In een vernietigend oordeel werd Willem Holleeder donderdag tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld voor alle ten laste gelegde feiten. NU.nl dook in de uitspraak en vat de overwegingen van de rechtbank samen.

"Gewetenloos" en iemand die "onverschillig meent te beschikken over leven en dood van anderen", zijn kwalificaties die Holleeder donderdag van de rechtbank krijgt toebedeeld.

Hij wordt schuldig bevonden aan de moord op Cor van Hout (2003) en de dood van Robert ter Haak. Laatstgenoemde stond naast Van Hout toen die werd doodgeschoten in Amstelveen.

Ook wordt Holleeder schuldig bevonden aan betrokkenheid bij de liquidaties op Willem Endstra (2004), Kees Houtman (2005), Thomas van der Bijl (2006) en de aanslag in 2002 op John Mieremet en diens uiteindelijke dood in 2005.

Betrouwbaarheid van zussen als belangrijke pijler

Maar hoe kwam de rechtbank tot deze overtuiging? Een belangrijke pijler onder de veroordeling waren de verklaringen van de zussen van Willem, Astrid en Sonja, en zijn ex-vriendin Sandra den Hartog.

Het oordeel over deze getuigenissen is duidelijk: geloofwaardig en daarom bruikbaar voor het bewijs. Tegenwerpingen van Willem dat er voor de vrouwen financieel voordeel viel te behalen met het afleggen van belastende verklaringen worden als niet aannemelijk beschouwd. Net als dat de rol van de zussen in een onderzoek naar witwassen van crimineel geld volgens de rechtbank niet van invloed is geweest.

Kleine aanwijzingen kunnen zwaar wegen

Dit is belangrijk, want hiermee winnen de verklaringen van de vrouwen, tegenover wie Holleeder verschillende moorden opbiecht, aan bewijskracht.

En in zaken waar opdrachtgevers "zich zoveel mogelijk onzichtbaar opstellen" is er vaak een gebrek aan direct bewijs en kunnen "kleine of beperkte aanwijzingen die naar hem leiden, zwaar wegen bij de beoordeling van de strafrechtelijke betrokkenheid", aldus de rechtbank.

Daar komt bij dat de rechtbank overtuigd is geraakt van de belangrijke positie die Astrid innam ten opzichte van haar broer. Als advocaat voorzag zij Willem jaren van advies over hoe hij uit handen van de politie kon blijven.

Opnamen als bewijs voor betrokkenheid moorden

De vele opnamen die Astrid maakte, ondersteunen haar verhaal. Net als de twintig knipselmappen die ze aan het Openbaar Ministerie (OM) overhandigde met als inhoud alle artikelen die er over haar broer zijn verschenen. Opgesteld in zijn opdracht.

In diezelfde opnamen hoort de rechtbank Holleeder zijn betrokkenheid bij twee moorden toegeven: die op Endstra en die op Van der Bijl.

In 2013 voerden Astrid en Willem een gesprek waarin laatstgenoemde woest was op Sonja. Het ging om geld dat Sonja aan hem verschuldigd zou zijn. Willem dreigde zijn oudste zus te vermoorden en trok de vergelijking met Endstra.

"Endstra heeft me ook willen pikken", fluisterde Holleeder in Astrids oor. "Daarom heb ik het gedaan." Woorden die in deze context volgens de rechtbank moeilijk anders opgevat kunnen worden "dan dat Holleeder zegt dat Sonja hem had bestolen, en dat hij haar zal vermoorden zoals hij dat met Endstra heeft gedaan".

Rechtbank De Bunker in Amsterdam als toneel van vele zittingen. (Foto: Pro Shots)

Holleeder werd zenuwachtig van verklaringen Fred Ros

In het geval van de liquidatie van Van der Bijl hecht de rechtbank waarde aan een opname van een gesprek vlak nadat in 2014 duidelijk is geworden dat Fred Ros een deal heeft gesloten met het OM om kroongetuige te worden.

