Amsterdam maakt zich zaterdag weer op voor honderdduizenden toeschouwers. Uitgedost in regenboogtenue staan ze aan de grachten voor de Canal Parade. Het evenement, waar de lhbti-gemeenschap zich laat zien aan de stad, wordt steeds populairder. Maar hoe verhoudt zich dat tot de samenleving?

"Het is de afgelopen jaren steeds drukker geworden", vertelt Frits Huffnagel, die nu voor het zesde jaar voorzitter is van de Pride. Niet alleen het aantal bezoekers stijgt, ook willen steeds meer bedrijven, verenigingen en organisaties meevaren met de botenparade.

Huffnagel vindt het een goede ontwikkeling dat steeds meer partijen hun namen willen verbinden aan de Pride. Zo vaart er dit jaar voor het eerst een boot mee waarop de politieke partijen D66, VVD, CDA, SP en PvdA samen vertegenwoordigd zijn.

Ook zijn er dit jaar zestien sportbonden vertegenwoordigd op een gezamenlijke boot, versierd met banners waarop staat: Sporten doe je Samen. Vorig jaar voeren er maar vier sportbonden mee. "Doordat deze bonden zich verbinden aan de Pride geven ze een belangrijke boodschap af aan verenigingen door het hele land", aldus Huffnagel. "Als je bij ons komt sporten mag je jezelf zijn".

Maar COC-woordvoerder Philip Tijsma vindt dat er in Nederland op sportgebied nog het nodige te doen is. Zo zijn maar enkele Nederlandse topvoetballers uit de kast gekomen, zoals oud-profvoetballer John de Bever. "Ook wordt er op clubs nog steeds veel gescholden met het woord 'homo'."

De groeiende aandacht voor de Pride lijkt dus enig effect te hebben op de samenleving. Maar hoe staat de lhbti-acceptatie er eigenlijk voor in Nederland?

'Andere landen zijn ons voorbijgestreefd'

Remember the past, create the future is het thema van Pride 2019. Er wordt stilgestaan bij de Stonewall-rellen die vijftig jaar geleden in New York uitbraken. Bezoekers van de homobar The Stonewall Inn, onder wie homoseksuele mannen, lesbische vrouwen, transvrouwen en travestieten, besloten terug te vechten na een inval door de politie.

De rellen vormen volgens de stichting Amsterdam Gay Pride een scheidslijn in de geschiedenis van de lhbti-beweging. Een jaar later, in 1970, werd in de Amerikaanse stad de eerste Pride Parade ter wereld gehouden.

“Na de legalisatie van het homohuwelijk is Nederland lui geworden”
Astrid Oosenbrug, COC-voorzitter

Het 'tolerante' Nederland profileert zich in de jaren die volgen snel als voorloper op het gebied van homoacceptatie. Dit is te zien aan de lange traditie van homo-organisaties, zoals het huidige COC dat al in 1946 werd opgericht en vanaf de jaren zeventig officiële erkenning krijgt als vereniging. Ook stelt Nederland in 2001 als eerste land ter wereld het huwelijk open voor mensen van hetzelfde geslacht.

"Na de legalisatie van het homohuwelijk is Nederland lui geworden", stelt COC-voorzitter Astrid Oosenbrug deze week in de Volkskrant. We waren koploper en zijn nu teruggezakt naar het peloton. Ik wil terug naar die kopgroep."

"We zijn natuurlijk niet helemaal ingeslapen, maar het zit hem er vooral in dat andere landen ons voorbij zijn gestreefd", legt woordvoerder Tijsma van het COC verder uit. In de Rainbow Europe-index van ILGA Europe staat Nederland dan ook niet meer in de top tien. In deze index wordt gekeken naar het aantal rechten voor lhbti'ers. In Nederland zijn onder andere de rechten van transpersonen en intersekse personen nog niet goed geregeld. Zo bestaat er geen expliciet verbod op discriminatie van deze groepen.

Malta voert nu de lijst aan. "Malta heeft bijvoorbeeld dingen voor transpersonen goed geregeld en het ook nog eens heel snel mogelijk gemaakt om een x in je paspoort te laten zetten", vertelt Tijsma.

