NU.nl start een nieuwe serie waarin Nederlandse klimaatonderzoekers persoonlijk antwoord geven op jouw klimaatvragen. Vandaag deel 1: hoe zit het nou eigenlijk precies met die temperatuurstijging?

Geert Jan van Oldenborgh van het KNMI geeft antwoord. Hij onderzoekt al twintig jaar hoe het klimaat verandert en vooral in hoeverre voorspellingen daarover zijn uitgekomen.

Hoe zit het nou eigenlijk precies met die temperatuurstijging?

De gemiddelde temperatuur op aarde is in de afgelopen 150 jaar ongeveer 1 graad opgelopen. Vooral sinds de jaren zeventig gaat het hard. Elke tien jaar komt er nu ongeveer 0,2 graden bovenop.

Van jaar op jaar zijn er wel wat verschillen. Die worden veroorzaakt door de natuurlijke variaties van het weer. Zo is de ene zomerdag kouder dan de andere, maar zijn ze bijna altijd warmer dan winterdagen. Het is dus niet zo dat elk jaar een nieuw hitterecord genoteerd wordt. Voorlopig is 2016 wereldwijd het warmste jaar op basis van de moderne metingen.

Het verloop van de wereldgemiddelde temperatuur sinds 1850 door verschillende instituten op verschillende manieren gemeten. Bron: WMO

De opwarming gaat niet overal even snel. Droge gebieden warmen sneller op dan natte, en oceanen dus ook langzamer dan het land. Het snelst gaat het in het noordpoolgebied, waar de temperatuur al meer dan 3 graden omhoog is gegaan. Ook in Nederland stijgt de temperatuur sneller dan gemiddeld op aarde. Het is bij ons nu gemiddeld 1,7 graden warmer dan rond het jaar 1900.

Het patroon van de opwarming over de periode 1950-2018. Bron: NASA/GISS, KNMI.

De wereldwijde temperatuurstijging komt niet onverwacht. Al in 1896 berekende de Zweedse geleerde Svante Arrhenius dat de wereldtemperatuur een paar graden zou oplopen als de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer zou verdubbelen. Vanaf de jaren tachtig werden de voorspellingen nauwkeuriger, omdat ze met computers doorgerekend konden worden. Terugkijkend blijkt dat ze goed zijn uitgekomen.

We kunnen de voorspellingen doortrekken naar de toekomst. In eerste instantie gaat de stijging van 0,2 graden per tien jaar gewoon door. Vanaf ongeveer 2050 gaat het veel uitmaken in hoeverre we erin slagen de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen terug te dringen. Lukt dat, dan kan de totale stijging tot onder de 2 graden beperkt blijven. Anders kan de temperatuur in 2100 tot 5 graden boven 'pre-industrieel' oplopen.

Hoe weten we dit?

De gemiddelde temperatuur op aarde wordt voor het grootste deel bepaald door metingen van de temperatuur van zeewater, omdat 70 procent van de aarde met water bedekt is. Daar schuilt ook de grootste onzekerheid; vroeger werd de zeewatertemperatuur gemeten door een emmer overboord te gooien, weer binnen te halen en er een thermometer in te steken.

Het probleem is dat het water dan ondertussen een klein beetje afkoelt door verdamping, net zoals een kop thee afkoelt als je erin blaast. Als daarvoor niet gecorrigeerd wordt, lijkt het of de oude metingen kouder zijn dan moderne met boeien. De trend zou dan te groot uitkomen. Dus worden de metingen zo goed mogelijk met de 'emmercorrectiefactor' gecorrigeerd.

De metingen boven land worden sinds ongeveer 1900 gedaan met standaardthermometers. Ook hier moet soms gecorrigeerd worden, bijvoorbeeld voor een verplaatsing van de stad naar een vliegveld. Alles bij elkaar kunnen we met grote nauwkeurigheid vaststellen dat het op aarde nu gemiddeld 1 graad warmer is dan anderhalve eeuw geleden, en dat de temperatuur nog steeds hard oploopt.

Heb jij ook een klimaatvraag die je graag door een klimaatonderzoeker wilt laten beantwoorden? Stel deze dan in de NUjij-comments.