De Hollandse Slagerij, de Buurtsuper en Café 't Jordaantje; Benidorm is zó op buitenlandse toeristen gericht dat de plaats voor Nederlanders bijna net zo vertrouwd is als Scheveningen. Welke fases ondergaat een gehucht op weg naar massatoerisme?

Ruim zestig jaar geleden was de Spaanse costa nog niet de toeristische trekpleister die ze nu is. Benidorm was een klein vissersdorp waar het nog niet eens legaal was om in bikini aan het strand te zitten.

Dat verandert in 1956. Dictator Francisco Franco besluit dat Spanje meer buitenlandse toeristen moet trekken en Benidorm speelt daar met zijn stranden en mooie weer handig op in. De eerste hotels verrijzen, bikini's worden toegestaan en zestig jaar later wonen er veertien keer zo veel mensen. Benidorm trekt nu jaarlijks bijna tien miljoen toeristen.

De niet meer echt Spaanse plaats geeft goed weer wat toerisme met een bestemming kan doen. De lokale identiteit van een stad maakt plaats voor een one size fits all-stad, waarbij lokale ondernemers en originele bewoners plaatsmaken voor toeristen en dingen die zij leuk vinden. Van vissersdorp naar massatoerisme in vier stappen.

Stap 1: De broccoliboom

Voordat een plek een vakantiebestemming is, moet ze eerst ontdekt worden. Tegenwoordig gebeurt dat al snel via sociale media, zegt Ko Koens, die duurzame hospitality en toerisme doceert aan Breda University of Applied Sciences (BUAS).

"Dit zie je vooral bij plekken met één attractie. Deze plekken worden door sociale media als Instagram ineens heel populair", aldus Koens. Een voorbeeld is een doodnormale boom in Zweden, die vanwege z'n aftakkingen de 'broccoliboom' wordt genoemd. Door foto's op internet krijgt de boom fans, waar toerisme uit voortkomt.

Door beginnend toerisme gaat het balletje rollen. "Hierdoor wordt een plek ineens een stuk leuker om te wonen, en het zorgt voor economische ontwikkeling", zegt Koens. Vervolgens gaan gebieden zich toeleggen op nieuwe bezoekers. "Zodra mensen ergens heen willen, zien ondernemers dat er iets te halen valt."

Het gebrek aan attracties in de eerste fase kan volgens Koens nog wel tot overlast leiden, puur omdat er niets te doen is. Ook de Zweedse 'broccoliboom' lijdt hieronder. De wereldfaam wordt de boom in 2017 fataal, wanneer hij toegetakeld wordt en verwijderd moet worden.

Stap 2: Kom binnen, goede toerist

De overlast wordt gek genoeg minder wanneer een bestemming groeit en er meer bezoekers worden getrokken. Hoogleraar toerisme Jan van der Borg, verbonden aan de universiteiten van Leuven en Venetië, vertelt dat dit door een verandering in de samenstelling van het toerisme komt.

Beginnend toerisme trekt vooral dagjesmensen. In de groeifase maken ze plaats voor toeristen die ook echt in een plaats verblijven, zegt Van der Borg. Dit soort bezoekers geven meer uit en veroorzaken minder overlast. "De kwaliteit van het toerisme gaat omhoog in deze fase", zegt de hoogleraar.

Van der Borg maakt onderscheid tussen 'goede' en 'slechte' toeristen: levert een bezoeker onder de streep een positieve of een negatieve bijdrage aan het leven van de locals? In deze groeifase krijgt een stad dus meer 'goede' dan 'slechte' toeristen.

Ook heeft de lokale bevolking dan nog geen problemen met de toeristen. "Bezoekers en bewoners zijn in evenwicht", zegt Van der Borg. "Het groeiende toerisme maakt een stad levendig en brengt reuring", vertelt Koens.

Toeristen vullen de straten van Venetië. (foto: AFP)

Stap 3: De omslag

Als de groei niet voldoende wordt gereguleerd en er maar toeristen blijven komen, ontstaan er problemen, zeggen beide toerisme-experts. "Je krijgt dan te maken met verdringing", aldus docent Koens.

De lokale bevolking verdwijnt langzaam. Woningen worden duurder omdat er meer geld verdiend kan worden met het verhuren van huizen aan toeristen. Ook verdwijnen lokale winkeltjes uit het straatbeeld en maken die plaats voor de ijs- en Nutella-winkels die overal te zien zijn. "Investeerders komen met meer geld van buitenaf", zegt Koens. "Die zeggen: 'wij knallen hier een winkeltje neer', omdat het qua investering een zekerheidje is."

“Venetië is een soort pretpark zonder management.”
Jan van der Borg, hoogleraar toerisme

"De stad levert haar eigen identiteit in", zegt Van der Borg. Steden als Amsterdam en Venetië, waar de hoogleraar zelf woont, bevinden zich al jaren in deze fase. "Dit is Venetië niet meer, het is meer een pretpark zonder management."

In deze fase slaat het soort toerisme ook om, zegt de hoogleraar. De bestemming wordt te duur om er te blijven slapen en de toeristen verplaatsen zich naar buiten de stad. Ze worden meer 'slechte' toeristen. "De kwaliteitstoerist haakt af en de dagtoerist blijft maar komen", zegt Van der Borg.

Stap 4: Te veel koeien, te weinig gras

Dit overtoerisme veroorzaakt blijvende schade aan publieke goederen als parken en pleinen en kan alleen worden tegengehouden als er vroeg beleid tegen wordt gevoerd. "Eigenlijk moet je de handrem al aantrekken wanneer het toerisme snel toeneemt", zegt Van der Borg.

De hoogleraar vergelijkt het overtoerisme met een grasveldje met grazende koeien. "Op een vrij grasveld kunnen koeien grazen en dat gaat goed. De menselijke impuls is dan om meer koeien te laten grazen, tot er zo veel koeien zijn dat er niet meer te grazen valt."

Ironisch genoeg is het succes van de toeristische bestemming juist ook wat tot de val van het toerisme leidt. De stad is haar originele karakter bijna kwijt en wordt overheerst door een monocultuur van ijswinkels, churroszaken en andere toeristische winkels. De bestemming is verloren wat haar eerder juist zo aantrekkelijk maakte.

En de toerist? Die gaat op zoek naar de nieuwe 'broccoliboom'.