Wanneer het over het Amerikaanse vuurwapenprobleem gaat, wekt het internationaal verbazing als Amerikaanse wapenliefhebbers het geweld aan alles behalve de aanwezigheid en beschikbaarheid van vuurwapens wijten. Onder meer videospellen en ontkerkelijking krijgen de schuld. De machtige wapenlobby, in de vorm van de National Rifle Association (NRA), is grotendeels verantwoordelijk voor die houding.

Massaschietpartijen komen tegenwoordig met de regelmaat van de klok voor, maar het aantal dodelijke slachtoffers valt in het niet bij de rest van het Amerikaanse vuurwapengeweld. In 2016 werden bijvoorbeeld 14.415 moorden gepleegd met vuurwapens. 71 van die slachtoffers kwamen om bij een massaschietpartij.

Die worden wel steeds dodelijker: acht van de tien massaschietpartijen met de meeste fatale slachtoffers in de Amerikaanse geschiedenis werden in de afgelopen tien jaar gepleegd. De dodelijkste vond in 2017 plaats op een muziekfestival in Las Vegas. Daar vonden 59 mensen de dood, inclusief de dader.

Vuurwapens in de VS

  • Er zijn naar schatting 350 tot 400 miljoen vuurwapens in VS
  • 40 procent van de Amerikanen woont in huishouden met vuurwapen
  • 39.773 vuurwapendoden in 2017 (tweederde was suïcide)
  • Elke staat heeft eigen wapenwetgeving
  • Californië heeft de strengste wapenwetgeving, Mississippi de minst strenge
  • Strengere wapenwetten leiden tot minder vuurwapendoden

De verdediging 'Guns don't kill people, people kill people' ('Vuurwapens doden geen mensen, mensen doden mensen') is grotendeels te danken aan de National Rifle Association, een machtige lobbyorganisatie waarin wapeneigenaren en de wapenindustrie zijn verenigd.

De NRA werd in 1871 opgericht om Amerikanen de scherpschutterkunst bij te brengen en verantwoord vuurwapengebruik te bevorderen. In de eerste honderd jaar van haar bestaan hield de NRA zich weinig bezig met politiek en waren sportschutters en jagers de voornaamste doelgroep.

President Franklin D. Roosevelt poseert in 1933 met leden van de NRA. (Foto: Getty Images)

Die houding veranderde vanaf de jaren zeventig. Het Amerikaanse Congres nam in 1968 de Gun Control Act aan, een wet die regels introduceerde voor wapenhandel over de grenzen van de staten. De directie van de NRA verzette zich daar aanvankelijk niet hevig tegen. Binnen de organisatie ontstond echter een factie die vond dat de NRA zich wel moest richten op verzet tegen strengere wapenwetgeving, geleid door het hoofd van de lobbyarm van de vereniging, Harlon Carter.

Een groot aantal van de aanhangers van Carter binnen de NRA werd in 1975 de laan uitgestuurd. Een jaar later wisten hij en zijn medestanders echter een coup te plegen tijdens het jaarlijkse NRA-congres. Ze veranderden de interne regels en stemden de directie weg. Carter werd topman en leidde de organisatie tot 1985.

Onder zijn sturende hand veranderde de NRA in een politiek zeer actieve lobbyclub, die zich te vuur en te zwaard verzette tegen elke inperking van het tweede amendement van de Amerikaanse Grondwet, het recht om wapens te dragen. In dat grondwetsartikel wordt gesteld dat dit recht noodzakelijk is om een "goed georganiseerde burgermilitie" in stand te houden.

Van jagen en sportschieten naar persoonlijke bescherming

De NRA slaagde erin het grondrecht in de Amerikaanse publieke beleving te koppelen aan individueel wapenbezit, in eerste instantie door te stellen dat wapenwetgeving de Amerikaanse jaagtraditie bedreigde.

Dat gewelddadige criminelen en mensen met ernstige psychische problemen makkelijk aan vuurwapens konden komen, was volgens Carter "de prijs die we voor onze vrijheid betalen".

Sterk gestegen misdaadcijfers werden tijdens de jaren tachtig het belangrijkste thema voor politici van de Republikeinse Partij. De NRA haakte daarbij aan en richtte haar aandacht steeds meer op vuurwapenbezit om huis en haard te beschermen tegen criminelen. "Moet je een verkrachter doodschieten voordat hij je keel doorsnijdt?" vroeg een van de krantenadvertenties van de NRA uit die tijd.

De jaren negentig brachten een evolutie van dat thema met zich mee. De Democraat Bill Clinton daagde zijn Republikeinse rivaal, de zittende president George H.W. Bush, uit door te hameren op de noodzaak voor scherpere regels op handvuurwapens en een verbod op automatische aanvalsgeweren.

