Door de schandalen in de kerk, de zaak rond atletiekcoach Jerry M. en alle commotie over de Michael Jackson-documentaire domineert kindermisbruik doorlopend de media. Het blijft echter, ook in Nederland, onmogelijk om een goed beeld van de omvang van het probleem te krijgen.

Als het gaat om cijfers over kindermisbruik in Nederland, zijn de bevindingen van de Nationaal Rapporteur de betrouwbaarste graadmeter.

De Nationaal Rapporteur brengt sinds 2012 in kaart hoeveel kinderen seksueel geweld ervaren en - tot op zekere hoogte - om wat voor vorm het gaat. Niet alleen aanranding of verkrachting vallen onder seksueel geweld, maar ook bijvoorbeeld misbruik via de webcam of het bezit (of vervaardigen) van kinderporno.

De Nationaal Rapporteur meldde in 2014 dat één op de drie kinderen in Nederland ooit een vorm van seksueel geweld heeft meegemaakt; soortgelijke cijfers werden eerder ook genoemd in buitenlandse onderzoeken. Volgens de Nationaal Rapporteur worden elk jaar 62.000 kinderen voor het eerst slachtoffer van enige vorm van seksueel geweld.

Helft van de kinderen houdt altijd problemen

De gegronde schatting van één op de drie kinderen wordt bevestigd door Iva Bicanic, het hoofd van het Landelijk Centrum Seksueel Geweld. Bicanic is in Nederland de wetenschappelijke autoriteit op het gebied van dit onderwerp. Ze is klinisch psycholoog en verricht al meer dan twee decennia onderzoek naar misbruik van kinderen.

"De frequentie of de duur van het misbruik kan enorm variëren", stelt ze. "Sommige kinderen worden eenmaal betast. Andere kinderen worden jarenlang door iemand gedwongen om met regelmaat seksuele handelingen te verrichten of te ondergaan. Als ik iets heb geleerd van mijn werk als therapeut, is dat alles mogelijk is bij seksueel misbruik, ook wat je je niet kunt of wilt voorstellen."

De helft van alle slachtoffers houdt er de rest van zijn of haar leven significante problemen aan over. "Wat omvang en impact betreft kun je spreken van een epidemie", beklemtoont Bicanic. "Bij sommigen gaat het dan om het hebben van nachtmerries, angsten of depressies. Anderen ervaren tot op hoge leeftijd problemen met intimiteit en het vertrouwen in andere mensen, zeker op het gebied van seksualiteit."

“Veel jonge kinderen herkennen misbruik ook niet.”
Heleen Alders, De Kindertelefoon

'Veel slachtoffers blijven hun hele leven zwijgen'

Het blijft heel lastig om exacte cijfers boven tafel te krijgen, licht ook de woordvoerder van de Nationaal Rapporteur toe. "Zeer jonge kinderen die worden misbruikt, kunnen vaak zelf nog niet verbaal aangeven wat er is gebeurd", legt ze uit. "En ook als ze wat ouder waren op het moment dat het heeft plaatsgevonden, treden veel kinderen niet naar voren uit schaamte of schuldgevoel."

Dit is ook de ervaring van De Kindertelefoon, die vorig jaar 8.450 gesprekken over seksueel misbruik voerde. Een kwart van de gesprekken ging over ongewenste intimiteiten en een kwart over verkrachtingen.

"Veel jonge kinderen herkennen misbruik ook niet", stelt woordvoerder Heleen Alders. "Ze hebben nog nooit van misbruik gehoord, ze weten simpelweg niet wat het is. En de dader presenteert wat er gebeurt als 'normaal'." Bij iets oudere kinderen en tieners is het vaak een combinatie van factoren. "Denk aan dreiging van of manipulatie door de dader, een gevoel van loyaliteit of afhankelijkheid en de angst dat je er zelf schuldig aan bent of dat je niet geloofd wordt."

Ouders zien af van aangifte omdat er geen bewijs is

De Nationale Politie registreerde vorig jaar ruim drieduizend zedenmisdrijven met een minderjarig slachtoffer. "Dan wordt er dus een slachtoffer of een verdachte in ons systeem gezet", stelt woordvoerder Robbert Salome. "Maar er is dan nog niets onderzocht of aangetoond."

In ongeveer twee derde van deze gevallen leidde dit tot een gesprek op het bureau. "Soms besluiten ouders daarna alsnog geen aangifte te doen, bijvoorbeeld omdat zij hun kind niet willen blootstellen aan de hele procedure die daarop volgt", legt woordvoerder Salome uit.

Het totaal aantal zaken waar daadwerkelijk aangifte van wordt gedaan, was vorig jaar 1.567. Hier vallen ook incest en misbruik van wilsonbekwamen (bijvoorbeeld mensen met een verstandelijke beperking) overigens niet onder.

'Deze cijfers zijn helaas topje van de ijsberg'

Salome erkent dat deze cijfers hoogstwaarschijnlijk niet meer dan het topje van de ijsberg zijn. "Niet zelden spreken slachtoffers pas na jaren überhaupt met een ander persoon over het misbruik", legt hij uit.

Een bekende trigger is ook het moment waarop slachtoffers zelf kinderen krijgen. Dit was ook het geval met de twee mannen die getuigen in de documentaire over Michael Jackson. "Wij kunnen als politie alleen maar actie ondernemen als wij kennis kunnen nemen van een strafbaar feit, zoals een aangifte of de ontdekking van een filmpje op internet", beklemtoont Salome. "We weten simpelweg niet hoeveel mensen zich niet bij ons melden, bijvoorbeeld omdat ze het gevoel hebben dat er geen bewijs is of dat de politie toch niets kan beginnen."

