Zijn het volksmenners of vertegenwoordigen ze de échte wil van het volk? Als je een populist wordt genoemd of een ander zo noemt, wordt het debat al gauw gekleurd door emotie. Maar wat betekent 'populisme' nu eigenlijk?

Samengevat: Wat is populisme?

  • Populisme is een politieke ideologie
  • Het zet het 'goede volk' tegenover de 'kwaadaardige elite'
  • Populisme wordt bijna altijd gekleurd door een 'partner-ideologie'
  • Het kan (radicaal-)links zijn, (radicaal-)rechts of iets ertussenin
  • Populistische bewegingen kunnen enorm van elkaar verschillen
  • Ze komen op door een ingewikkeld samenspel van factoren
  • Populisme is te complex om simpelweg te worden weggezet als goed of slecht

Als je het lastig vindt om te bepalen wat de term populisme precies inhoudt en op wie die van toepassing is, kun je aansluiten bij een lange traditie.

Nieuw is het verschijnsel niet. Sommige historici voeren aan dat de eerste populisten zich lieten zien in het Athene van de vijfde eeuw voor Christus. De moderne term ontstond aan het einde van negentiende eeuw in de Verenigde Staten, waar de linkse Volkspartij zich sterk maakte voor de plattelandsbevolking.

Na de millenniumwisseling maakte het populisme met name in West-Europa een heropleving door, legt politiek socioloog Matthijs Rooduijn uit. Dat kantelde het beeld over de politieke stroming en maakte de noodzaak voor een bruikbare definitie groter.

"Er is onder politiek wetenschappers steeds meer overeenstemming dat populisme meer is dan een stijl, retoriek of een manier waarop politieke partijen zich organiseren", zegt Rooduijn. "Het heeft een inhoudelijke boodschap."

Wat is een bruikbare definitie van populisme?

Een internationaal vaak gehanteerde definitie komt uit de koker van de Nederlandse politiek wetenschapper Cas Mudde.

“Populisme is een dunne ideologie, volgens welke de maatschappij uiteindelijk verdeeld wordt in twee homogene en vijandige kampen – ‘het zuivere volk’ versus ‘de corrupte elite’ – en die stelt dat de politiek een uitdrukking zou moeten zijn van de algemene wil van het volk”
Cas Mudde, populisme-onderzoeker

1. Populisme zet het goede volk tegenover de kwaadaardige elite

"Het is een fundamentele morele tegenstelling", zegt Sarah de Lange, bijzonder hoogleraar Politieke Wetenschappen. "Populisten kijken naar de samenleving en zeggen: aan de ene kant heb je het volk. Dat is goed, werkt hard en heeft goede waarden. Aan de andere kant staat de elite, die cultureel, economisch of politiek kan zijn. Die is in- en inslecht, corrupt, weet niet wat er leeft en heeft alleen oog voor de eigen belangen."

"Goed versus kwaad", beaamt Rooduijn. "Het goede volk wordt uitgebuit, verwaarloosd of niet begrepen door een slechte elite, terwijl populisten vinden dat de volkswil het uitgangspunt moet zijn van elke politieke beslissing."

"De definitie van Mudde benadrukt dat die twee groepen - volk en elite - homogeen zijn; dat je ze elk als een eenheid kunt zien", legt De Lange uit. "Populistische partijen ontkennen dat er ook binnen het volk allerlei tegenstellingen zijn, bijvoorbeeld op basis van leeftijd, afkomst, geslacht en religie. Zij zeggen: 'Je hebt gewoon het volk. Dat heeft uiteindelijk dezelfde belangen en dezelfde opvattingen en er is beleid te bedenken waar iedereen tevreden mee zal zijn.'"

Een anti-immigratiebetoging in het Oost-Duitse Chemnitz. Populisme wordt bijna altijd gekoppeld aan een andere ideologie, zoals bijvoorbeeld nativisme. (Foto: AFP)

2. Populisme heeft bijna altijd een 'partner-ideologie'

Waarom noemt Mudde het een 'dunne' ideologie? De Lange: "Daarmee wordt gezegd dat populisme eigenlijk niet zelfstandig kan bestaan. Een politieke partij die populistisch is en daar geen andere ideologie bij betrekt, heeft eigenlijk alleen iets te zeggen over de relatie tussen volk en politiek. Niet over zaken zoals de economie, het buitenlands beleid en dergelijke. Daarom wordt het eigenlijk altijd gekoppeld aan ander gedachtegoed, zoals nativisme, socialisme of regionalisme."

