen, die anders klinken dan golven. Volgens een opvarende klinkt het alsof "met een enorme hamer op de boeg wordt geslagen".

Rond 1.15 uur knalt de boegklep uit zijn scharnieren en schiet het 57 ton zware metalen object van de boot. Grote hoeveelheden water stromen bij elke golf het autodek op. Daarna gaat alles heel snel.

De Estonia kapseist

Het schip kapseist en hangt in een scherpe hoek naar stuurboord. Sommige passagiers vallen uit hun bedden en zij die zich buiten de slaapvertrekken bevinden, worden tegen muren of andere objecten gesmeten. Velen lopen al gelijk verwondingen op en het zou kunnen dat enkelen op slag sterven.

Passagiers raken gedesoriënteerd en proberen bij de trappen te komen, terwijl zij over deurposten van hutten en over lichamen moeten springen. Sommige reizigers zijn zo in shock, dat ze stokstijf voor zich uit staren. Anderen raken in paniek en gillen. Veel mensen dragen alleen nachtkleding en hebben geen zwemvest.

De meeste opvarenden bevinden zich in hun hutten als het drama zich voltrekt en hebben geen schijn van kans. Omdat het wrak nooit geborgen is, bevinden de meeste lichamen zich daar vermoedelijk nog steeds.

Alleen de sterkste en gelukkigste personen, vooral jonge mannen, weten via de trappen in het gekantelde trappenhuis op de buitendekken te komen. Omdat alles zo snel gaat en de Estonia binnen enkele minuten haaks op de golven ligt, is van een georganiseerde evacuatie geen sprake.

Reddingsboten kunnen niet zakken, maar reddingsvlotten wel in zee gegooid. Niet iedereen draagt een reddingsvest, dus sterven nog veel mensen in het ijskoude water. Rond 1.30 ligt bijna het hele schip al onder water en om 1.50 uur verdwijnt de Estonia van de radar.

Zeelieden vissen een leeg reddingsvlot van de Estonia uit zee. (Foto: Reuters)

Twee Nederlanders aan boord van rampschip

Vanwege de storm en de woeste zee duurt de reddingsoperatie uren, waardoor er nog drenkelingen in de vlotten sterven door onderkoeling. Die nacht en de daaropvolgende ochtend redden helikopters en aangesnelde schepen 138 mensen (één persoon sterft in het ziekenhuis).

Hoewel de boot onder Estse vlag vaart, zijn de meeste slachtoffers Zweeds (501), gevolgd door 285 Esten. In totaal komen de slachtoffers uit zeventien verschillende landen. Aan boord zijn twee Nederlanders. De 32-jarige vrachtwagenchauffeur Tom de Klerk overleeft de ramp niet, zijn collega Stephan Duijndam wel.

Enkele dagen na de ramp wordt het wrak van de Estonia gelokaliseerd. Het wrak ligt ondersteboven op de bodem van de Oostzee op een diepte van ongeveer 80 meter, 40 kilometer ten zuiden van het Finse eiland Utö. Bijna 2 kilometer verderop hijsen bergers de losgeschoten boegklep boven water.

Zweden, Estland en Finland besluiten het zeemansgraf ongemoeid te laten. De drie landen spreken af dat duiken naar het wrak verboden is.

Dit Poolse schip Pomerania had eenzelfde soort boegklep als de Estonia. (Foto: Reuters)

Ramp te wijten aan constructiefout

Drie jaar later brengen Zweedse, Estse en Finse experts hun onderzoeksrapport uit. Zij concluderen dat het zwakke sluitsysteem van de boegdeur de voornaamste oorzaak is van de ramp. Dat had volgens de onderzoekers vijf keer zo sterk moeten zijn. Volgens hen rukten de zware golven, die herhaaldelijk op de boeg beukten, de deur weg. De veerboot zou niet te hard hebben gevaren en de bemanning wordt niets verweten.

Ook tientallen overlevenden vertellen dat de boegklep ontbrak toen het water het schip opslokte. Een Brits rapport trekt twee jaar later dezelfde conclusie, maar meldt ook dat de Estonia niet zeewaardig was vanwege de kwetsbare constructie van het autodek.

De Estonia was een zogeheten roll-on-roll-offschip met één groot achterdek. Hierdoor heeft een watermassa die op het dek terechtkomt enorm veel ruimte. Als het water naar één kant spoelt, kan een schip in korte tijd kapseizen. De kwetsbaarheid van dit concept was ook al gebleken bij de ramp met de Herald of Free Enterprise in 1987 in de haven van Zeebrugge in België.

Na de ramp met de Estonia zijn de veiligheidseisen voor roll-on-roll-offschepen aangescherpt en moesten dekken opgedeeld worden in compartimenten.

Beschadigingen op de gevonden boegklep van de Estonia. (Foto: Reuters)

Scheepsramp voer voor complottheorieën

De bouwer van de Estonia, de Duitse werf Meyer die het schip in 1979 bouwde, verwees het officiële onderzoeksrapport naar de prullenbak. Volgens het bedrijf was de ramp te wijten aan slecht onderhoud en niet aan de constructie.

In 2000 kwam de Duitse journaliste Jutta Rabe met een andere theorie. Zij is ervan overtuigd dat op de Estonia een explosie heeft plaatsgevonden. Dat zou onder meer blijken uit twee stukken metaal, die bij een duikexpeditie (tegen de afspraken in) werden opgedoken. Uit analyses van dat materiaal blijkt volgens Rabe dat op het schip een explosie heeft plaatsgevonden.

Een jaar eerder kwam het Duitse weekblad Der Spiegel met een verhaal waaruit moest blijken dat de ramp met de Estonia te wijten was aan een aanslag. De explosieven zouden met magneten aan de boeg zijn bevestigd en via een tijdontsteking tot ontploffing zijn gebracht.

Een andere theorie stelt dat zich aan boord smokkelwaar of militaire attributen bevonden en dat kwaadwillende personen de veerboot daarom tot zinken hebben gebracht.

Nabestaanden eisen nieuw onderzoek

Ook nabestaanden zijn het, tot op de dag tot vandaag, niet eens met de manier waarop het onderzoek verricht is. Sommigen van hen stellen zelfs dat de onderzoekers en overheden de zaak in de doofpot hebben willen stoppen.

Nabestaanden hebben herhaaldelijk gevraagd om het onderzoek te heropenen, maar tot op heden gaven regeringsleiders hier geen gehoor aan, omdat daar geen nieuwe aanwijzingen voor waren.

Deze week eisten nabestaanden nog dat de Estse overheid nieuw onderzoek moet doen naar de rampoorzaak. Zij willen dat naar het wrak gedoken wordt om aan alle speculaties een einde te maken. De rechter beslist 24 oktober of de zaak wordt heropend.

Een dag na de ramp heeft een Fins militair schip enkele lichamen kunnen bergen. (Foto: Reuters)