Het wereldwijde web (www), het deel van het internet dat bestaat uit webpagina's die met internetbrowsers te bezoeken zijn, bestaat dertig jaar. Dat werd dinsdag gevierd bij het CERN in Genève, waar bedenker Tim Berners-Lee in maart 1989 zijn idee voorstelde om het werk van wetenschappers op universiteiten makkelijker te maken. Is er na dertig jaar nog sprake van één wereldwijd web?

"Het web is niet zoals we het willen zien", vatte Berners-Lee de positie van zijn geesteskind dinsdag in Zwitserland samen. Daarmee verwijst hij naar het feit dat het internet na dertig jaar niet die beloofde ideale, vrije en open plek is om informatie uit te wisselen en discussies te voeren.

Volgens de Britse wetenschapper wordt het web onder meer misbruikt door overheden, criminelen en alledaagse gebruikers. Het is volgens Berners-Lee onmogelijk dit soort misbruik volledig de kop in te drukken, maar "we kunnen zowel wetten als richtlijnen maken die dit gedrag kunnen minimaliseren, zoals we offline ook altijd hebben gedaan".

Het ontstaan van het wereldwijde web

  • Het Amerikaanse ministerie van Defensie legt in 1969 de basis voor het internet, waarmee het Amerikaanse leger onderling gegevens kon uitwisselen.
  • In maart 1989 schrijft de Britse wetenschapper Tim Berners-Lee zijn eerste voorstel voor het World Wide Web.
  • Om het wereldwijde web te verkennen, schrijft Berners-Lee in 1990 de eerste internetbrowser: WorldWideWeb. Tegenwoordig gebruiken we browsers van Google (Chrome), Microsoft (Internet Explorer, Edge) of Mozilla (Firefox).
  • In de afgelopen dertig jaar is het www gevuld met toegankelijke en minder toegankelijke informatie, entertainmentdiensten, een manier om aankopen te doen en sociale netwerken. Wereldwijd is iets meer dan de helft van de mensen online.

'Het internet is geen excuus om de samenleving te verstoren'

De grootmachten Europa, de Verenigde Staten en China proberen het internet op verschillende manieren te reguleren. Ook zij erkennen en reageren in verschillende mate op het misbruik dat Berners-Lee benoemt. Dat leidt tot regulering die ervoor zorgt dat het internet niet meer één abstract, mondiaal netwerk is, maar wordt gesplitst in meerdere regionale varianten, elk met hun eigen regels.

"Het internet grijpt diep in het dagelijks bestaan van mensen. Dat betekent dat we steeds meer de vraag moeten stellen hoe we de belangen van burgers, de overheid en het bedrijfsleven moeten beschermen", zegt Nico van Eijk, hoogleraar informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam.

"Het beschermen van die belangen kan alleen als je regels opstelt die je kunt handhaven. Dat is belangrijk, want dat betekent dat je als burger je recht kunt halen."

"Heel veel mensen willen dat het internet anders is", zegt Van Eijk. "Maar het internet is geen excuus om de samenleving te verstoren. Denk aan Uber of Airbnb: die opereren via het internet, maar we hebben in Nederland gewoon regels over huisvesting, taxidiensten en eerlijke arbeidsomstandigheden. Die regels veranderen niet als je een internetbedrijf bent - of claimt te zijn."

'In China wordt de Great Firewall steeds hoger'

Als er één land is waar regulering op grote schaal zorgt voor een heel ander soort internet, dan is dat China, dat met ruim 800 miljoen internetgebruikers de grootste interneteconomie van de wereld is.

De internetcensuur van de Communistische Partij, aangeduid als de Great Firewall, zorgt voor grote beperkingen op de vrijheid van meningsuiting. Gevoelige onderwerpen, zoals kritiek op Chinese leiders of de protesten op het Tiananmenplein van juni 1989, worden gecensureerd.

