Er ligt na bijna tien jaar van gesprekken tussen politiek, werkgevers en werknemers een pensioenakkoord op hoofdlijnen. Wat betekent dit akkoord voor jou?

Nog lang niet alle details zijn bekend en ook de vakbondsleden mogen er nog over stemmen. Maar premier Mark Rutte liet vrijdag weten dat er niet meer wordt gesleuteld aan de voorstellen die er nu liggen. "Er is geen plan B", zei Rutte.

Hoewel er dus nog veel moet worden uitgewerkt in wetgeving, kan grofweg wel worden gezegd wat het gaat betekenen voor de verschillende leeftijdsgroepen. Een overzicht.

Studenten

Iedereen die nog niet werkt, profiteert van het afschaffen van de doorsneesystematiek. Dat klinkt technisch, maar deze manier van pensioensparen komt erop neer dat iedereen in hetzelfde pensioenfonds dezelfde pensioenpremie betaalt.

Dat is in feite een vermogensherverdeling van jong naar oud. Geld van een jonge deelnemer kan namelijk langer renderen dan dat van iemand die vlak voor het pensioen zit. Dat past niet meer bij een arbeidsmarkt waarin werknemers niet meer vanzelfsprekend hun hele werkzame leven bij een werkgever zitten, of zzp'er zijn.

Jongeren profiteren ook van de minder strenge koppeling tussen de levensverwachting en de AOW-leeftijd. Worden we gemiddeld een jaar ouder, dan stijgt de AOW-leeftijd met acht maanden, in plaats van een jaar.

Deze groep krijgt ook te maken met hogere risico's die pensioenfondsen mogen nemen. Dat komt omdat de buffers die zij nu nog moeten aanhouden, worden afgeschaft omdat er geen garanties meer worden gegeven over de hoogte van de pensioenuitkering.

In de praktijk gaat de dekkingsgraad omlaag van ruim 104 naar 100 procent. De dekkingsgraad geeft de verhouding aan tussen het vermogen en de verplichtingen van een pensioenfonds. Fondsen mogen de pensioenen verhogen als de dekkingsgraad boven de 100 procent is.

Geld gaat dus eerder naar de pensioenen dan naar de buffers. Dat is gunstig voor ouderen die minder snel te maken krijgen met kortingen, maar jongeren zien het vermogen van hun pensioenfonds verslechteren.

Twintigers en dertigers

Deze groep profiteert ook van de afschaffing van de doorsneesystematiek en de minder strenge koppeling van de levensverwachting en de AOW-leeftijd.

Het nieuwe pensioenstelsel moet voor werknemers die aan het begin van hun carrière staan voor meer maatwerk zorgen. De beleggingsrisico's worden bijvoorbeeld afgestemd op leeftijd en de sector. Zit je dichter tegen je pensioenleeftijd aan, dan wordt er minder risico genomen dan wanneer je pas begint met pensioensparen.

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Han Busker voorzitter van de FNV tijdens de presentatie van de vernieuwing van het pensioenstelsel. (Foto: ANP)

Veertigers en vijftigers

Deze groep krijgt waarschijnlijk te maken met de grootste uitdaging. Aan de eerder genoemde afschaffing van de doorsneesystematiek zit namelijk een behoorlijk prijzenkaartje: ongeveer 60 miljard euro.

De veertigers en vijftigers hebben jarenlang premies betaald die naar de generatie boven ging, maar kunnen zelf niet meer profiteren van de inleg van een jongere generatie. De vraag is wie dit pensioengat gaat betalen. Daar is nog geen eenduidig antwoord op. Er zijn wel wat suggesties.

Met de nieuwe manier van pensioensparen kunnen in principe de premies omlaag. Als dat nog even wordt uitgesteld, kan daarmee de afschaffing het pensioengat worden gecompenseerd.

Er wordt ook gekeken naar het rendement dat niet langer naar de buffers hoeft. Dat pakt alleen niet goed uit voor jongeren, want zij zien dat rendement niet naar pensioenverhoging gaan, maar naar de compensatie voor ouderen.

