De Spaanse justitie besloot vorige maand dat er op het eiland Mallorca weer stieren gedood mogen worden. Na twee jaar werd het verbod opgeheven. Toch is het maar de vraag of er zaterdag veel liefhebbers zullen afkomen op de traditionele stierengevechten binnen de Plaza de Toros-arena in Palma. In Spanje is steeds meer weerstand tegen de 'dodendans met het dier'.

Geen vakgenoot werd vaker door een stier gegrepen dan Juan José Padilla, de populairste matador van Spanje. Maar liefst 39 keer raakte hij zwaargewond. Bij het extreemste incident, waarbij een hoorn van een stier zijn linker oogkas doorboorde, rakelings langs zijn hersenen ging en door zijn keel naar buiten kwam, verloor hij zijn oog.

Supporters dachten dat hij, toen hij werd weggedragen uit de ring, klinisch al was doodverklaard. Maar een half jaar later stond hij met een half verlamd gezicht weer in de ring. Onlangs nam hij afscheid van de arena. Onbedoeld staat het einde van zijn loopbaan symbool voor de staat van het stierenvechten. De traditie lijkt zijn langste tijd nu echt gehad te hebben.

Matador Juan José Padilla. (Foto: Reuters)

Stier wordt met een gekromd zwaard gedood

Tijdens een corrida nemen een of meer toreros of matadores (stierenvechters- en doders) plaats in een arena met een stier. Het gevecht zelf bestaat uit drie fases. Allereerst betreedt de stier via een speciale ingang de ring waar het dier zijn vechtlust en energie moet tonen. Vervolgens verzwakken picadors (mannen te paard) het dier door hem in zijn nek te steken.

Daarna nemen de matadores het gevecht over. Door de stier herhaaldelijk te steken met banderillas (versierde stokken met weerhaken) belandt het gevecht uiteindelijk bij de suerte de muerte, waarbij het vermoeide dier door middel van een estocada (kort, gekromd zwaard) wordt gedood.

  • Er worden geen cijfers bijgehouden over hoeveel stierenvechters er jaarlijks omkomen als zij door de stier op de horens worden genomen.
  • Naar schatting zijn er sinds de start van de achttiende eeuw zo'n 530 matadors om het leven gekomen.
  • Het overlijden van een stierenvechter wordt nog altijd als "ongebruikelijk" gezien.
  • Wereldwijd zouden er jaarlijks 250.000 stieren zijn omkomen in stierengevechten.

Lijnrecht tegenover elkaar

In de rijke Spaanse historie staat het stierenvechten hoog in het vaandel, maar tegenwoordig staan voor- en tegenstanders echter lijnrecht tegenover elkaar over de kwestie. Liefhebbers noemen het een rituele slachting van runderen, die speciaal zijn gefokt om in een feestelijke setting om het leven te worden gebracht.

Op het politieke toneel worden zij gesteund door vooral rechtse partijen als Partido Popular (PP) en de rechts-nationalistische partij Vox voor het behoud van de tradities. Zij zien het als een "nobel schouwspel van de dans tussen dier en mens".

Een protest tegen stierengevechten in Madrid. (Foto: ProShots)

Volgens hoogleraar historische, literaire en culturele studies Maarten Steenmeijer van de Radboud Universiteit in Nijmegen klinkt er af en toe ook vanuit linkse politieke hoek een oproep om het stierenvechten te verdedigen. "Zij kijken vooral naar de bio-industrie. Daar lijden dieren een leven lang voordat zij sterven, terwijl een stier een prachtig leven heeft gehad en maar een kwartier strijdt. Volgens die partijen moet juist de bio-industrie aangepakt worden", aldus Steenmeijer.

Maar de tegenstanders van het stierenvechten zijn talrijker. Zij noemen het uit de tijd en bedreigen soms zelfs belangstellenden die de arena's opzoeken. Dit zijn meestal toeristen, constateert ook Steenmeijer. "Onder grote delen van de Spaanse bevolking leeft het niet meer of heeft het nooit geleefd. Het is echter nog wel belangrijk voor het toerisme."

