Tijdens de klimaatconferentie van Parijs in 2015 is afgesproken dat de opwarming van de aarde "ruim onder 2 graden" moet blijven. Maar hoe moet dat dan? Dat staat centraal in dit tiende en laatste deel van de serie klimaatvragen van NU.nl.

In deze serie kwamen Nederlandse onderzoekers aan het woord om zo helder mogelijk antwoord te geven op onze vragen over klimaatverandering. We hebben het gehad over de huidige en toekomstige temperatuurstijging, de werking van broeikasgassen, de klimaatveranderingen uit het verleden, de toename van extreem weer, veranderingen in de oceanen, het smelten van ijskappen en de zeespiegelstijging, de gevolgen voor de natuur en de landbouw en over de twijfel die veel mensen nog hebben.

Maar er rest nog één belangrijke vraag: als we klimaatverandering willen stoppen, wat moet er dan gebeuren? En is het überhaupt nog mogelijk om onder 1,5 graad te blijven?

Heleen de Coninck van de Radboud Universiteit geeft antwoord. Zij onderzoekt internationaal klimaatbeleid en is hoofdauteur van een klimaatrapport van het IPCC, een organisatie van de Verenigde Naties die zich bezighoudt met klimaatverandering.

Wat moet er gebeuren om 'Parijs' te laten slagen?

De Coninck: Om onder 1,5 graad te blijven, moet de wereldwijde CO2-uitstoot rond 2050 netto nul zijn en rond 2030 al bijna gehalveerd. Technisch en economisch is dit mogelijk, maar makkelijk is het niet.

Het gaat grote invloed hebben op hoe we wonen en reizen en wat we kopen en eten. Auto's en vrachtwagens kunnen in 2050 niet meer op fossiele benzine en diesel rijden, huizen worden niet meer met gas verwarmd en de industrie - de grootste energieverbruiker van Nederland - draait op andere grondstoffen, zoals biomassa. En de industrie heeft net als de samenleving een CO2-vrije energievoorziening.

Als de mondiale opwarming beperkt wordt tot 1,5 graad, dan kunnen de ergste gevolgen van klimaatverandering voorkomen worden. Boven de 2 graden nemen diverse risico's voor natuur en voedselvoorziening toe naar hoog tot zeer hoog. Zo zullen tropische koraalriffen dan volledig verdwijnen. (Afbeelding: IPCC SR15, hoofdstuk 3)

Daarnaast zijn er grote veranderingen nodig in de landbouw. De stijgende vraag naar veevoer voor meer vleesproductie drijft ontbossing, waarbij ook veel broeikasgassen vrijkomen. Als de mensheid relatief meer plantaardige eiwitten gaat eten en dus minder vlees en zuivel, dan komt er veel landbouwgrond vrij. Die grond kunnen we goed gebruiken: voor voedsel voor een nog altijd groeiende wereldbevolking en voor de stijgende vraag naar duurzame biomassa om fossiele grondstoffen te vervangen.

In plaats van verder ontbossen, moeten we eigenlijk herbebossen. Er zal namelijk altijd uitstoot overblijven. Het is daarom nodig om de CO2 die we te veel uitstoten vanaf 2050 uit de atmosfeer te halen. Naast herbebossen kan dat met nieuwe technologie. Daar moeten we ook in Nederland al ruim voor 2050 mee gaan oefenen.

Grote transities en samenwerkingen

De noodzakelijke veranderingen zijn niet te realiseren met een beetje energiebesparing hier en een elektrische auto daar - het vergt grootschalige veranderingen. In het IPCC-rapport onderscheiden we er vier: de transformatie van het energiesysteem, het land- en ecosysteem, het industriële productiesysteem en het systeem van steden en infrastructuur.

Dat klinkt allemaal heel abstract, maar het komt erop neer dat er hele grote samenwerkingen nodig zijn. Net als andere verdienmodellen voor bedrijven. 'Klimaat' is niet alleen iets voor het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, maar voor alle ministeries, provincies en gemeenten, omdat veranderingen op alle niveaus spelen en met alle sectoren samenhangen.

Dat geldt natuurlijk niet alleen voor Nederland, het geldt voor de wereld als geheel - met heel verschillende landen en samenlevingen. Daarom zijn de afspraken uit het akkoord van Parijs ook zo belangrijk. Die gaan ook over gerichte samenwerking tussen landen onderling, bijvoorbeeld op het gebied van schone technologie.

Andere levensstijlen en overheid onmisbaar

Onze levensstijl is van groot belang. Hoeveel vlees en zuivel we eten, of we een auto gebruiken en vliegen, de energievraag van ons huis: elke ton CO2 telt. Maar systeemveranderingen kunnen we niet op individueel niveau teweegbrengen. Jij kunt niet in je eentje veranderen hoe de chemische industrie producten maakt, wat voor investeringsbeslissingen banken en pensioenfondsen nemen en op wat voor brandstof schepen varen en vliegtuigen vliegen. Iemand moet de leiding nemen en dat kan alleen maar de overheid zijn.

Wat dat betreft is de discussie over de CO2-heffing interessant. Die kan helpen om systemen efficiënter te maken, maar brengt geen structurele veranderingen. Een CO2-neutrale haven van Rotterdam, internationale treinverbindingen, duurzame elektriciteitsnetten: dat krijg je alleen met gericht beleid.

De hoofdconclusie uit het IPCC-rapport van 2018: om onder de 1,5 graad te blijven, moet de mondiale CO2-uitstoot in 2050 naar nul en daarna zelfs negatief worden. In 2030 moet de uitstoot al bijna zijn gehalveerd.

Hoe weten we dit eigenlijk?

De wetenschapsgebieden die zich bezighouden met de vraag hoe we de doelen van Parijs kunnen halen, reiken van chemische technologie tot politicologie en van economie tot gedragswetenschap.

Mondiale modellen die klimatologie en emissies koppelen aan allerlei economische sectoren en landgebruik zijn belangrijke gereedschappen. Dergelijke modellen bevatten een enorme hoeveelheid gegevens over opties om de broeikasgasuitstoot te verminderen en rekenen dan het 'kostenoptimale' energiesysteem uit dat de opwarming onder de 1,5 graad houdt.

Die modellen zijn nuttig, maar hebben ook beperkingen. Mensen maken hun afwegingen immers niet alleen op basis van kostenoptimalisatie. Hoe kosten worden verdeeld, kan vaak niet worden gemodelleerd. Daarom is het belangrijk om niet alleen op modellen te varen, maar ook te kijken naar wat er wenselijk en realistisch mogelijk is in een bepaald gebied of land. En in dat soort vragen zijn gedrags- en beleidswetenschappers weer beter. Al deze wetenschappelijke inzichten worden gecombineerd in het IPCC-rapport en geven gezamenlijk een zo goed mogelijk beeld over maatregelen en beleid.

Deze vraag is het laatste deel van een speciale klimaatserie van NU.nl waarin diverse Nederlandse klimaatonderzoekers antwoord gaven op de belangrijkste klimaatvragen van lezers.