De al opgebouwde buffers die de meeste pensioenfondsen al hebben, kunnen ook worden gebruikt voor compensatie.

Deze groep kan ook geen gebruikmaken van de tijdelijke maatregelen om eerder te kunnen stoppen met werken. Er wordt wel geïnvesteerd in duurzame inzetbaarheid. Dat wil zeggen dat er geld wordt vrijgemaakt voor projecten als een leven lang ontwikkelen zodat werknemers gezond de pensioenleeftijd halen.

Zestigers

De zestigers kunnen het meest in hun handen wrijven. Zij kunnen eerder met pensioen door de bevriezing van de AOW-leeftijd op 66 jaar en vier maanden tot 2021. Goed nieuws dus voor iedereen die nu 64 jaar is.

Daarna stijgt de AOW-leeftijd naar 67 jaar in 2024 voordat deze aan de levensverwachting wordt gekoppeld.

De meeste zestigers kunnen ook eerder stoppen met werken. De vrijstelling van de fiscale heffing (vaak omschreven als boete) geldt namelijk vanaf 2021 voor een periode van vijf jaar. Daarna hoopt het kabinet dat werkgevers en werknemers met een duurzamere oplossing komen.

Werkgevers mogen in die jaren aan iedereen die drie jaar van zijn AOW-leeftijd zit, tot 19.000 euro per jaar (ongeveer 1.100 euro netto per maand) boetevrij aan vervroegdpensioenregeling uitkeren.

Dankzij de stelselwijziging waarin de buffers worden afgeschaft hoeven de zestigplussers ook minder snel te vrezen voor kortingen. Het snijden in pensioenen kwam voor twee miljoen deelnemers in 2020 akelig dichtbij, meldde toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) onlangs. Voor 2021 geldt dat zelfs voor 7,7 miljoen mensen.

Kortingen zijn nu niet per se van de baan. De dekkingsgraden kunnen bij sommige fondsen namelijk alsnog onder de 100 procent duiken, maar die zullen in ieder geval lager zijn dan met de huidige regels.

Gepensioneerden

De gepensioneerden zullen ook blij zijn dat de meeste kortingen zijn afgewend. Zij voelen dat immers als eerste. Overigens moet ook vermeld worden dat de pensioenen de afgelopen jaren veelal niet zijn meegegroeid met de prijsstijging (indexatie).

Dat de pensioenen in het nieuwe stelsel makkelijker meebewegen met de beleggingsresultaten, betekent dat de gepensioneerden het ook direct zullen voelen als de oudedagsvoorziening zal stijgen of dalen.

Ook partijleiders Jesse Klaver (GroenLinks) en Lodewijk Asscher (PvdA) steunen het pensioenakkoord. (Foto: ANP)

Zelfstandigen

Veel zelfstandigen bouwen nu weinig of geen pensioen op, maar dat gaat veranderen als het aan het kabinet, de werknemers en de werkgevers ligt. De mogelijkheden zijn nu nog beperkt vergeleken met werknemers met een vast contract.

Wanneer je via je werkgever bent aangesloten bij een pensioenfonds, profiteer je van (kosten)voordelen zoals beleggingen, administratie en het afdekken van risico's. Dat hebben zzp'ers niet.

Het wordt daarom voor zelfstandigen eenvoudiger zich vrijwillig (dus niet verplicht) bij een pensioenfonds aan te sluiten in de sector of het bedrijf waar zij voor werken. Ook voor zzp'ers die in meerdere sectoren werken, moeten daarvoor mogelijkheden komen.

Een arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt voor deze groep wel verplicht. De partijen willen niet dat kosten en risico's van deze grote groep onverzekerden worden afgewenteld op de samenleving. Het kabinet wil dat de sociale partners vanaf volgend jaar een oplossing hebben uitgewerkt, zonder dat het de overheid geld kost.

Koolmees werkt zelf nog aan een nieuwe zzp-wet, waarin hij ook aandacht heeft voor minimumtarieven die rekening houden met zo'n verzekering. Maar op dat dossier valt sowieso nog veel werk te verrichten.