Het Openbaar Ministerie (OM) laat weten in 2018 in totaal 1.193 kindermisbruikzaken in behandeling te hebben genomen. In 57 procent van de zaken werd ook een verdachte gedagvaard. "De overige zaken werden geseponeerd, vaak wegens gebrek aan bewijs", aldus een woordvoerder. De Raad voor de Rechtspraak kon op korte termijn niet uitzoeken hoe vaak verdachten vorig jaar daadwerkelijk werden veroordeeld voor kindermisbruik.

'Veel slachtoffers blijven negatief over zichzelf denken'

Een groot misverstand onder niet-slachtoffers is dat praten over misbruik gemakkelijker wordt naarmate de tijd verstrijkt, stelt klinisch psycholoog Bicanic met klem. "De meeste slachtoffers vertellen er nooit over", legt ze uit. "Zelfs voor hun partner houden ze het geheim."

Natuurlijk mogen mensen ervoor kiezen nare gebeurtenissen uit het verleden voor zichzelf te houden. "Maar je merkt dat veel slachtoffers op een later moment in hun leven toch vastlopen door hun herinneringen. Veel kinderen en volwassenen blijven rondlopen met het gevoel dat het hun eigen schuld was, omdat ze niets deden om het te stoppen. Zulke gedachten voeden het idee dat je niets waard bent. Je kunt alleen nog maar negatief over jezelf denken."

Bicanic benadrukt dat er geen enkele situatie denkbaar is waarin dit verwijt terecht kan zijn. "Als kind kan jij niet op tegen een volwassene die jou ergens - subtiel of hardhandig - toe dwingt. Het verschil in leeftijd en macht is op geen enkele manier te overbruggen in zo'n situatie. Dat kinderen niets doen of meewerken is geen keuze, maar een manier om de situatie te overleven."

“Maar je merkt dat veel slachtoffers op een later moment in hun leven toch vastlopen door hun herinneringen.”
Iva Bicanic, Landelijk Centrum Seksueel Geweld

'Daders zijn juist géén enge mannen in bosjes'

Orthopedagoog en psychotherapeut Sander van Arum van de Stichting Civil Care is gespecialiseerd in kindermishandeling en seksueel misbruik binnen het gezin. "De hardnekkigste mythe rond plegers van kindermisbruik is dat het enge mannen zijn die uit bosjes springen", stelt hij. "Het merendeel van de daders zijn 'gewone mensen' van wie je het nooit zou verwachten: ooms, vaders, broers, buurjongens, artsen, sportdocenten, coaches." Ruwe schattingen stellen dat in meer dan drie kwart van de zedendelicten de dader een bekende van het slachtoffer is.

Volwassenen die kinderen misbruiken, kunnen door zeer diverse motieven worden gedreven tot hun acties. "Het zijn zeker niet alleen pedofielen, van wie de meesten overigens nooit tot seks met kinderen overgaan", stelt Van Arum. "Vaak zijn het ook mannen die intimiteitsproblemen met leeftijdgenoten ervaren. Zij voelen zich veel meer op hun gemak bij kinderen en gaan in een relatie met een minderjarige gaandeweg de grens van sensualiteit of seksualiteit over."

Andere daders zijn bijvoorbeeld verslaafd aan seks, waardoor ze een steeds heftigere prikkel nodig hebben om hun verlangens te bevredigen. Ook kunnen het mensen met een antisociaal karakter zijn, die geen enkel schuldgevoel over welke handeling dan ook kennen. "Het helpt slachtoffers bij de verwerking van hun trauma vaak als zij beter snappen hoe een dader tot het misbruik is gekomen", stelt Van Arum.

'Breng misbruik meer in beeld, met een SIRE-reclame'

De Nationaal Rapporteur pleitte er recent voor dat zedenrechercheurs intensiever gebruik gaan maken van digitale opsporing. Op bijvoorbeeld smartphones en laptops staat vaak veel informatie die zeer bruikbaar is in dit soort zaken.

Therapeuten Van Arum en Bicanic denken dat het bestrijden van kindermisbruik vooral gebaat is bij meer openheid over het onderwerp, ook richting jonge kinderen. "Kinderen denken bij misbruik aan kinderlokkers, terwijl veruit de meeste daders bekenden zijn", stellen zij. Alleen door misbruik meer in beeld te brengen en bespreekbaar te maken, kunnen kinderen herkennen wat er gebeurt als zij slachtoffer worden van dit soort praktijken, stellen de therapeuten. Dit kan bijvoorbeeld als onderdeel van de eerste lessen over verliefdheid en seksualiteit of met een SIRE-campagne die op kinderen is gericht.

"De gevolgen van misbruik kun je zien als een chronische ziekte, die heel veel levens stuk maakt", aldus Bicanic. "We zouden het daarom bovenaan de agenda van onze samenleving moeten plaatsen. Maar dat het zo vaak voorkomt, is voor veel mensen een ongemakkelijke realiteit. Als je erover begint, wenden mensen liever hun hoofd af. Ze willen er zo ver mogelijk vandaan blijven: 'Dat gebeurt niet in mijn straat, in mijn familie of bij mijn voetbalclub.' Je houdt jezelf met zulke gedachten voor de gek om de illusie van een veilige wereld vast te houden."

Wil je praten over seksueel misbruik, ga dan naar de website van Slachtofferhulp. Kinderen die (in vertrouwen of anoniem) willen praten over seksueel misbruik, kunnen contact opnemen met De Kindertelefoon: 0800-04 32.