Afgelopen week was het precies twee maanden geleden dat Ekrem Imamoglu het mandaat voor het burgemeesterschap van Istanboel kreeg. Hij is de eerste burgervader in 25 jaar die niet uit het politieke kamp van president Recep Tayyip Erdogan komt. Hoe vergaat het de oppositieburgemeester en wat merken de inwoners van de stad van zijn bewind?

Imamoglu won in juni voor de tweede maal de burgemeestersverkiezing namens oppositiepartij CHP. De eerste ronde, die hij met een nipte voorsprong won, was een maand eerder na politieke druk van Erdogan ongeldig verklaard door de hoogste kiesraad van Turkije, de YSK.

De onvrede van het electoraat over die beslissing vertaalde zich naar een ongekende zege: Imamoglu behaalde 54,2 procent tegenover 45 procent voor oud-premier Binali Yildirim van de AKP, de partij van Erdogan. Dit was het hoogste percentage van de stemmen in de stad in 35 jaar.

In sommige wijken haalde Ekrem Imamoglu 85 procent van de stemmen. (Foto: NU.nl/Nick Augusteijn)

Zweem van corruptie uitdrijven

Een groot deel van de inwoners van Istanboel keek dan ook reikhalzend uit naar wat een nieuw tijdperk moet inluiden, een periode waarin de excessen en de zweem van corruptie van het AKP-bestuur tot het verleden moeten behoren.

Zo werd eerder deze maand het advertentiecontract met de regeringsgezinde mediagroep TürkMedya opgezegd. De gemeente maakte maandelijks 1,6 miljoen euro over naar het bedrijf. Daarnaast ging het mes in het personeelsbestand van het media- en communicatiebureau van Istanboel, waarbij vijftig medewerkers het veld moesten ruimen.

In de aanloop naar de verkiezingen lagen de vele donaties aan religieuze of aan de AKP gelieerde stichtingen al onder vuur. De Turkse Jeugdstichting (TÜGVA), waar de zoon van president Erdogan in het bestuur zit, ontving met ongeveer 11,3 miljoen euro het grootste deel van de 130 miljoen euro die vorig jaar aan donaties uit de gemeentekas van Istanboel vloeide. Afgelopen week zei Imamoglu dat er inmiddels 50 miljoen bespaard is en dat dit "slechts het begin" is.

Istanboel staat vol met bouwprojecten die vanwege geldgebrek stilliggen. (Foto: NU.nl/Nick Augusteijn)

Politiek handelen onder vergrootglas

Het handelen van de 49-jarige Imamoglu, geboren en getogen in Trabzon, ligt voortdurend onder een vergrootglas, zowel bij voor- als tegenstanders. Zo verweet president Erdogan hem dat hij op vakantie was tijdens de zware regenval die Istanboel trof op 17 augustus, terwijl het die week daadwerkelijk vakantie was vanwege het Offerfeest. Daarnaast was dergelijk noodweer niet voorspeld. Bovendien was Imamoglu de dag erna alweer terug in de stad om de schade op te nemen.

Dat is een van de redenen dat Karen Kumbasar, werkzaam bij de Turkse milieubeschermingsorganisatie TEMA, "dolblij" is met de nieuwe burgemeester. "Hij lijkt alles direct en op een transparante manier aan te pakken. Hij geeft me het gevoel dat ik erop kan vertrouwen dat hij zijn werk doet en het geld gebruikt wordt waarvoor het bedoeld is."

De 35-jarige Kumbasar meent daarnaast dat Imamoglu dichter bij de inwoners van Istanboel staat. "Hij verschuilt zich niet voor de camera, hij doet verslag van raadsvergaderingen en komt met voorstellen voor praktische problemen. Bovendien benoemt hij mensen met verstand van zaken voor belangrijke posten." Een kanttekening die ze plaatst, is dat er wat haar betreft nog altijd te weinig vrouwen onder de benoemingen zijn.

Een vrouw werkzaam in de culturele sector, die anoniem wil blijven, is terughoudender. "Hoewel de overwinningen de hoop hebben aangewakkerd dat verandering mogelijk is, wil ik niet te hard juichen. Voorlopig zie ik vooral een burgemeester die uitvoert; ik zie nog geen visie of plannen voor structurele veranderingen."

Het gemeentehuis van Istanboel, in de wijk Fatih. (Foto: NU.nl/Nick Augusteijn)

Aftakeling Turkse democratie nog in volle gang

Het enthousiasme naar aanleiding van de verkiezingsuitslag in Istanboel en de grote woorden van experts over de weerbaarheid van de Turkse democratie ten spijt, recente ontwikkelingen tonen aan dat het land nog altijd afglijdt op democratisch vlak. Op 19 augustus werden drie gekozen burgemeesters in het zuidoosten van Turkije, waar de bevolking overwegend van Koerdische origine is, zonder rechtsgang afgezet en vervangen door administrateurs van de regering.

De AKP en Erdogan beweerden dat de burgemeesters van de Democratische Volkspartij (HDP) van Diyarbakir, Van en Mardin banden zouden hebben met de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), een beweging die op de EU-lijst van terroristische organisaties staat. Voor die vermeende banden met de PKK werd geen sluitend bewijs aangevoerd. Het afzetten van burgemeesters gebeurde eerder in 2017, toen nog tijdens de noodtoestand. In de nasleep van de mislukte staatsgreep zijn 95 van de 102 burgemeesters afgezet die lid zijn van de pro-Koerdische partij HDP.

Een columnist van propagandakrant Sabah schreef daarop dat de afzetting van andere oppositieburgemeesters mogelijk volgt, waaronder die van Imamoglu. Een columnist van oppositiekrant Sözcü deelde een dag later een vergelijkbaar bericht, waarna de woordvoerder van Erdogan zich op 21 augustus genoodzaakt zag te zeggen dat er niets speelt. De president zelf waarschuwde afgelopen zondag echter dat burgemeesters die "publieke middelen misbruiken" hetzelfde lot wacht als de Koerdische burgemeesters.

Het ordehandhavingsvoertuig is in het centrum een onderdeel van het straatbeeld geworden. (Foto: NU.nl/Nick Augusteijn)