Het is 4 augustus 1944 als SS'er Karl Silberbauer Prinsengracht 263 binnenvalt, waar Anne Frank en zeven andere onderduikers in het Achterhuis verborgen zitten. Het leidt tot deportatie en de dood van iedereen behalve haar vader Otto Frank. De lijst van verdachten is lang en iedereen heeft een motief: de vraag wie de groep verraden heeft, wordt misschien nooit beantwoord.

De familie Frank (vader Otto, moeder Edith, zus Margot en Anne) is in juli 1942 ondergedoken, nadat de oudere zus van Anne was opgeroepen voor deportatie.

Ze komen terecht in het Achterhuis, een woning die verbonden is met het pand waar Otto Frank tot op dat moment werkt. Al snel volgen zijn collega Hermann van Pels en diens vrouw Auguste en zoon Peter. Later dat jaar voegt de Duitse vluchteling Fritz Pfeffer zich eveneens bij het gezelschap.

Ze worden geholpen door medewerkers en vrienden van Otto Frank, onder wie Johan en Bep Voskuijl, Johannes Kleiman en Miep en Jan Gies.

De acht Joden delen de krappe ruimtes in het Achterhuis zo goed en zo kwaad als het kan. Anne zal in haar dagboek verschillende ruzies beschrijven, die logischerwijs ontstaan als mensen twee jaar lang gebukt onder de angst om ontdekt te worden opgepropt in een ruimte zitten.

De buitenkant van Prinsengracht 263. (Foto: Getty)

De buren van het Achterhuis

Anne, een rap opgroeiende tiener, beschrijft in haar dagboek het gekooide gevoel en dat ze in de avonduren uit het raam naar de verlichte vensters van de achterburen kijkt. Het roept de vraag op of iemand haar heeft gezien en mogelijk zijn of haar mond voorbij heeft gepraat.

In recent onderzoek van de Anne Frank Stichting wordt hier echter tegenover gesteld dat er strenge verduisteringsregels waren en dat het onwaarschijnlijk is dat buren 's avonds hun verlichting nog aan hadden. Mogelijk heeft Anne zich dus wat literaire vrijheden gepermitteerd in haar dagboek. Dat sluit niet uit dat iemand haar alsnog voor het raam heeft zien zitten, dit verdacht vond en erover heeft gepraat.

"De gedachte aan een onbekende omwonende is op zichzelf steekhoudend. Voor een concrete verdenking bestaan evenwel geen argumenten", vat de stichting het samen.

Otto Frank bij de boekenkast die de toegangsdeur verborg. (Foto: Getty)

De nieuwe man in de werkplaats

Een van de namen die veel is genoemd in onderzoeken naar het verraad, is die van Willem van Maaren. Tegen de magazijnwerker van Prinsengracht 263 is meerdere keren een onderzoek ingesteld.

Hij was als nieuwkomer in 1943 sowieso een risico en daarbij had hij ook geen goede reputatie, omdat hij in verband werd gebracht met (kleine) diefstallen.

Hoewel hij niet per se geliefd was, is uit de onderzoeken nooit gebleken dat hij iets van doen had met het verraden van de mensen in het Achterhuis. Zo is nooit gebleken dat hij nazisympathieën had.

In 1964 is het dossier met het onderzoek naar Van Maaren officieel gesloten. De Rijksrecherche schrijft in een begeleidende brief, zo meldt het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) (pdf), dat het onderzoek "niet heeft kunnen leiden tot enig resultaat". Daarbij werden ook ontlastende factoren genoemd, zoals het feit dat de man financieel krap zat en hij dus geen "verraadvergoeding" heeft gekregen. Ook heeft hij geholpen met het veiligstellen van delen van het dagboek van Anne.

Pagina's uit het dagboek van Anne Frank. (Foto: Getty)

De vrouwelijke beller

De onderzoeken van de Anne Frank Stichting en het NIOD hebben zich ook toegespitst op het verhaal dat een vrouwelijke beller aan de Sicherheitsdienst (SD) heeft doorgegeven dat er Joden in het Achterhuis zouden zitten.

