De afgelopen weken namen de Europese Spitzenkandidaten het meerdere malen tegen elkaar op in een verkiezingsdebat. Niet gekeken? Je bent waarschijnlijk niet de enige. Europese lijsttrekkers zijn nog altijd onbekend en EU-debatten worden niet vaak gekeken.

Afgelopen woensdag stonden er zes personen te debatteren in het Europees Parlement. Eentje ken je waarschijnlijk wel: Frans Timmermans. Een ander ken je misschien: de Deense eurocommissaris Margrethe Vestager.

De andere vier (de Duitser Manfred Weber, de Tsjech Jan Zahradil, de Duitse Ska Keller en de Spaanse Belg Nico Cué) ken je waarschijnlijk niet.

Dit is niets nieuws. Uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat de Europese lijsttrekkers ook bij de vorige verkiezingen al niet erg bekend waren.

Het geldt trouwens niet alleen voor de Europese lijsttrekkers. Uit onderzoek van I&O Research bleek deze maand dat zelfs de Nederlandse lijsttrekkers niet bekend zijn bij het Nederlandse publiek.

10 procent van de VVD-stemmers denkt zelfs dat Timmermans lijsttrekker voor de VVD is. (Hij is lid van de Partij van de Arbeid.)

Debat is lastig te vinden

De recensies van het debat afgelopen woensdag waren niet al te best. Politico schrijft dat het "over het algemeen een glansloos debat was", waarin kandidaten worstelden om zichzelf te onderscheiden.

Reuters merkt op dat de EU-debatten lastig te vinden zijn: "Het debat van afgelopen woensdag werd door tv-zenders in heel de EU weggestopt op onbekende kanalen of op internet."

De cijfers die het Europees Parlement later bekendmaakte bevestigen dat: Op YouTube, Facebook en Twitter werd het debat slechts iets meer dan 40.000 keer bekeken. Stukje context: er mogen 427 miljoen EU-burgers stemmen komende week.

“Het was over het algemeen een glansloos debat.”
Politico

Debat is ook lastig te volgen

In tegenstelling tot het Nieuwsuur-debat eerder deze week, waar de Nederlandse kopstukken debatteerden, vond afgelopen woensdag bijna het hele debat in het Engels plaats. Bijna, want Cué sprak in het Frans, dat weer werd nagesynchroniseerd

"De taal is een probleem", zegt Katjana Gattermann, universitair docent politieke communicatie aan de Universiteit van Amsterdam. "Als je moet vertalen wat mensen zeggen, dan komt hun persoonlijkheid niet naar voren. Dat is saai voor de kiezers. Het wordt wat abstracter."

“Als je moet vertalen wat mensen zeggen, dan komt hun persoonlijkheid niet naar voren.”
Katjana Gattermann

Toch dient het een functie

Toch zijn de debatten nuttig, zegt Gattermann. “Er waren duidelijk verschillende meningen. Voor burgers maakt dat inzichtelijk dat er wel degelijk politici met verschillende meningen zijn, dat je kunt kiezen voor verschillende politieke ideeën.”

De zogenoemde Spitzenkandidaten – de topkandidaten van de Europese partijen - zijn in 2014 in het leven geroepen. De verkiezingen voor het Europees Parlement blinken al jaren niet uit in opkomstcijfers. In 1979 gingen nog 62 procent van de stemgerechtigde Europeanen naar de stembus, veertig jaar later lag dat op 43 procent. In Nederland lag dat nog lager, op 37 procent.

Bij de vorige Europese parlementsverkiezingen, in 2014, besluit het Europees Parlement het daarom anders aan te pakken: 'This time it’s different', luidt het motto. Elke Europese groep schuift een kandidaat naar voren, de kandidaat van de groep die de grootste wordt in de verkiezingen wordt de voorzitter van de Europese Commissie, is het idee van het Parlement.

Debatten moeten voor meer bekendheid zorgen

Op die manier vallen er duidelijke gezichten te plakken op de kandidaten en wordt het ook concreter waar het over gaat. En zo kan er ook gedebatteerd worden. En die debatten moeten voor meer bekendheid zorgen bij de kiezers.

Levert dat wat op? Dat kunnen we nog niet zeggen, vertelt Gattermann. Bij de vorige verkiezingen in 2014 is wel onderzoek gedaan naar hoe bekend de verschillende Europese lijsttrekkers zijn, maar we hebben nu nog geen vergelijkingsmateriaal. Dat weten we over een paar maanden.

Spitzenkandidaten zijn niet per se opvolger van Juncker

Het probleem is ook een beetje dat het niet helemaal werkt hoe het Europees Parlement wil dat het werkt. De Spitzenkandidaten op het podium worden wel gepresenteerd als de mogelijke opvolgers van Juncker, maar officieel werkt het niet zo.

De nieuwe voorzitter van de Europese Commissie wordt officieel voorgedragen door de Europese regeringsleiders. Mark Rutte en zijn 27 collega’s mogen bepalen wie zij voordragen, maar de desbetreffende persoon moet wel worden goedgekeurd door het Europees Parlement.

Het Parlement zegt nu dus eigenlijk: draag een van onze Spitzenkandidaten voor, anders geven wij geen goedkeuring. Feit blijft dat de Europese regeringsleiders ook kunnen besluiten om hier niet aan mee te werken, waarna er een patstelling ontstaat.

“Wanneer we een publiek debat hebben, praten we er in ieder geval over.”
Kajana Gattermann

We praten er in ieder geval (een beetje meer) over

Hebben die debatten dan überhaupt nut? Gattermann denkt van wel. "En zodoende leren we erover."

Volgens de communicatiewetenschapper toont ander onderzoek ook aan dat er wel meer wordt bericht over onderwerpen die zich afspelen in het Europees Parlement. "Dus het is wel aan het veranderen."