Een paar weken geleden begon een nieuw hoofdstuk in een situatie die al jaren doet verbazen. Een Deense bank zette een hypotheeklening uit met een negatieve rente van 0,5 procent.

In Denemarken werken banken als een soort tussenpersoon tussen investeerders en consumenten. De investeerders waren in dit geval dus bereid om geld te betalen om een bedrag uit te lenen voor een hypotheek.

Maar ook de consument moet betalen aan de bank. Als tussenpartij rekent de bank allerlei kosten aan de consument.

Voor particulieren dus nog geen feest van gratis geld, maar geld lenen wordt wel steeds goedkoper. Zo dalen hypotheekrentes in Nederland al jaren en is de laatste weken zelfs een sprint ingezet. Inmiddels zijn er NHG-hypotheken met een rentevaste periode van een jaar waar banken minder dan 1 procent rente voor rekenen.

De situatie illustreert de zoektocht van investeerders die een zeker rendement willen, maar geen grote risico's willen nemen.

En vooral overheden profiteren hiervan. Zo erg zelfs dat er een unieke situatie is ontstaan: Duitse en Nederlandse overheden kunnen tegen een negatieve rente geld lenen. Met andere woorden, de Nederlandse overheid krijgt geld toe om geld te lenen.

Op het moment van schrijven is de rente op een tienjarige staatsobligatie voor Nederland -0,44 procent.

Lagere rente voor Griekenland dan voor VS

Een paar jaar geleden gold dit alleen voor bepaalde soorten leningen, maar inmiddels kan de Nederlandse Staat zelfs een dertigjarige lening met een negatieve rente afsluiten. Ook andere overheden wereldwijd hebben de renteniveaus op hun staatsobligaties flink zien dalen.

Zo was Griekenland zeven jaar geleden de facto failliet, maar kan het land nu voor een appel en een ei weer geld ophalen op de financiële markten. De rente op een tienjarige Griekse staatsobligatie is zelfs lager dan die op een Amerikaanse staatsobligatie met dezelfde looptijd.

Zelfs sommige ondernemingen kunnen geld lenen tegen een negatieve rente, zolang het bedrijf maar een hoge kredietwaardigheid heeft. Zo haalde Siemens onlangs 1 miljard euro op met een negatieve rente van 0,315 procent.

Naar schatting hebben zo'n 17 biljoen dollar (ruim 15,3 biljoen euro) aan obligaties een negatief rendement. En elke dag wordt dit bedrag groter. Hoe kan dit? Kort samengevat: door vergrijzing is er wereldwijd een enorm vermogen ontstaan dat op zoek is naar een veilig rendement.

Daar komt nog eens bij dat centrale banken hier de laatste jaren aan hebben bijgedragen door op grote schaal obligaties op te kopen in een poging hun economieën te stimuleren.

Meer spaargeld van ouderen leidt tot een lagere rente

Het relatief grote aandeel ouderen onder werkenden zorgt voor een structureel grote vraag naar obligaties, vertelt Casper de Vries, monetair econoom aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Deze ouderen hebben namelijk meer spaargeld en hoe dichter zij bij het pensioen zijn, hoe minder risicovol ze dat geld beleggen. En een grotere vraag leidt tot een lagere rente.

"Er wordt meer gespaard en pensioenfondsen moeten meer beleggen. Voor een deel beleggen ze in aandelen, maar ook veel in obligaties. Waardoor er gewoon heel veel spaargeld aanwezig is en dat leidt tot een daling van de rente", vertelt Harald Benink, hoogleraar Banking en Finance aan de Universiteit Tilburg.

"Die vergrijzing is echt een heel langzaam proces", legt De Vries uit. "Nu begint de babyboomgeneratie in omringende landen, maar ook in Nederland, zich zorgen te maken en dus gaat die extra sparen en niet consumeren. Ook vanwege onzekerheden in de internationale economie vlucht men dan in obligaties. Dit speelde tien à twintig jaar geleden veel minder."

Een andere reden is dat centrale banken de inflatie - de stijging van prijzen - sinds de jaren tachtig beter onder controle hebben gekregen. En als je belegger bent, wil je op z'n minst gecompenseerd worden voor inflatie. Met een lage inflatie is hiervoor dus minder compensatie nodig.