Een sterke kant van de definitie van Mudde is dat die ook duidelijk laat zien wat populisme niet is, zegt Rooduijn. Er wordt een duidelijke scheiding aangebracht tussen het populisme en zo'n 'partner-ideologie'. "Het volk tegen de elite is wat anders dan de eigen mensen afzetten tegen groepen van 'gevaarlijke anderen'", zegt hij.

Zeldzame voorbeelden van populistische bewegingen zonder partner-ideologie zijn er wel, zoals de Vijfsterrenbeweging in Italië. Rooduijn: "Die heeft, afgezien van een afkeer van de elite, dan ook nauwelijks een coherent ideologisch verhaal."

3. Populisme bestrijkt het politieke spectrum van links tot rechts

Om het nativisme er even uit te lichten: dat stelt de belangen van het eigen volk en de eigen cultuur boven die van immigranten. Het is een belangrijke pijler van het verhaal waarmee rechts-radicale populistische partijen zoals Forum voor Democratie en de PVV de kiezer proberen aan te spreken - maar het is geen vereiste om te boek te staan als populistisch.

"Rechts-radicale partijen hoeven niet populistisch te zijn en rechts-populistische partijen hoeven niet nativistisch te zijn, maar ze hebben ontdekt dat populisme en nativisme een gouden combinatie zijn", zegt Rooduijn. Die werkt zo goed, dat niet-populistische rechts-radicale partijen bijzonder zeldzaam zijn geworden. "De concepten van een slechte elite en groepen gevaarlijke 'anderen' worden gecombineerd. Dan ontstaat het idee: de elite heeft de deuren opengezet voor die anderen, waardoor onze normen, cultuur en tradities nu gevaar lopen."

Maar populisme en nativisme zijn dus niet onderling inwisselbaar. Vergelijk bijvoorbeeld het radicaal-rechtse, nativistische Forum voor Democratie uit Nederland met het radicaal-linkse Podemos uit Spanje. Beide partijen vinden dat 'het partijkartel', dan wel 'de politieke kaste', moet verdwijnen om het volk de democratische macht terug te geven. Met andere woorden: het zijn populisten. Maar in hun antwoorden op de vraag hoe de samenleving vervolgens moet worden ingericht, liggen ze politiek en ideologisch mijlenver uit elkaar.

De Boliviaanse president Evo Morales (l) en de Griekse premier Alex Tsipras zijn beiden linkse populisten, maar de Zuid-Amerikaanse en West-Europeaanse populistische bewegingen verschillen op veel vlakken van elkaar. (Foto: AFP)

4. Naast ideologische, zijn er grote internationale verschillen tussen populistische bewegingen

Politicologe Tjitske Akkerman, die nationalisme en populisme onderzoekt, maakt een duidelijk onderscheid tussen rechts-populistische en links-populistische bewegingen in West-Europa. De definitie van Mudde sluit volgens haar beter aan op de eerstgenoemde groep dan op de laatste.

Dat geldt vooral voor zijn vaststelling dat populisten het volk zien als homogeen, intern gelijk. Akkerman: "Je ziet dat links-populistische partijen, zoals de SP in Nederland, Die Linke in Duitsland en Podemos in Spanje, heel inclusief zijn. Ze zetten zich in voor de rechten van lhbt's, vrouwen en etnische minderheden."

Ook intercontinentaal kun je populisten niet zomaar over één kam scheren, stelt Akkerman. "In Zuid-Amerika is links-populisme echt iets anders dan in West-Europa, en hier wordt de definitie van populisme gekleurd door de dominantie van rechts-populistische partijen, maar dat gaat daar niet op."

5. Er zijn geen eenduidige oorzaken voor de heropleving van het populisme

Het is moeilijk de oorzaken voor de recente wereldwijde opkomst van populistische bewegingen aan te wijzen. Niet elk van die bewegingen is gelijk geschapen, en niet in elk deel van de wereld heersen dezelfde politieke, economische en culturele omstandigheden die ruimte voor populisme hebben geschapen.

"Het tempo waarin populistische bewegingen opkomen hangt heel erg van de nationale context af", zegt Tjitske Akkerman. "In Spanje zie je het rechts-populisme bijvoorbeeld pas nu opkomen met de partij Vox."

