Het nieuwe voetbalseizoen is pas net begonnen, maar de VAR heeft al heel wat chaos en verhitte discussies veroorzaakt. In andere sporten is de videoscheidsrechter een doorslaand succes. Experts uit het hockey, tennis en volleybal over hoe de VAR wél kan werken.

Coen van Bunge zucht eens diep. "Waarom wil het voetbal het wiel opnieuw uitvinden? Waarom kijken ze niet naar andere sporten?", vraagt hij zich af.

Van Bunge is internationaal arbiter in het hockey, op het veld en als videoscheidsrechter. Hij was actief op de Olympische Spelen van Rio de Janeiro en is present op het EK in Antwerpen dat vrijdag begon. "In elke sport met videoarbitrage ligt de verantwoordelijkheid bij de spelers. Hockey, cricket, rugby, tennis, volleybal, noem maar op. Behalve in het voetbal."

"Daar zit een mannetje in Zeist die op een knop drukt als hij een piepkleine overtreding ziet. Maar waarom zou je ingrijpen als de spelers op het veld het niet eens belangrijk vinden? Doe het niet!", windt de hockeyarbiter zich op. "Als de spelers geen problemen hebben met een beslissing, laat het dan lekker doorgaan."

Hockeyscheidsrechter Coen van Bunge (links). (Foto: Pro Shots)

Discussie over VAR laait direct op

Vorig weekend, in de tweede speelronde van het tweede Eredivisie-seizoen met de VAR, laaide de discussie over het hulpmiddel alweer in alle hevigheid op.

Zowel bij Sparta-VVV-Venlo als bij FC Groningen-FC Twente en Fortuna Sittard-Heracles Almelo waren er fouten van scheidsrechters die niet gecorrigeerd werden door de VAR of bemoeide de videoarbiter zich volgens sommigen ten onrechte met het spel.

Scheidsrechtersbaas Dick van Egmond kon de dubieuze beslissingen lang niet allemaal verklaren en trainers en spelers hekelden de rol van de videoscheidsrechter.

Spelers van Heracles waren vorig weekend woedend op scheidsrechter Kevin Blom. (Foto: Pro Shots)

Videoarbitrage bij hockey en volleybal had ook kinderziektes

Ook in het hockey en volleybal was er in de beginjaren sprake van kinderziektes. "We zijn in het hockey maar gewoon begonnen en hebben het systeem in de loop der jaren verbeterd", vertelt Van Bunge.

"De videoscheidsrechter werd voor het eerst gebruikt bij het WK 2002 in Kuala Lumpur", weet hij nog. "Een man keek op een schermpje van 15 bij 15 centimeter naar de beelden, zonder slow motion. Bij een bepaalde wedstrijd gaf de scheidsrechter een doelpunt, maar beide ploegen hadden meteen door dat het geen geldige goal was. De man die in de tropische hitte naar het kleine schermpje tuurde, had geen goede beelden van de situatie en dus kon hij de scheidsrechter niet corrigeren."

In de jaren die volgden werd de videoarbitrage bijgeschaafd en geperfectioneerd. "Eerst mocht voor elke actie een referral (een verzoek om de videoscheidsrechter in te zetten, red.) worden aangevraagd. Dat gebeurde soms vijftien keer, waardoor wedstrijden twee keer zo lang duurden als normaal", vertelt de hockeyarbiter.

Inmiddels is dat flink aangescherpt. "Nu kan er alleen voor een strafbal, strafcorner of een doelpunt een referral worden aangevraagd. Elke ploeg heeft één challenge, die de ploeg verliest bij een onterecht protest."

Koos Nederhoed (l) als challenge referee bij een olympisch kwalificatietoernooi in Sint-Petersburg. (Foto: persoonlijk archief)

'Zie de videoscheidsrechter als een vriend'

In 2015 werd begonnen met inzetten van de videoscheidsrechter in het volleybal. Net als in het voetbal werkt het systeem ook bij deze sport nog niet optimaal, merkt Koos Nederhoed, voormalig internationaal arbiter en sinds enkele maanden een van de tien zogenoemde challenge referees die de internationale bond FIVB inzet bij grote toernooien.

