De halsbandparkiet verspreidt zich snel in Nederland. Het dier leeft niet meer alleen in het wild in Den Haag en Amsterdam, maar is ook buiten de Randstad steeds vaker te zien. Fruittelers zien hun oogsten opgegeten worden door de tropische vogels. Bovendien leidt het gekrijs van de parkieten tot ergernis.

"Kijk, hier", zegt Florian de Clercq, terwijl hij in zijn appelboomgaard staat. "Allemaal aangevreten appels." De fruitteler uit het Noord-Hollandse Lisserbroek reikt naar een trosje dat wat hoger in de boom hangt en trekt de misvormde appels van de boom. "Via schil-schilcontact worden schimmels van aangevreten appels verspreid, dus rotte appels pluk ik van de boom", legt De Clercq uit.

Halsbandparkieten hebben het nog niet rijpe fruit aangevreten. "Ik denk dat ik jaarlijks wel 6.000 tot 7.000 kilo aan appels verlies door schade veroorzaakt door halsbandparkieten", zegt De Clercq. "Dat is zo'n 15.000 tot 20.000 euro schade. De helft van de door vogels veroorzaakte schade komt van parkieten. Ze vreten ook niet van één appel, maar nemen telkens een hapje van een andere appel."

Pas sinds een jaar of vijf ziet De Clercq de tropische vogels in zijn boomgaard en de afgelopen drie jaar hebben zich ook een aantal halsbandparkieten gevestigd op het landgoed waar de boomgaard staat.

Alleen de halsbandparkiet neemt telkens slechts een klein hapje van een appel. Volgens de Vogelbescherming doen andere vogels dat niet en doen parkieten dat ook alleen bij appels. Waarom ze dat doen is voor de Vogelbescherming niet duidelijk.

Florian de Clercq in zijn boomgaard, met een door parkieten aangevreten appel.

Eerst alleen parkieten in Den Haag en Amsterdam

Het past in het beeld van de steeds verdere verspreiding van de halsbandparkiet. Wat in de jaren zestig en zeventig begon met wat ontsnapte of vrijgelaten parkieten in Den Haag en Amsterdam, is inmiddels uitgegroeid tot een serieuze populatie van de tropische vogels, van origine vaak afkomstig uit Pakistan.

"Het eerste broedgeval in Nederland was in 1968 in Den Haag", weet Roelant Jonker, die jarenlang onderzoek deed naar parkieten. "Amsterdam volgde in 1973."

"Vervolgens duurde het tot midden jaren negentig voor de populaties echt zijn gaan toenemen", vertelt Jonker. "In Amsterdam en Den Haag zijn de populaties nu stabiel; daar leven er zo'n vierduizend. Maar wat je ziet is dat ze zich nu verspreiden naar andere steden. In totaal schatten we dat het er nu zo'n twaalfduizend zijn in heel Nederland."

Jonker noemt als voorbeeld de stad Utrecht, waar de halsbandparkiet oprukt. Via de dorpen langs de Vecht hebben ze zich van Amsterdam verspreid naar Utrecht. Ook in steden als Delft, Leeuwarden, Arnhem en Leiden duiken steeds vaker parkieten op. "En de Brabantse stedenrij wordt momenteel gekoloniseerd."

Halsbandparkieten nemen telkens kleine hapjes van fruit.

Fruittelers maken geen aanspraak op vergoeding

Doordat de parkieten vanuit Den Haag en Amsterdam op zoek zijn gegaan naar andere leefgebieden, neemt de overlast toe. Ze maken een schel en krijsend geluid en volgens Jonker klagen mensen omdat ze "alles onderpoepen". "Maar dat doen andere vogels ook", aldus de parkietenexpert.

En ze vreten dus delen van boomgaarden aan. In tegenstelling tot schade die door inheemse diersoorten wordt aangericht, kunnen fruittelers geen aanspraak maken op een vergoeding die door halsbandparkieten is aangericht.

"Het gaat om een exoot en daarvoor wordt geen schade vergoed", zegt woordvoerder Sandra Binken van BIJ12, de uitvoeringsorganisatie van de provincies. Ondanks dat schade door exotische diersoorten niet wordt vergoed, kan schade wel bij BIJ12 gemeld worden. Dat gebeurt volgens Binken echter vrijwel niet.

"Daardoor kan er door de provincies uiteindelijk ook geen beleid op gemaakt worden, want dat wordt mede gebaseerd op de cijfers die wij hebben", vertelt ze.

'Bestrijding gaat miljoenen kosten'

Jonker denkt dat de oplossing voor telers zit in het vergoeden van de schade. "Je zou ze kunnen bestrijden, maar dat gaat miljoenen kosten. Dat geld kan denk ik beter besteed worden."

Daarnaast kunnen halsbandparkieten in Nederland prima samenleven met inheemse vogelsoorten. "De effecten van parkieten op de lokale vogelstand en vleermuizen is beperkt. In de vogelstand van gebieden waar parkieten leven zien we dezelfde patronen als op plekken waar geen halsbandparkieten zijn", aldus Jonker.

In andere landen, zoals België, is dat een groter probleem. "Daar verdringen halsbandparkieten boomklevers", zegt Marieke Dijksman, woordvoerder van de Vogelbescherming. "Dat komt doordat daar een veel hardere grens is tussen stad en platteland. In Nederland is de overgang veel geleidelijker, waardoor er voldoende ruimte is voor beide soorten."

Dijksman ziet ook dat de halsbandparkiet profiteert van de opkomst van de grote bonte specht. "De parkiet volgt in zijn kielzog. Spechten kloppen nesten uit in bomen en parkieten kunnen daar ook broeden. Die profiteren dus van de specht."

Parkieten broeden in holen in bomen, die gemaakt zijn door bijvoorbeeld de grote bonte specht. (Foto: Getty Images)

Door ontbreken langdurige kou overleven parkieten de winter

Ook het klimaat in Nederland wordt door de wereldwijde temperatuurstijging steeds gunstiger voor de tropische vogelsoort. "We hebben al heel lang geen echte 'elfstedentochtwinter' meer gehad", zegt Albert de Jong, woordvoerder van Sovon, dat vogelonderzoek verricht in Nederland. "Tijdens een langdurige koude periode zullen halsbandparkieten doodgaan, maar door het ontbreken daarvan kunnen ze zich steeds makkelijker handhaven."

In de winter kunnen ze echter normaal gesproken geen voedsel vinden, maar door het voer dat mensen buiten leggen lukt dat wel. "We vinden het vaak leuk om voersilo's, pindaslingers en vetbollen op te hangen. Halsbandparkieten profiteren daar ook van", aldus Jonker. "Ze zijn echt niet aangepast aan het leven in onze winter, maar door dat dieet kunnen ze overleven."

Zo neemt de populatie halsbandparkieten dus elk jaar toe en schieten de felgroene vogels al krijsend steeds vaker door de lucht. Jonker: "Hoeveel het er uiteindelijk in Nederland kunnen worden? Ik denk dat de huidige populatie kan verdubbelen of verdrievoudigen. Dat zou dan neerkomen op veertigduizend vogels."

Voor appel- en perenteler De Clercq des te meer reden zich te verbazen over het feit dat hij schade door parkieten niet krijgt vergoed. "Het is onrechtvaardig en volstrekte idiotie. Door al die kleine hapjes gaat een deel van mijn fruitoogst verloren."

Door het voer dat mensen ophangen, kunnen parkieten de winter overleven. (Foto: Getty Images)