Ajax werd woensdag voor het eerst in vijf jaar weer kampioen in de Eredivisie. De Amsterdammers kenden een seizoen met veel pieken, maar ook dalen. Een overzicht in beeld.

11 augustus: Ajax begint met een valse start aan het Eredivisie-seizoen. Heracles houdt de Amsterdammers in de ArenA op een gelijkspel (1-1).

18 augustus: Ajax ontsnapt op het nippertje aan puntenverlies tegen VVV. Met hulp van de VAR krijgen de Amsterdammers vlak voor tijd een penalty, die wordt benut door Dusan Tadic: 0-1.

7 oktober: Ajax haalt in eigen huis uit tegen AZ. De Alkmaarders worden met 5-0 aan de kant gezet.

23 september: De eerste grote domper van het seizoen voor Ajax. In Eindhoven gaat de ploeg van Erik ten Hag kansloos ten onder tegen PSV (3-0).

28 oktober: De tweede topper van het seizoen loopt wel goed af. Mede door een vroege rode kaart voor Feyenoorder Jeremiah St. Juste wint Ajax De Klassieker in Amsterdam eenvoudig met 3-0.

23 december: Ajax sluit 2018 goed af met de elfde competitiezege op rij. Bij FC Utrecht wint de ploeg van Erik ten Hag met 1-3. De achterstand op koploper PSV is halverwege twee punten.

20 januari: Door een misstap van PSV in Emmen (2-2) kan Ajax direct na de winterstop de koppositie pakken, maar in een knotsgek duel verslikken de Amsterdammers zich in sc Heerenveen: 4-4.

27 januari: Een week later volgt een nieuwe domper. Ajax wordt weggeblazen in Rotterdam en verliest met 6-2 van Feyenoord.

9 februari: Ajax blijft ploeteren na de winterstop en blameert zich met een nederlaag tegen Heracles (1-0). De achterstand op PSV bereikt zijn hoogtepunt: zes punten.

17 maart: Door puntenverlies van koploper PSV tegen sc Heerenveen en Feyenoord loopt Ajax weer in, maar bij AZ gaat het weer mis. De ploeg van John van den Brom wint met 1-0, waardoor de recordkampioen weer op vijf punten van PSV staat.

31 maart: Beslissend moment in het thuisduel met PSV. Daniel Schwaab raakt David Neres, waardoor Ajax na ingreep van de VAR een penalty mag nemen.

Uit de strafschop maakt Dusan Tadic de 2-1, waardoor Ajax met tien man de wedstrijd alsnog naar zich toetrekt. De Amsterdammers winnen uiteindelijk met 3-1 van PSV en doen weer volop mee in de titelstrijd.

6 april: Ajax wint van Willem II met 1-4 en ziet PSV een dag later morsen bij Vitesse (3-3), waardoor de ploeg van Erik ten Hag zich voor het eerst sinds mei 2016 weer de koploper van de Eredivisie mag noemen.

20 april: Als koploper struikelt Ajax bijna over FC Groningen, maar invaller Klaas-Jan Huntelaar kroont zich tot man van de wedstrijd met een treffer in de slotfase: 0-1.

12 mei: Ajax wordt in de voorlaatste speelronde officieus kampioen. De Amsterdammers verslaan ondanks een vroege achterstand FC Utrecht (4-1) en zien concurrent PSV verliezen bij AZ (1-0).

15 mei: Ajax kroont zich voor de 34e keer tot kampioen van Nederland. In Doetinchem wordt De Graafschap met 1-4 verslagen, waardoor de titel een feit is.