Ros heeft zijn rol als tussenpersoon bij de moord op Van der Bijl bekend en legde hierover verklaringen af.

Het baarde Willem zorgen. Hij vroeg in het opgenomen gesprek meermalen aan zijn zus of hij zou worden aangehouden. "Nee. Misschien ooit als ze er wat bij vinden", was het antwoord van Astrid na drie keer aandringen. Holleeder zei vervolgens: "Ja, dan wel."

De rechtbank oordeelt ook in dit geval dat de opmerking van Holleeder in samenhang met andere feiten lastig anders te kwalificeren is dan een bekentenis.

Rechtbank trekt eigen conclusies

Voor de betrokkenheid van Willem bij bovengenoemde en de andere liquidaties trekt de rechtbank ook een aantal andere belangrijke conclusies.

Zoals de rol van Jesse R. bij de moord op Van Hout: R. zit een levenslange gevangenisstraf uit voor onder meer zijn rol bij de moorden op Houtman en Van der Bijl, maar is nooit vervolgd voor de moord op Van Hout.

De rechtbank ziet echter voldoende aanwijzingen voor zijn betrokkenheid. Onder meer in de verklaringen van kroongetuigen Ros en Peter La Serpe, die net als de getuigenissen van de zussen betrouwbaar worden geacht en dus bruikbaar als bewijs.

Zo ook dat R. aan hen vertelde "de power van Holleeder" achter zich te hebben en de moordopdracht voor Van Hout namens hem te hebben aangenomen.

Dat Holleeder volgens de rechtbank aantoonbaar liegt over ontmoetingen met R., laat zien dat hij van hem "weg wil blijven."

De vaststelling van een dadergroep

De tweede vaststelling is de betrokkenheid van een groep personen die in het vonnis wordt omschreven als de "dadergroep". Mannen die nog in hoger beroep terechtstaan voor betrokkenheid bij de moord op Endstra, maar van wie de rechtbank overtuigd is dat ze betrokken zijn bij die liquidatie.

Het zijn dezelfde personen die terugkomen in het onderzoek naar de moord op Mieremet met dezelfde conclusie van de rechtbank tot gevolg.

Een groep mannen die volgens de rechtbank net als R. en de twee kroongetuigen behoort tot een criminele organisatie die onder leiding stond van Holleeder, Dino Soerel en Stanley Hillis. Een conclusie die een tweede belangrijke pijler wordt onder de veroordeling tot levenslang.

Eerdere veroordelingen van Willem Holleeder

  • Willem Holleeder kreeg in 1987 elf jaar cel
  • Hij werd schuldig bevonden aan ontvoeren Heineken
  • In 2009 volgt de definitieve straf van negen jaar voor afpersingen
  • Een straf die hij 2017 volledig moet uitzitten na bedreigen van Peter R. De Vries

Holleeder volgens rechtbank onmogelijk te geloven

Dat Holleeder de rechtbank ervan heeft proberen te overtuigen dat hij slechts vriendschappelijk is omgegaan met Soerel en er sprake was van zijdelings contact met Hillis, is terzijde geschoven.

Het waren de bewijsstukken die Peter R. de Vries inbracht die de rechtbank overtuigen van het bestaan van het veelgenoemde driemanschap. Een van die stukken is het veelbesproken opgenomen telefoongesprek uit 2011.

Het zijn "voor de rechtbank relevante momenten" waar Holleeder ervoor koos om te zwijgen.

En over de rest van de proceshouding van Holleeder is de rechtbank duidelijk: "Holleeder heeft de rechtbank opgezadeld met de onmogelijke opdracht om te beoordelen wanneer zijn verklaringen wel, maar misschien toch ook niet, of niet helemaal, geloofd kunnen worden."

Het is die ongeloofwaardigheid en het stempel van geloofwaardigheid op de vele getuigenverklaringen over de betrokkenheid van Holleeder bij de moorden die hem levenslang kosten.

Een vonnis dat in hoger beroep nog fel zal worden bestreden.