"Vorige week was ik actief bij een olympisch kwalificatietoernooi in Sint-Petersburg met Rusland, Iran, Mexico en Cuba. Enkele van die landen wisten niet precies hoe ze een challenge moesten indienen en dat leidde tot chaotische situaties. Alle spelers riepen om een challenge, maar de assistent-coach wist niet op welk knopje hij moest drukken. Het duurde minuten voordat de challenge behandeld was."

In het tennis bleek de invoering van het Hawk-Eye-systeem in 2007 een doorslaand succes. "Tennis is veel meer zwart-wit dan bijvoorbeeld voetbal. Een bal is in of uit, er is geen ruimte voor interpretatie", vertelt Dries Crama, die als lijnrechter, umpire en hoofdscheidsrechter al 37 jaar bij het ABN AMRO World Tennis Tournament in Rotterdam betrokken is.

Maar net als in het voetbal was er aanvankelijk de vrees dat de autoriteit van de arbiter zou worden aangetast. "In het begin hadden we het idee Big Brother is watching you", zegt Crama. "Het is niet leuk als de Hawk-Eye in een vol stadion aantoont dat je ernaast zit. Maar al snel ben ik de technologie als een vriend gaan zien. Vaak bevestigt de Hawk-Eye dat je het goed gezien hebt, dat is enorm kicken. En de sport is er veel eerlijker door geworden. Dat is het belangrijkste."

'Snelheid en ervaring videoarbiters zijn cruciaal'

"Het Hawk-Eye-systeem wordt door een vaste groep mensen bestuurd, die precies weten hoe ze de bal waar het om gaat binnen enkele seconden op het scherm kunnen tonen", vertelt Crama. "Het is een rondreizend circus. De ene week zijn ze in Rotterdam, een week later bouwen ze hun apparatuur ergens in Amerika op. Hun snelheid en ervaring zijn cruciaal. In het voetbal zou het ook helpen als je een vaste groep videoarbiters hebt."

Volleybalploegen krijgen twee challenges per set. Alleen als de technologie aantoont dat ze het aan het rechte eind hebben, behouden ze hun protestmogelijkheid. Daardoor moeten spelers spaarzaam met hun challenges omgaan. Praktisch gezien is dat ook in het voetbal prima toepasbaar. Zo kunnen assistent-trainers kunnen worden voorzien van een tablet waarop ze challenges kunnen aanvragen, net zoals in het volleybal al gebeurt. De videoscheidsrechter kan dan onmiddellijk naar het moment kijken.

Volleybalteams kunnen op een tablet een challenge aanvragen. (Foto: Pro Shots)

'De VAR moet beslissen, niet de scheidsrechter'

Bovendien worden in het volleybal alle beslissingen op een groot scherm getoond aan de spelers en het publiek. "Zo voorkom je chaos op het veld", zegt videoscheidsrechter Nederhoed. "Voor iedereen is duidelijk wat de juiste beslissing is. De beslissing wordt altijd door de VAR genomen en niet door de scheidsrechter op het veld zoals in het voetbal."

Nog een les vanuit de andere sporten: het systeem is nooit 'af'. In het hockey bestaat bijvoorbeeld het plan om een maximale bedenktijd van negentig seconden voor de videoarbiter in te stellen. "Als je dan nog geen helder beeld van de situatie hebt, dan heeft de scheidsrechter geen duidelijke fout gemaakt en blijft zijn beslissing staan", aldus Van Bunge.

"Het heeft geen zin om drie of vier minuten naar de herhalingen te kijken, dan lijkt een overtreding alleen maar erger. Dat geldt ook voor de VAR in het voetbal."