Positiever beeld over homoseksualiteit, transpersonen hebben het moeilijk

Ondanks dat Nederland slecht scoort op het gebied van wetgeving, benadrukt Tijsma dat Nederland voor lhbti'ers relatief gezien natuurlijk een fijn land is om te wonen. Dat blijkt ook uit onderzoek van het SCP waarin geconcludeerd wordt dat Nederlanders steeds positiever denken over homoseksualiteit. Zo stond in 2017 ongeveer twee derde van de Nederlanders hier positief tegenover; in 2006 was dit slechts iets meer dan de helft.

Daarentegen gaat het nog niet op alle gebieden even goed. Zo staan vooral de transpersonen onder druk. Ondanks dat het aantal Nederlanders dat hier positief over denkt de afgelopen jaren steeg, lag dit percentage in 2017 maar op 57 procent.

Zij ervaren volgens het SCP ook het vaakst gevoelens van onveiligheid en pestgedrag. Zo'n 20 procent van de jongere transpersonen wordt gepest. Onder de overige jongere personen is dit 10 procent.

Daarnaast hebben Nederlanders relatief nog steeds moeite met twee zoenende mannen of vrouwen in een openbare ruimte. Respectievelijk heeft 29 en 20 procent hier problemen mee. Al nemen deze percentages de laatste jaren wel af.

'Ik pas mijn gedrag aan uit angst voor geweld'

Uit het onderzoek van het SCP is niet gebleken waardoor het beeld van homoseksualiteit is verbeterd. De groepen kunnen daadwerkelijk meer geaccepteerd worden, maar er kan volgens het COC ook iets anders aan de hand zijn.

Volgens cijfers van het SCP past 60 procent van de lhbti'ers in Nederland het gedrag aan, uit angst met geweld te maken te krijgen. Ook blijft het aantal aangiftes van discriminatie in Nederland achter bij andere Europese landen. "Zo wordt in Engeland en Wales twintig keer vaker aangifte gedaan dan in Nederland, terwijl de bevolking drie keer zo groot is", vertelt Tijsma.

Uit een rapport van het onafhankelijke landelijk kennisinstituut Movisie blijkt verder dat 70 procent van de lhbti'ers nog steeds te maken krijgt met verbaal of fysiek geweld. Deze personen worden uitgescholden, geduwd, bespuugd of mishandeld om wie ze zijn.

"We schatten dat er ongeveer een miljoen lhbti'ers wonen in Nederland, maar er wordt per jaar maar vijftienhonderd keer aangifte gedaan", gaat Tijsma verder.

Komt het juiste publiek wel af op de Pride?

Volgens Tijsma is het belangrijk dat ook mensen die niet tot de lhbti-gemeenschap behoren naar de Pride komen. "Je wilt juist dat mensen die hun bedenkingen hebben dit zien. Voor het bewerkstelligen van emancipatie is zichtbaarheid nodig. Bekend maakt bemind zou ik bijna zeggen. Maar ze moeten wel respect hebben voor de parade".

Huffnagel vertelt dat dit vorig jaar niet het geval was. "Er lagen te veel andere boten in de Prinsengracht, wat de doorstroom van de parade belemmerde. Als je als toeschouwer op een van deze bootjes wilde staan, moest je entreegeld betalen. Zulke mensen zijn er niet om de juiste reden, maar willen er gewoon aan verdienen."

"Daarnaast was er ook nog eens overal harde muziek te horen. Soms zo hard dat de muziek vanaf de botenparade niet meer te horen was. Je merkt dus dat er ander publiek op afkomt. Publiek waarvan wij denken: die zijn hier om de verkeerde reden. Zo werd een boot van de parade, waarop dragartiesten in vol ornaat stonden - met een dure pruik en na drie uur lang in de schmink te hebben gezeten - natgespoten met waterpistolen", gaat Huffnagel verder.

“Je merkt dus dat er ander publiek op afkomt. Waarvan wij denken die zijn hier om de verkeerde reden”
Frits Huffnagel, voorzitter Pride Amsterdam

Dit jaar is dan ook de vaarroute van de parade benoemd tot evenemententerrein. Ook moeten boten aan de kades in het bezit zijn van vignetten, die ze van te voren konden aanvragen. Als ze deze niet bezitten, worden ze weggesleept. Zo hoopt Huffnagel de commercie in de ban te doen.

De Pride draait om jezelf kunnen zijn en dit te tonen aan de wereld. "De boodschap die we willen uitdragen is: 'Zijn wie je bent en houden van wie je wilt'", zegt Huffnagel.