Internationale trends die een vruchtbare voedingsbodem voor populisme kunnen scheppen, zijn wel aan te wijzen.

Globalisering

Globalisering heeft onder meer geleid tot innigere internationale samenwerkingsverbanden, zoals de EU, die een deel van het landsbestuur buiten de eigen grenzen leggen. Dat kan angst voor het verlies van nationale zelfbeschikking inboezemen en weerstand oproepen.

Een ander gevolg: nooit eerder waren de internationale migratiestromen groter. De Londense denktank Legatum Institute stelt dat in 2017 zo'n 258 miljoen mensen buiten hun geboorteland leefden. De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) verwacht dat dit aantal in 2050 zal zijn gestegen tot 405 miljoen migranten.

Migratie zorgt voor spanningen in de ontvangende samenlevingen en werkt daardoor nativistische sentimenten in de hand.

"Aan de kant van de kiezers is er eigenlijk al heel lang, sinds de jaren tachtig, een meer negatieve visie op immigratie ontstaan", zegt Akkerman. "Dat gebeurde toen duidelijk werd dat allerlei arbeidsmigranten, bijvoorbeeld uit Marokko en Turkije, hier permanent zouden blijven. In de loop van de jaren negentig kwamen er partijen op om die kiezersvraag te bedienen."

De ontruiming van het migrantenkamp 'de Jungle' bij Calais in februari 2016. De Europese vluchtelingencrisis hielp rechts-populistische partijen in West-Europa aan populariteit, zoals de economische crisis van 2008 dat deed voor linkse populisten. (Foto: AFP)

Economische ongelijkheid

Ook groeiende economische ongelijkheid wordt gezien als een aanjager van ontevredenheid over de bestaande elite. Oxfam becijferde dat de 26 rijkste individuen ter wereld in 2018 net zoveel bezaten als de armste helft van de wereldbevolking, 3,8 miljard mensen. In 2017 waren dat er nog 43, een jaar daarvoor 61.

De superrijken hebben niet alleen veel meer bezit, maar dragen ook minder bij aan het publieke goed. Naar schatting 10 procent van het wereld-bbp wordt weggesluisd naar belastingparadijzen en blijft zo uit handen van de fiscus, en dat is nog buiten gunstige belastingdeals gerekend die vermogenden met overheden kunnen sluiten.

Individualisering

Het einde van de maatschappelijke en politieke verzuiling, en de individualisering die dat met zich meebracht, speelde ook een rol, zegt politiek socioloog Rooduijn. "Vroeger ging je als katholiek naar een katholieke school, las je een katholieke krant en stemde je op een katholieke partij. Nu zweven kiezers veel meer."

Als je dat koppelt aan het feit dat de gevestigde partijen ook hun ideologische veren afschudden en zich meer naar het midden begaven, schepte het op de flanken ruimte voor populistische partijen, aldus de politiek socioloog.

“Als je populisten als volksmenners wegzet, erken je niet dat het wel degelijk een gedachtegoed is”
Sarah de Lange, bijzonder hoogleraar Politieke Wetenschappen

6. Populisme is te complex om makkelijk te worden weggezet als goed of slecht

Populisme heeft vaak een negatieve connotatie. "In het dagelijks taalgebruik, en met name in de media, wordt het woord vaak gebruikt voor partijen die op de onderbuik inspelen en een beroep doen op de emoties en angsten van mensen. Zo worden ze als volksmenners weggezet", zegt hoogleraar Sarah de Lange. "Je erkent dan niet dat het wel degelijk een gedachtegoed is, een visie op de samenleving en de politiek. Met die visie kun je het oneens zijn, maar hij is wel doordacht."

"Populisme heeft goede en slechte kanten", zegt Matthijs Rooduijn. Aan de ene kant zorgt het ervoor dat onderwerpen die mensen belangrijk vinden op de politieke agenda komen te staan en kanaliseert het maatschappelijke onvrede. "Daarom is het goed voor een democratie als dit soort partijen er zijn."

De keerzijde is de gespannen verhouding tussen populisme en de liberale democratie. Rooduijn: "Populisten willen dat de wil van het volk zo direct mogelijk wordt vertaald in beleid. Daarbij zijn zaken zoals minderheidsrechten en de scheiding van de machten van ondergeschikt belang."