Komende week start de concertreeks van André Rieu op Het Vrijthof. André van Duin gaat dit jaar voor een bioscoopregistratie achter de schermen bij de violist. Een week voor Van Duin interviews geeft ter promotie van de film, overlijdt zijn vriendin Martine Bijl. "Zij zou niet hebben gewild dat we alles neerleggen en dagenlang huilen."

Midden in de voormalige artiestenruimte op de bovenste verdieping van de Tuschinski-bioscoop in Amsterdam, staat de Limburgse dirigent André Rieu. Niet in vlees en bloed, maar afgedrukt op karton. Het is promotiemateriaal voor Shall We Dance, een bioscoopregistratie van een van de concerten die Rieu deze zomer zal geven op het Vrijthof in Maastricht.

In de hoek van de ruimte, die nu vipkamer heet, zit Van Duin. De persdag vindt enkele dagen na de bekendmaking van het overlijden van zijn goede vriendin Martine Bijl plaats. Van Duin zal voor Shall We Dance een kijkje achter de schermen nemen tijdens de repetities van het orkest en daarnaast André Rieu interviewen.

Kun je het opbrengen om kort na de bekendmaking van het overlijden van Martine mee te werken aan een persmoment?

"Zij zou niet hebben gewild dat we alles neerleggen en dagenlang huilen. Ze was een vrolijke vrouw. En je gaat gewoon door met je werk. Ik kan moeilijk helemaal niks meer gaan doen. Er staan een heleboel dingen op de planning. Ik heb maandag en dinsdag opnames voor de televisieserie Het Geheime Dagboek van Hendrik Groen gehad en binnenkort ga ik met Janny van der Heijden een filmpje opnemen in een bootje op het water. In alle vrolijkheid, tja. "

Het orkest van Rieu is vernoemd naar componist Johan Strauss. Zijn operette Die Fledermaus is gebaseerd op een motto van de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer: "Gelukkig is hij, die vergeet wat je toch niet meer kunt veranderen." Valt dat samen met de mensen die naar jou komen kijken omdat ze vooral een avond willen lachen?

"Dat zou kunnen. Ik relativeer zelf ook heel veel en ben in veel dingen zeer berustend. De dingen zijn zoals ze zijn, denk ik vaak. En die kunnen heel leuk of heel verdrietig wezen, maar life goes on."

Mag je alles aan Rieu vragen?

"Ja, maar ik weet alles al. Ik ken André 25 jaar en heb vaak met zijn orkest opgetreden. Ik ben bevriend met hem, maar ook met het orkest. Die mensen zijn al honderd jaar bij hem, dat is een teken dat hij goed met ze omgaat. Het is echt een familie. Dat moet ook wel, want ze reizen samen de hele wereld over en maken lange dagen."

André Rieu

André Rieu

Welke eigenschap zou je graag van hem over willen nemen?

"Vooral zijn durf. Hij stond op de rand van faillissement en iedereen verklaarde hem voor gek, toch heeft hij doorgeduwd en nu is hij een wereldster geworden. Tot in Brazilië weten ze wie André Rieu is en staan ze hem op het vliegveld op te wachten. Als je naar televisieregistraties van zijn concerten kijkt, zie je hoe de mensen in het publiek weer opnieuw verliefd op elkaar worden. Ze knuffelen, lachen en huilen."

Wat ga je de kijkers laten zien wat ze nog niet weten van Rieu?

"Hij trekt zich altijd een half uur voordat de voorstelling begint terug om te gaan slapen. Er staat dan zelfs een beveiliger voor zijn deur en er wordt een stiltegebied om hem heen gecreëerd. Zijn vrouw ziet er streng op toe dat dit goed gaat. Maar ook zijn zoon is erg belangrijk, die heeft zich op de technische kant toegelegd. En daaromheen is weer een heel bedrijf opgebouwd dat van alles regelt, bijvoorbeeld zo'n wereldtournee. Ondanks die professionaliteit heerst er altijd een relaxte sfeer als je even langsgaat tijdens een repetitie. Voor de kinderen van de muzikanten wordt meestal een ballenbak of een clown geregeld."

Rieu laat zich amper door journalisten interviewen. Wat vind je daarvan?