Vanaf dat moment vertelde de NRA haar leden dat zij zich dienden te beschermen tegen een steeds meer tirannieke federale overheid, die een politiestaat wilde inrichten. Met gelikte reclamecampagnes bleef de wapenlobby die boodschap verspreiden. De vereniging runde zelfs enige tijd een eigen televisiestation, NRATV, dat regelmatig in opspraak kwam vanwege de militante toon van de boodschappen die daar werden uitgedragen.

Mogelijke maatregelen met enige mate van draagvlak

  • Achtergrondchecks
  • Koopverbod mensen met strafblad/psychische problemen
  • Verbod op automatische wapens
  • Verbod op accessoires, zoals magazijnen met hoge capaciteit

Vuurwapenbezit verdeelt de VS langs politieke lijnen

De NRA geeft jaarlijks miljoenen uit aan lobbywerkzaamheden, maar het is een dwarsstraat om de grote politieke invloed van de vereniging daar volledig aan toe te schrijven; de Amerikaanse nationale makelaarsvereniging geeft er bijvoorbeeld vijf tot tien keer meer geld aan uit.

Wat de NRA zo machtig maakt, is haar vermogen wapenminnende kiezers te mobiliseren. De vereniging kiest haar gevechten zorgvuldig uit en steunt pro-vuurwapenkandidaten tijdens voorverkiezingen. Gekoppeld aan haar lange geschiedenis en haar uitgebreide lijst met contacten in Washington zorgt dat ervoor dat een steunbetuiging van of afwijzing door de NRA een politieke carrière kan maken of breken op veel plekken in de VS.

De Republikeinse senator Marco Rubio uit Florida spreek op een congres van de NRA. (Foto: Getty Images)

Na ras is wapenbezit de kwestie die zorgt voor de grootste politieke verdeeldheid in de VS. Onderzoeken laten zien dat het een voorspellende waarde voor partijvoorkeur is geworden: tijdens de verkiezingen van 2016 stemde bijvoorbeeld 63 procent van de huishoudens waar vuurwapens aanwezig waren op de Republikein Donald Trump, terwijl 65 procent van de huishoudens zonder vuurwapens voor Democraat Hillary Clinton ging.

Wapenbezit is overigens ook een vrij betrouwbare voorspeller van afkomst: 83 procent van de huishoudens waar ten minste een vuurwapen in huis is, heeft een lichte huidskleur.

Trump maakt geen geheim van zijn schatplichtigheid aan de NRA. Op zijn honderdste dag als president sprak hij op haar jaarconferentie, als eerste president sinds Ronald Reagan in 1983. "Jullie hebben mij gesteund, en ik ga jullie steunen", zei hij. "Ik ben hier om jullie goed nieuws te bezorgen: de acht jaar lange aanval op jullie grondrechten uit het tweede amendement is met een klap ten einde gekomen."

NRA is niet langer een onoverkomelijk obstakel

Toch is de macht van de NRA niet meer wat die geweest is. De voorstanders van strengere wapenwetgeving weten zich steeds beter te organiseren. Ook krijgen ze steeds meer financiering, bijvoorbeeld van Michael Bloomberg, miljardair en oud-burgemeester van New York, die in 2006 de lobbygroep Everytown for Gun Safety oprichtte. Ook slachtoffers van massaschietpartijen laten steeds vaker van zich horen met een roep om strengere wetgeving.

Tegelijkertijd kampt de NRA met interne strubbelingen. Een van de iconen van de club, oud-marinier en mediapersoonlijkheid Oliver North betichtte de rest van de directie van financiële onrechtmatigheden. Hij werd op zijn beurt beschuldigd van het voorbereiden van een paleiscoup en uit de NRA gegooid. Het bestuur en het reclamebureau dat decennialang de mediastrategie van de NRA verzorgde, Ackerman McQueen, zijn verwikkeld in een bittere vechtscheiding.

Een Amerikaan draagt een AR-15-aanvalsgeweer dat de antiwapenbeweging al jaren wil verbieden. (Foto: Getty Images)

Beweging bij de Republikeinen

In de nasleep van de twee schietpartijen in Dayton, Ohio, en El Paso, Texas vorige week lijkt zelfs de Republikeinse Partij niet langer ongevoelig voor de roep om veranderingen aan de wapenwetgeving.

Zowel president Trump als de invloedrijke Senaatsvoorzitter Mitch McConnell zeggen open te staan voor achtergrondchecks die moeten voorkomen dat mensen met ernstige psychische aandoeningen wapens kunnen kopen. Dat zou de grootste uitbreiding van de federale wapenwetgeving in decennia zijn, tot groot chagrijn van de NRA.