Dit heeft Cor Suijk (oud-directielid van de Anne Frank Stichting en een vertrouweling van Otto) gezegd en is nog eens herhaald door de weduwe van Otto.

Maar zowel de stichting als het NIOD concludeert dat het vooralsnog niet meer dan een niet te checken gerucht is.

"De enige die hier uitsluitsel over had kunnen geven, was uiteraard de man die het (telefoontje, red.) aannam: Julius Dettmann. Vanwege zijn dood in 1945 is hij hierover echter nooit ondervraagd", aldus de stichting.

Zus van helper als verdachte

Onderzoekers, journalisten, historici en schrijvers die keken naar het mogelijke verraad door een vrouw noemden onder anderen Ans van Dijk, Lena Hartog-van Bladeren of Nelly Voskuijl als verdachte.

Laatstgenoemde is de zus van een van de helpers en werd in twee boeken genoemd als mogelijke beller, omdat ze "Duitse connecties" had en zo ook kosteloos een visum had gekregen.

Volgens de stichting weet iemand uit de 'entourage' van collaborateur Van Dijk dat Kleiman onderduikers helpt. Er is echter niets concreets wat erop wijst dat de vrouw heeft gehandeld naar deze kennis. Van Dijk zelf is in 1948 voor het vuurpeloton gezet.

Over Hartog-van Bladeren was bekend dat ze twee weken voor de inval wist dat er Joden verborgen waren in het Achterhuis. Haar man werkte op de Prinsengracht 263. Maar waarom zou ze de SD inschakelen als haar man zelf ook in het pand aanwezig was en dus zelf ook risico liep opgepakt te worden?

Uiteindelijk gaat ook hier op dat de vrouwen niet definitief als verrader bestempeld kunnen worden.

Ans van Dijk tijdens haar proces. (Foto: Wikimedia)

Gaat het wel om verraad?

Na jaren van onderzoek en het noemen van meerdere namen, is er nog altijd geen eenduidig antwoord op de vraag wie Anne Frank heeft verraden. Het doet de Anne Frank Stichting er een aantal jaren geleden toe bewegen om te onderzoeken of het wel om verraad gaat.

Eind 2016 wordt gesteld dat het misschien niet gaat om iemand die op de bewuste 4 augustus de SD heeft gebeld, maar om louter toeval.

Zo "gebeurde er wel meer bij Prinsengracht 263" en werd mogelijk gezocht naar illegale arbeiders of bonnen, waarbij Anne en de andere onderduikers werden ontdekt.

Bewijs dat deze theorie ondersteunt, wordt onder meer gevonden in het feit dat ter plaatse gebeld moest worden om een grotere wagen te regelen voor het vervoer van de onderduikers. Als Silberbauer wist dat het om een grote groep Joden ging - de SS'er heeft eerder beweerd dat hij van de details op de hoogte was - zouden ze waarschijnlijk al direct met een geschikt vervoersmiddel zijn gekomen.

De grafsteen van Margot en Anne Frank. (Foto: Getty)

De onopgeloste dood van de onderduikers

Het is zondag exact 75 jaar geleden dat Silberbauer met enkele Nederlandse agenten binnenviel bij het Achterhuis.

De acht Joden overleven de eerste selectie voor de gaskamers, maar sterven allen - met uitzondering van Otto Frank - alsnog in de weken en maanden die volgen. Het is bekend dat Margot en Anne in februari of maart 1945, dus slechts enkele maanden voor de bevrijding, bezwijken aan vlektyfus in Bergen-Belsen.

Hun vader is altijd uitgegaan van verraad. Maar als de acht onderduikers daadwerkelijk zijn verraden, dan is het nu vrijwel onmogelijk om met zekerheid een schuldige aan te wijzen. Er loopt nog een onderzoek van de gepensioneerde FBI-agent Vince Pankoke en een groot team van experts. Het is niet bekend wanneer de resultaten van dit onderzoek gepresenteerd worden.