Aantal stierengevechten sinds 2007 met bijna 60 procent gedaald

Het afkeurende geluid domineerde de afgelopen jaren de discussie over de eeuwenoude traditie. Zo nam het aantal gevechten in Spanje tussen 2007 en 2018 met 58,4 procent af, blijkt uit de jaarlijks gepubliceerde cijfers van het Spaanse ministerie van Cultuur. Er zouden 1.521 stierengevechten georganiseerd zijn, het minste in de recente Spaanse geschiedenis. In 2007 waren er nog 3.651 gevechten.

AVATMA, een organisatie van dierenartsen tegen stierengevechten in Spanje, schreef daarnaast dat voor het eerst sinds jaren het aantal stierenrennen en andere soorten 'dierenfeesten' ook terugliep.

Stierenrennen in Pamplona. (Foto: ProShots)

Volgens Steenmeijer keert een steeds grotere groep Spanjaarden zich tegen dergelijke taferelen. "Er zijn nog veel meer nare dierentradities, in diverse dorpen werden af en toe geiten van klokkentorens gegooid en met een zeil opgevangen. Sinds 2002 is daar een verbod op, omdat het veel inwoners tegen de borst stuit. Zij vinden dat dit niet bij een 'modern' Spanje hoort."

Het Spaanse Grondwettelijk Hof maakte zich de laatste jaren niet populair door met man en macht het stierenvechten terug op de kaart te willen zetten. Allereerst werd het evenement in 2013 verklaard als immaterieel cultureel erfgoed. Daarna werd in rap tempo een aantal rechtszaken aangespannen, waaronder tegen Catalonië, om verboden op stierengevechten af te schaffen. Over cultureel erfgoed beslist namelijk de Spaanse staat en niet een regioparlement.

De reden waarom het Grondwettelijk Hof zich de afgelopen jaren manifesteerde als een 'voorstander' van het stierenvechten, moet gezocht worden binnen de Spaanse politiek. De wet om het als immaterieel cultureel erfgoed te beschouwen werd namelijk aangenomen door het - centrumrechtse - parlement dat toentertijd onder aanvoering stond van ex-premier Mariano Rajoy. De voormalig voorman van PP heeft zijn voorliefde voor het stierenvechten nooit onder stoelen of banken gestoken.

Steenmeijer waarschuwt voor de politieke lading die bij deze beslissingen meeweegt, en noemt de spanningen tussen Barcelona en Madrid als voorbeeld. Volgens hem wordt dan niet meer gefocust op het stierenvechten. Dat Catalanen zeggen dat het evenement geen historie heeft in die regio, wuift Steenmeijer weg. "Ook in de grote arena van Barcelona zijn voldoende grote gevechten geweest."

Catalonië moet verplicht stierengevechten weer toestaan

Catalonië, dat zich als een van drie grote regio's had uitgesproken tegen de corrida, moest in 2016 - zes jaar nadat een verbod op de stierengevechten door het parlement werd goedgekeurd - het organiseren ervan weer toestaan. Ook in de Spaanse deelstaat De Balearen, waar Mallorca onderdeel van is, werden begin dit jaar enkele wetten teruggedraaid door het Grondwettelijke Hof die het stierenvechten onmogelijk maakten.

“Het stierenvechten stuit veel Spanjaarden tegen de borst. Het is niet meer van deze tijd.”
Maarten Steenmeijer

Statistieken tonen aan dat de maatregelen hun vruchten nog niet afwerpen. Dat komt vooral door de impopulariteit van het stierenvechten. In Catalonië mogen dan wel weer sinds 2016 stieren gedood worden; dat is sindsdien amper tot niet gebeurd.

De enorme daling in stierengevechten is niet te wijten aan het gebrek aan stierenvechters, of toreros. Dat aantal nam zelfs toe de afgelopen jaren. In delen van het land waar de traditie wél populair is, worden zij op handen gedragen.

Het is nog niet zeker of het Spaanse Grondwettelijke Hof ook het verbod op de Canarische Eilanden onder de loep gaat nemen. Daar is het sinds de jaren negentig al verboden om stieren te doden, toen zij als eerste Spaanse regio met een dergelijk verbod kwamen. Volgens Steenmeijer maakt het niet uit als dat verbod ook ongedaan gemaakt wordt. Hij voorspelt dat het stierenvechten geen toekomst meer heeft. "Het gaat een langzame dood sterven, aangezien het niet meer van deze tijd is".

Een beeld uit 2013. Onduidelijk is of het stierenvechten ooit nog van dit niveau van populariteit mag genieten. (Foto: Reuters)