Het duurt waarschijnlijk nog wel even tot de spaarrente gaat stijgen, nu de Europese Centrale Bank (ECB) afgelopen donderdag heeft laten weten op zijn vroegst eind dit jaar de rente te verhogen. Veel analisten en economen gaan voor de eerste renteverhoging zelfs uit van eind 2020.

Eerder ging de centrale bank nog uit van een lage rente tot ten minste de zomer van 2019. En naar verluidt dachten sommige ECB-bestuurders ruim een half jaar geleden nog dat de rente voor het einde van 2019 al omhoog moest.

Maar een plotselinge groeivertraging in de eurozone gooit roet in het eten. Het eurogebied groeit minder hard en daarmee daalt ook de inflatie, het doel van de ECB.

“Het begint ernaar uit te zien dat dit een wat permanent karakter krijgt.”
Philip Bokeloh, econoom

Zo verwacht de ECB een inflatie van maar 1,2 procent voor dit jaar, terwijl het doel iets onder 2 procent op de middellange termijn is. En dus moet de rente van de ECB tot ten minste eind 2019 laag blijven en misschien nog wel langer.

"Als dit soort berichten naar buiten komt, dan heb ik al snel het idee dat het nog echt wel lang kan duren voordat spaarrentes gaan stijgen", zegt Matthijs van Herten, bancair onderzoeker bij MoneyView.

Niet opeens een spectaculaire stijging van de spaarrente

En zelfs als uiteindelijk de ECB de rente verhoogt, verwacht Van Herten niet opeens een spectaculaire stijging van de spaarrente. "Ik verwacht niet dat als de ECB de rente met 0,25 procent omhooggooit, dat we ineens enorme spaarrentestijgingen gaan zien. Dat zal ook weer geleidelijk aan gebeuren."

Volgens hem wordt het een saai jaar wat betreft spaarrentes. In 2018 was dit ook al te zien. Het aantal rentewijzigingen daalde naar één van de laagste niveaus in de afgelopen tien jaar. Vergeleken met 2009, het jaar met de piek qua rentewijzigingen, is het aantal rentemutaties met 85 procent afgenomen.

"Eigenlijk is het een beetje een status quo", vertelt hij. Mogelijk kan het zelfs een beetje naar beneden. Bij de meeste grootbanken wordt nu een rente van 0,03 procent betaald op vrij opneembare spaarrekeningen. Bij sommige partijen is een rente tot 0,35 procent mogelijk. Ruim zes jaar geleden kreeg een spaarder met een internetspaarrekening bij een grootbank nog zo'n 2 procent rente.

Rente kan ook naar 0,02 procent

"Dat zou ook weer 0,02 of 0,01 procent kunnen worden. Ik denk dat ze daar nog zo lang mogelijk mee wachten. Ik vermoed dat er nog wel wat partijen een honderdste naar beneden kunnen gaan. Omhoog, dat zal niet snel gaan gebeuren. Het lijkt mij sterk dat we dit jaar dat gaan zien. Tenzij er in ECB-land een ommezwaai gaat plaatsvinden. Die kans acht ik ook niet heel groot."

Aan de andere kant profiteren consumenten van de lage rente bij het afsluiten van een hypotheek. De gemiddelde rente op nieuw afgesloten hypotheken met een rentevastperiode van tussen de vijf en tien jaar is sinds 2012 bijna gehalveerd. Toen bedroeg de rente nog zo'n 5 procent. In juni was dat 2,8 procent, volgens gegevens van De Nederlandsche Bank (DNB).

Volgens econoom Philip Bokeloh van ABN AMRO blijft de hypotheekrente voorlopig laag mede als gevolg van de beslissing van de ECB, "maar dat was ook al iets dat we in de ramingen hadden zitten".

'Het begint een permanent karakter te krijgen'

Het is niet de eerste keer dat de economen bij ABN AMRO de renteverwachting hebben moeten aanpassen. "Het begint ernaar uit te zien dat dit een wat permanent karakter krijgt", aldus Bokeloh. De eurozone lijkt daarmee Japan achterna te gaan, zegt hij.

In het Aziatische land worstelen beleidsmakers al sinds de jaren negentig met een lage inflatie en lage economische groei. Net zoals andere centrale banken is de Japanse centrale bank daarom gestart met een programma om de economie aan te jagen. Zo koopt de Bank of Japan zelfs aandelen op, maar heeft dit maar tot een beperkte stijging van de inflatie geleid.

"Die inflatie is nog niet erg opgelopen. Maar misschien heeft dat ook met structurele factoren te maken die buiten de invloedssfeer van de centrale bank liggen. Dan heb je het over dingen als vergrijzing, technologische verandering, lagere investeringen bij bedrijven. Dat zijn allemaal factoren die bijdragen aan een meer structureel karakter van die lage rente."

"Maar goed, of we dat achterna gaan is natuurlijk koffiedik kijken, maar het begint er wel steeds meer op te lijken dat we in een vergelijkbaar schuitje zitten."