“Door het uitsluiten van YouTube in China zijn daar wel platformen ontstaan die minstens zo florerend zijn.”
Manya Koetse, sinoloog

Tegelijkertijd zorgt de Great Firewall voor een heel eigen interneteconomie, iets wat in westerse media vaak vergeten wordt, zegt sinoloog Manya Koetse woensdag in de podcast De Dag. "Door het uitsluiten van YouTube in China zijn daar wel platformen ontstaan die minstens zo florerend zijn, zoals Youku of Iqiyi of Bilibili. Die waren misschien niet zo groot geworden als YouTube daar wel aanwezig was geweest."

"Alle online bedrijven in China, of het nou Weibo, WeChat of Taobao is, moeten zich houden aan de Chinese internetwetgeving", zegt Koetse vrijdag tegen NU.nl. "Daar valt ook onder dat bepaalde politieke dingen niet besproken kunnen worden. Die bedrijven kunnen bijna niet anders, omdat ze anders hun deuren moeten sluiten."

Op die manier is het voor China een stuk makkelijker om bepaalde onderwerpen, zoals politieke gevoelige onderwerpen, maar ook pedofilie, de kop in te drukken. De Great Firewall is de laatste jaren steeds hoger geworden, aldus Koetse. "Sinds 2009 mogen ook websites van buitenlandse media niet meer, net als Facebook, YouTube en Google. Je ziet dat er steeds meer van het buitenland afgeschermd wordt naarmate de Chinese markt groeit."

"Dat betekent niet dat er binnen die hoge muur periodes van relatieve vrijheid zijn, afgewisseld met grotere controle. Vooral op momenten die politiek gevoelig zijn, zoals het aankomende dertigjarige jubileum van de Tiananmenprotesten. Ik kan me voorstellen dat er de aankomende zomer weer een hogere controle op sociale media en op het internet in het algemeen zal zijn."

'Maatregelen komen voort uit emotie en politieke druk'

Ook in het Westen, zoals de Verenigde Staten en de Europese Unie, worden online vrijheden ingeperkt door maatregelen die vanuit de autoriteiten worden opgelegd. Als gevolg van terroristische aanslagen wijst Brussel bijvoorbeeld naar de verantwoordelijkheid van sociale media, zoals Facebook en Twitter. De Europese Unie voert de druk op om ervoor te zorgen dat zij haatberichten zo snel mogelijk van hun platformen verwijderen.

"Ik ben niet zo gelukkig met het feit dat grote platformen aan Brussel iedere maand rapporten moeten sturen hoe zij met haatzaaien omgaan", zegt Van Eijk. "Dat vragen we ook niet van NU.nl (dat met NUjij ook een reactieplatform heeft waar mensen berichten kunnen plaatsen, red.)."

Dat dit toch gebeurt, is een combinatie van emotie en politieke druk, verklaart hij. "Het is duidelijk dat platformen een verantwoordelijkheid hebben en die nemen ze ook in veel gevallen. Of dat de juiste is, daar moeten we naar kijken. Dat vraagt veel nuance, maar er moet van overheden en bedrijven ook veel meer transparantie zijn."

“Op globale doelstellingen is het internet totaal gefaald.”
Nico van Eijk, hoogleraar informatierecht

Over één globaal internet, met bijbehorende regels, is Van Eijk stellig: dat is geen goed idee. "Voor je het weet, kom je op de laagste gemiddelde standaard uit. Ik als Nederlander, als Europeaan, zit daar niet op te wachten.

"Idealisten riepen dertig jaar geleden dat de nieuwe technologie de honger zou oplossen en voor vrede, inkomen en democratie zou zorgen. Op die globale doelstellingen is het internet totaal gefaald. Alle problemen die we toen al hadden, zijn niet opgelost dankzij het internet."

"Heel veel internetvragen zijn eigenlijk vragen over het wel of niet functioneren van democratieën. We zijn er al honderden jaren mee bezig om dat op te lossen, en dat gaat heel moeizaam. Internet kan instrumenteel zijn, maar het zorgt niet plots voor wereldvrede."