Steven Kruijswijk was nooit het grootste talent, of de persoon met de grootste mond. Maar stilletjes ontwikkelde de 32-jarige Brabander zich tot een van de beste wielrenners ter wereld, met een podiumplek in de Tour de France als voorlopig hoogtepunt.

Het is vlak na het machtsvertoon van Jumbo-Visma in de veertiende Tour-etappe naar de Top van de mythische Tourmalet als Steven Kruijswijk alweer rustig en zonder zichtbare emotie de rit nabeschouwt.

"Ik denk dat mijn niveau wel aardig is", zegt hij, terwijl er een snelle glimlach op zijn gezicht verschijnt. "Of ik de Tour op deze manier kan winnen? Nou... ik ga gewoon elke dag het maximale geven en dan zien we het wel."

Even verderop doet ploegmaat George Bennett geen enkele moeite om zijn opwinding te verbergen. De klimmer staat met een glimlach van oor tot oor de vele journalisten bij de teambus van Jumbo-Visma te woord. "Vanmorgen geloofde ik al in de podiumkansen van Stevie, maar toen Geraint Thomas met nog een kilometer te gaan gelost werd, begon ik te geloven dat we deze wedstrijd kunnen winnen. Dát moet ons doel zijn."

Twee dagen later, zittend naast een massagetafel in het hotel van Jumbo-Visma, zegt Bennett met een lach dat er een groot cultuurverschil is tussen hem - de extraverte Nieuw-Zeelander - en Kruijswijk - de nuchtere Nederlander.

"Aan mij zie je het direct als ik blij ben. Maar bij Stevie is het heel moeilijk om het verschil te zien tussen een goede en een slechte dag. Hij is altijd kalm en geeft niets weg, of het nou op of naast de fiets is. Zelfs aan de eettafel heeft hij nog een pokerface. Dus het is voor mij moeilijk om een goed antwoord te geven op de vraag wat voor persoon hij is."

'Steven was vroeger meer iemand voor de ontsnappingen'

Kruijswijk is zelf de eerste om toe te geven dat hij als jonge renner niet werd gezien als een kandidaat om ooit op het podium van een grote ronde te eindigen. Generatie- en ploeggenoot Robert Gesink was het toptalent dat ervoor moest zorgen dat er na Joop Zoetemelk in 1980 eindelijk weer een Nederlandse Tour-winnaar zou komen, een stempel dat in de jaren daarna verschoof naar Wilco Kelderman en Tom Dumoulin.

"Ik had in eerste instantie niet het idee dat Steven een toprenner voor het klassement kon worden", zegt Bauke Mollema, die in 2007 net als Kruijswijk de overstap maakte naar het Rabobank Continental Team en bij de profs van 2010 tot en met 2014 ploegmaat was van de Brabander.

"In 2007 - en ook in 2010, het eerste jaar dat Steven prof was - had ik meer het idee dat hij een renner voor de ontsnappingen zou zijn. Hij probeerde toen regelmatig in de kopgroep te komen en deed nergens echt mee voor het klassement. Hij was in de ploeg ook niet iemand die de goede uitslagen bij elkaar reed of een grote mond had op dat gebied. Hij heeft zich echt rustig ontwikkeld."

Het gebrek aan zelfpromotie moet volgens Bennie Lambregts niet worden verward met een gebrek aan geloof in eigen kunnen. "Steven is geen mediageile jongen, maar hij is wel iemand die precies weet wat hij wil", stelt de Brabander, die in 2006 ploegleider was bij Van Vliet-EBH Advocaten, het eerste team van Kruijswijk.

"Steven was pas achttien toen hij bij ons in de ploeg kwam, maar hij was zijn leeftijdsgenoten wat betreft volwassenheid al ver voorbij. Hij was heel zelfstandig, ging op eigen vervoer naar wedstrijden en organiseerde zijn eigen trainingskampjes. Steven heeft een ijzeren discipline en is altijd puur wielrennen geweest."

Kruijswijk eist diezelfde mentaliteit van zijn directe omgeving. "Hij drijft mij ook tot het uiterste", zei Merijn Zeeman, de sportief directeur van Jumbo-Visma en al jaren de trainer van Kruijswijk, deze Tour in De Avondetappe. "Ik kan me geen slap moment veroorloven, dat heeft hij meteen in de gaten. Als je alles combineert, is hij een groot sportman."

Steven Kruijswijk in de roze trui in de Giro van 2016. (Foto: Pro Shots)

'Het heeft niet zo veel zin om terug te kijken'

Kruijswijk zit drie dagen voor de start van de Tour aan een tafeltje in een hotel op de grens van Nederland en België als hij een onvermijdelijke vraag krijgt over het dieptepunt uit zijn carrière. "Ik houd niet zo van vergelijken, zeker niet met 2016", zegt hij. "Voor mij heeft het niet zo veel zin om terug te kijken en alles te relateren aan die Giro, wat ik toen kon en wat ik nu kan."

In de Ronde van Italië van 2016 lijkt Kruijswijk op weg naar de eindzege, tot hij in de op twee na laatste etappe in de roze trui valt in de afdaling van de besneeuwde Colle dell'Agnello. Uiteindelijk eindigt de sterkste klimmer van de Giro met een vierde plek zelfs naast het podium.

De klap komt hard aan, maar Kruijswijk vertelt eind 2016 aan Omroep Brabant dat hij ook al snel weer vooruit wilde kijken. "Ik heb het vrij snel afgesloten. De eerste week na de Giro maalde het nog wel regelmatig in mijn hoofd, want ik ben echt van een roze wolk afgevallen. Maar uiteindelijk was het voor mij een ontdekking dat ik lang aan de leiding heb gereden in een grote ronde en smaakt het alleen maar naar meer."

Toch duurt het even voordat Kruijswijk zich weer laat zien in een drieweekse koers. Hij valt uit in de Vuelta van 2016 en de Giro van 2017, de ronde waarin Tom Dumoulin de roze trui wel naar het einde weet te brengen en zo alle aandacht van de Nederlandse wielerwereld opzuigt.

Ook als dertiger begint Kruijswijk dus in de luwte, ook al laat hij met een negende plek in de Vuelta van 2017, een vijfde plek in de Tour van 2018 en een vierde plaats in de Vuelta van 2018 zien dat hij ook na zijn veelbesproken val in de Giro van 2016 nog steeds tot de beste klassementsrenners ter wereld behoort. Die status bevestigt hij deze Tour met een derde plek.

"Voor mij maakt het niet uit of er over mij gesproken wordt", zegt Kruijswijk. "Ik heb geloof in eigen kunnen, en mijn eigen prestaties zijn het enige wat ik kan beïnvloeden. Ik ben altijd alleen maar bezig om mezelf beter te maken en heb elk jaar mijn doelen bijgesteld. Van de top tien ging het naar de top vijf en nadat dat me gelukt was, ging mijn blik op een podiumplek. Ik heb het echt stap voor stap gedaan."