"Dat wist ik niet. Ik weet niet wat ik daarvan moet vinden. Hij zal daar wel een reden voor hebben. Ik doe het altijd gewoon en ik vind het wel makkelijk. Maar inderdaad, je ziet hem niet zo veel in talkshows. In interviews geef ik altijd antwoord op alle vragen, ik zou niet weten waar ik niet over zou willen praten. Ik heb geen geheimen."

Waarom ben je op toneel minder persoonlijk?

"Een cabaretier heeft vaak een verhaal te vertellen, er is een rode draad. Ik kom uit de revue, daar heb je dat niet. Ik draag mijn eigen sores ook niet uit op het toneel en wil ook niet mijn eigen mening verkondigen. Het is meestal een schetsje van een situatie bij de groenteboer of bij een dokter en dat is het. De mensen willen een avondje lachen."

“Martine was heel onzeker, maar ik ben ook altijd onzeker geweest.”

De kans dat je zoiets als het overlijden van Martine in een voorstelling zou verwerken is klein.

"Ja. Hoewel, toen mijn vader overleed, heb ik een heel mooi liedje over hem geschreven. (Zingend:) 'Mijn allergrootste fan, dat weet ik zeker…' Dat is misschien het enige, maar ik heb ook niet zo veel problemen in mijn leven om over te vertellen. Ik heb altijd heel veel geluk gehad en het is me voor een groot deel toch wel aan komen waaien. Ik heb nergens voor geleerd, maar ben de goede mensen op het juiste moment tegengekomen. En tot mijn stomme verbazing maak ik een tweede carrière mee."

Vraag je jezelf weleens af hoeveel geluk een mens kan hebben?

"Ik heb heel veel geluk. Echt heel veel. Mijn succes bestaat voor 50 procent uit talent en voor 50 procent uit geluk. Maar het is vooral belangrijk wie je tegenkomt, want je kunt het nooit alleen doen. Ik denk dan aan mensen als Joop van den Ende, mijn eerste manager en Ferry de Groot."

En soms ontstaan er kansen omdat het noodlot toeslaat, zoals bij Heel Holland Bakt.

"Dat programma moest door. We dachten toen nog dat Martine een jaar zou moeten overslaan. Veel presentatoren stonden in de rij om het te doen, dus ik vroeg me af waarom Jan Slagter per se mij wilde hebben. Ik was helemaal geen presentator. Je springt dan in een heel groot gat, daar heb ik het ook met Joop over gehad. Martine deed het op haar eigen manier, met die vileine ondertoon. Maar die heb ik helemaal niet, daarom maakte ik in het eerste jaar ook weinig grapjes. Daarna vonden mensen dat ik het best aardig deed, toen durfde ik het een beetje uit te bouwen."

In een interview in Story zei je over het contact dat je had met Martine na haar hersenbloeding: "Het lukt mij niet meer haar te laten lachen."

"Ik denk dat ik dat destijds meer bedoeld heb om uit te drukken dat Martine moeilijker bereikbaar werd. Ze zat in een depressie, was moe en had nergens meer zin in. Daarom is het een wonder dat ze het boek Rinkeldekink nog heeft kunnen schrijven. Daarin legt ze ontzettend goed uit hoe je je voelt als je zoiets meemaakt. We hadden altijd veel plezier samen, ook met haar man Berend Boudewijn. Maar ook haar spontaniteit begon in die tijd te verdwijnen."

Zou het kunnen dat haar overlijden jou ook een bepaalde kracht geeft? Dat je dingen zult doen waar je eerder misschien onzeker over was?

"Je kunt jezelf moeilijk veranderen. Martine was heel onzeker, maar ik ben ook altijd onzeker geweest. 'Dit moet je niet doen, dat durf ik niet…' Dat is nog niet veranderd, heb ik het idee."

Jij houdt niet van die pathetische vraagstellingen, hè?

"Kijk, ik kan wel zeggen dat ik nu allerlei dingen wél ga doen, maar dat geloof ik gewoon niet. Ik heb ook geen bucketlist. Ik ben blij dat we de Dik Voormekaar Show nieuw leven hebben ingeblazen, maar verder heb ik geen wensenlijst. Ik moet er niet aan denken nog een nieuwe theatershow te maken. Ik ben 72 en heb alles wel zo'n beetje gedaan, veelal succesvol. Dat probeer ik nog een tijdje vol te houden."

De concertregistratie Shall We Dance is op 27 en 28 juli te zien in de bioscoop.