23 augustus is UNESCO's Internationale Dag ter Herinnering aan de Slavenhandel en de Afschaffing. De reden dat die datum werd gekozen is een in Nederland weinig bekende historische gebeurtenis: de Haïtiaanse Revolutie.

Een voodooceremonie tijdens een tropische storm vormde in de nacht van 22 op 23 augustus 1791 het startschot voor een gewelddadige omwenteling in de toenmalige Franse kolonie Saint-Domingue. Het werd de enige slavenopstand in de moderne geschiedenis die leidde tot de oprichting van een onafhankelijke staat.

Schepen uit Europese landen zeilden sinds het begin van de 16e eeuw met ladingen wapens, sterke drank en textiel naar de Afrikaanse westkust, waar forten waren gebouwd. Plaatselijke vorsten leverden in ruil voor die goederen tot slaaf gemaakte mensen uit het binnenland.

De oorspronkelijke bevolking in de overzeese Europese koloniën was grotendeels uitgeroeid door ziekte en geweld en de overlevenden werden niet geschikt geacht voor intensief werk. Afrikanen waren dat wel, vonden de Europeanen, en ze waren makkelijker onder de duim te houden omdat ze zo ver van huis waren.

“Haïti was de hel, maar Haïti was rijk.”
Paul Fregosi, Franse historicus

De enorme vraag naar landarbeiders voor de koloniën in de Amerika's veranderde de traditionele systemen van slavernij die al voor de komst van de Europeanen bestonden in West-Afrika. De slavenhandel nam industriële vormen aan. In hun zoektocht naar nieuwe 'handelswaar' hadden Afrikaanse koningen niet meer genoeg aan schuldenaren en krijgsgevangenen. Hele dorpen werden binnengevallen en de inwoners werden geketend weggevoerd.

Tijdens de circa vierhonderd jaar die de trans-Atlantische slavenhandel duurde, werden naar schatting twaalf miljoen Afrikanen tot slaaf gemaakt en verscheept.

Parel van de Antillen

Saint-Domingue, de helft van het eiland Hispaniola in het Caribisch gebied, was sinds 1697 formeel in handen van Frankrijk. De andere helft van het eiland, Santo Domingo (nu de Dominicaanse Republiek), werd gecontroleerd door Spanje.

Saint-Domingue gold als het juweel in de Franse koloniale kroon en was een van de meest winstgevende koloniën ter wereld. De productie van rietsuiker was de belangrijkste inkomstenbron, maar ook koffie, indigo en katoen vonden gretig aftrek in Europa. In de jaren tachtig van de 18e eeuw kwam 40 procent van de rietsuiker en 60 procent van de koffie die op dat continent werden geconsumeerd uit de 'Parel van de Antillen'.

Een gravure van de strijd tussen opstandelingen en Franse soldaten in de bossen van Noord-Haïti. (Foto: Getty Images)

Helft slaven stierf binnen jaar

Het slavenwerk op de plantages was dodelijk. Het klimaat en ziekten zoals gele koorts en malaria eisten zo veel slachtoffers, dat 50 procent van de tot slaaf gemaakte mensen die uit Afrika werden overgebracht binnen een jaar na hun aankomst op het eiland overleed.

Plantage-eigenaren behandelden hun slaven als wegwerpartikelen, omdat het goedkoper was deze mensen zich dood te laten werken en nieuwe krachten te laten aanvoeren dan om de leef- en werkomstandigheden te verbeteren. Gruwelijke martelingen waren aan de orde van de dag en de slaven werden geacht hun eigen voedsel te verbouwen - na loodzware diensten van twaalf uur op de plantages.

In de grofweg 150 jaar dat Haïti een Franse kolonie was, kostte de slavernij het leven aan een miljoen Afrikanen, schatte de Canadese historicus Elizabeth Abbott.

'Iedereen leefde in doodsangst voor alle anderen'

De verhoudingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen op Saint Domingue waren bijzonder gespannen. Niet alleen afkomst speelde daarbij een rol. Arme witte inwoners hadden een hekel aan de rijken en vice versa, en vrije mensen van gemengde afkomst hadden vaak meer bezit dan de witte onderklasse, maar kregen te maken met veel racisme. Zelfs slaven die op het eiland waren geboren keken neer op Afrikaanse slaven, die ze als barbaren beschouwden.

"Iedereen leefde, met goede reden, in doodsangst voor alle anderen", stelde de Franse historicus Paul Fregosi. "Haïti was de hel, maar Haïti was rijk."

In 1789, twee jaar voor het begin van de revolutie, woonden er zo'n 40.000 witte mensen op Haïti, tegenover 28.000 vrije zwarte mensen en mensen van gemengde afkomst en een geschatte 500.000 zwarte tot slaaf gemaakte mensen.

Een houtgravure van de Haïtiaanse rebellenleider en getalenteerd generaal Toussaint Louverture (1743-1803). (Foto: Getty Images)

Honderdduizend opstandelingen

Duizenden tot slaaf gemaakte mensen wisten te vluchten naar het onherbergzame binnenland, waar ze zichzelf in leven hielden met kleinschalige landbouw en van tijd tot tijd gewapende aanvallen deden op de suiker- en koffieplantages. Het ontbrak bij hen echter aan organisatie, uitrusting en sterke leiders.

Toen de bom uiteindelijk toch barstte, ging het snel. Binnen tien dagen hadden de opstandelingen de hele noordelijke provincie van het eiland in handen. Binnen een paar weken hadden honderdduizend tot slaaf gemaakte mensen zich bij hen aangesloten. Witte inwoners en hun families werden vermoord, vaak op gruwelijke wijze, en plantages werden in brand gestoken.

Met leiders zoals de getalenteerde generaals Toussaint Louverture en Jean-Jacques Dessalines, wisten de opstandelingen in de jaren die volgden de Europese machten tegen elkaar uit te spelen. Ze sloten zich eerst aan bij Spanje in de strijd tegen de Fransen, liepen weer over toen Frankrijk de slavernij (naar later bleek tijdelijk) afschafte en wisten een Britse invasie van het eiland te stoppen.

In 1804 riep Dessalines de onafhankelijkheid uit en doopte hij Saint-Domingue om tot Haïti.

Revolutie was symbool tegen slavenhandel

Historici zijn verdeeld over de vraag in hoeverre de Haïtiaanse Revolutie bijdroeg aan het einde van de trans-Atlantische slavenhandel. Die ging nog decennialang door, dus de directe invloed lijkt beperkt te zijn geweest.

Tegelijkertijd waren de Haïtianen wel het eerste voorbeeld van succesvol verzet dat de dynamiek tussen slavernij en vrijheid in de Amerika's voorgoed veranderde, en inspireerden zij de prille witte antislavernijbewegingen in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de VS.

Nederland in de trans-Atlantische slavenhandel

  • 1630: Nederland verovert delen van Brazilië op Portugal
  • 1637: Verovering Portugees handelsfort op Afrikaanse Goudkust in Elmina
  • Nederlands aandeel in slavenhandel gemiddeld 5 procent: zo'n 600.000 mensen
  • Slavenhandel verantwoordelijk voor tot 5 procent van de economie van Amsterdam en 10-20 procent in Walcheren
  • 1833: Het Verenigd Koninkrijk schaft de slavernij af.
  • 1863: Nederland volgt, onder grote druk van de Britten.