De ECB als monopolist

En dan zijn er nog die aankopen van de centrale banken. Die hebben de afgelopen jaren wereldwijd voor duizenden miljarden aan staatsobligaties opgekocht. Zo heeft de Europese Centrale Bank (ECB) voor maar liefst 2.600 miljard euro aan obligaties op de balans staan. Hierdoor zijn de renteniveaus nog verder gedaald.

In sommige markten zijn die centrale banken zulke grote spelers dat De Vries spreekt van monopolisten. "Ze denken dat ze door het aankopen van die staatsobligaties uiteindelijk de inflatie opjagen, maar door dat aankopen stijgt de prijs van die obligatie en daalt de rente."

Die invloed van de ECB zou volgens de hoogleraar vooral te voelen zijn in Zuid-Europa. "Omdat de ECB zo sterk in de markt staat, zijn de rentes van de Zuid-Europese landen geen marktrentes. Absoluut niet. Die geven ook het risico niet weer en dat is een groot probleem. Want hierdoor kunnen die overheden te gemakkelijk tekorten oplopen en deze financieren."

Vergrijzing in China

De Vries noemt ook de opkomst van China als belangrijke factor bij negatieve renteniveaus. De vergrijzing is daar veel groter dan in andere landen en de gemiddelde Chinese consument geeft relatief weinig uit. "Die sparen dus ook allemaal als gekken, omdat daar de sociale zekerheid - hoewel het een communistische staat is - ongeveer nul is."

Verder houdt China de inflatie in de rest van de wereld laag door enorm veel producten tegen lage prijzen uit te voeren.

Wanneer gaat de rente weer stijgen?

Hoelang duurt het nog voordat de rentes misschien weer gaan stijgen? "Zolang die factoren op dezelfde manier blijven werken, zal de rente nog heel lang, heel laag blijven en zelfs negatief", zegt Benink.

De Vries verwijst naar China. Wanneer Chinese consumenten meer gaan consumeren, zou de trend gekeerd kunnen worden. Hij denkt dat dit ergens over tien tot vijftien jaar kan gebeuren. "Die voorspelling durf ik wel te doen."

Buitenkansje voor overheden

Gratis geld lijkt fijn, maar spaarders en pensioenfondsen trekken aan het kortste eind door de lage renteniveaus. En ondanks die lage rente hapert de Europese economie opnieuw en lijkt Duitsland zelfs in een recessie terecht te komen.

Maar wat moeten we nu doen? Overheidsuitgaven en belastingverlagingen, zegt De Vries. Monetair beleid van de ECB is bij een rente van 0 procent uitgespeeld.

Hoogleraar Benink spreekt van een buitenkans voor overheden. "Als je gewoon als overheid voor tien, twintig tot dertig jaar tegen een negatieve rente kunt lenen en je gaat daar dan productieve investeringen mee financieren die een positief rendement hebben voor de economie, dan is dat een goede zaak." Hij noemt investeringen in infrastructuur en wetenschappelijk onderzoek als voorbeeld.

Maar tot voor kort hebben de overheden dat nagelaten. In de landen met de beste overheidsfinanciën, Duitsland en Nederland, hielden politici vooralsnog de hand op de knip, hoewel er steeds meer berichten de ronde doen over stimuleringsfondsen in beide landen. "Het zijn de overheden die wat moeten doen. Maar bijvoorbeeld in Europa - omdat iedereen kan wegkijken naar de ECB - doen die overheden niks", zegt De Vries.

Die lage rente gaat niet zomaar weg

Maar van de Europese Centrale Bank, die volgende week waarschijnlijk met een stimuleringspakket komt, kan niet veel verwacht worden, denkt De Vries. "Monetair beleid is uitgespeeld. Extra monetaire stimulans leidt alleen maar tot hogere aandelenkoersen en huizenprijzen."

Aan die trend van steeds meer spaargeld dat op zoek is naar een zekerrendement lijkt voorlopig nog geen einde te komen. De vergrijzing zet nog door, centrale banken willen voorlopig nog de wereldeconomie stimuleren op allerlei manieren en de Chinese bevolking blijft veel sparen. Lage spaar- en hypotheekrentes en ook de lage rekenrente voor pensioenen lijken daarom voorlopig nog aan de orde van de dag.