Naar schatting zijn er ruim driehonderd Nederlanders afgereisd naar Syrië en Irak om deel te nemen aan de jihad. Het kabinet wil ze niet terughalen, maar ze daar vrijlaten is ook geen oplossing. De gemoederen lopen hoger op. Hoe is de Nederlandse samenleving voorbereid op een eventuele terugkeer van deze groep burgers?

Volgens cijfers van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) zijn 315 personen succesvol uitgereisd. 55 van hen keerden al voor 2015 terug naar Nederland. 85 zouden er zijn gesneuveld in de strijd in Syrië en Irak.

Nederland telt naar schatting ruim vijfhonderd aanhangers van jihadistische bewegingen. De gemeenten volgen deze geradicaliseerde moslims op de voet. In de zomer van 2018 heeft de Arnhemse gemeente bijvoorbeeld 23 'geradicaliseerde' personen in beeld.

Om de weerbaarheid van de jeugd te vergroten en de voedingsbodem voor radicalisering tegen te gaan zijn er in de stad meerdere projecten opgestart, zoals 'Project Ongehoord'.

"Het project, dat landelijk is opgezet, is drie jaar geleden opgestart op vmbo- en mbo-scholen", vertelt projectleider Julia von Graevenitz. "We zijn met zo'n tweeduizend jongeren, die zich buitengesloten voelen en te maken hebben met racisme, in gesprek gegaan. Veel van deze scholieren voelen zich geen Nederlander en denken dat ze er niet toe doen"

"We hebben veel tijd gestoken in het creëren van een veilige plek, waarin de jongeren zich op hun gemak voelen", gaat Von Graevenitz verder. "Ze mochten alles vragen en bespreken. We hebben gemerkt dat als ze zich serieus genomen voelen, ze openstaan voor het gesprek. Ook met mij, ook al ben ik - even kort door de bocht - blond en Nederlands. Op deze manier maak je de jongeren weerbaarder voor invloeden van buitenaf."

'Radicalisering komt voort uit fundamenteel onrechtvaardigsheidsgevoel'

Kees van den Bos, hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit Utrecht, heeft in zijn boek Waarom mensen radicaliseren onderzoek gedaan naar radicalisering. "Als je begrijpt waarom mensen overgaan tot radicaal gedrag, kan je misschien ook wat doen aan het voorkomen of het verminderen ervan. Dit is lastig en vraagt om individueel maatwerk."

Volgens Van den Bos komt radicaal gedrag voort uit een fundamenteel onrechtvaardigheidsgevoel. Geradicaliseerde mensen voelen zich achtergesteld en geen deel van de westerse samenleving. Hierdoor worden ze kwaad en als je dan niet lekker in je vel zit én de gelegenheid zich voordoet ga je over tot radicaal gedrag. "Op den duur zien zij bijvoorbeeld IS als een groep die wel het rechtvaardige nastreeft."

“Misschien zijn politici bang om mensen terug te nemen vanwege de publieke opinie.”
Peter Knoope

Het is volgens de hoogleraar belangrijk dat dit wereldbeeld van 'terugkeerders' weer verandert en dat ze hun vijand, zoals burgers in de westerse samenleving, weer als mens gaan zien. Als zij in contact komen met gevangenisbewaarders ontstaat toch weer een soort menselijk contact. Door het gesprek met elkaar aangaan en begrip te tonen voor de ander kan er langzaam een proces van deradicalisering in gang worden gezet.

Von Graevenitz benadrukt dat de maatschappij niet uit angst moet handelen. "Als we vanuit angst handelen en niet proberen de ander te begrijpen, gaat het mechanisme zich tegen ons keren. Door 'Project Ongehoord' hopen we dat de jongeren zich gehoord voelen. Zo draag je bij aan de empowerment van deze groep. Natuurlijk is het geen illusie dat dit het enige is dat nodig is, maar op deze manier plant je zaadjes, waar uiteindelijk iets uit kan komen."

'Toekomstige 'terugkeerders' vormen grote bedreiging voor samenleving'

Van den Bos adviseert de burgemeesters van Arnhem en Amsterdam wat je kan doen om radicalisering tegen te gaan. "Dat is een hele klus, maar waarschijnlijk makkelijker dan wanneer er sprake is van al geradicaliseerde mensen, zoals bijvoorbeeld mensen die uit zijn gereisd naar IS-gebied (gebied van Islamitische Staat, red.) en terugkeren", vertelt hij.

De toekomstige 'terugkeerders' vormen volgens de AIVD een grote bedreiging. Omdat ze langer in het strijdgebied zijn geweest, hebben ze "meer gevechtservaring opgedaan, zijn ze ideologisch gehard en hebben ze een groter jihadistisch netwerk". De Nederlandse overheid lijkt "verlamd", schrijft Peter Knoope, onderzoeker verbonden aan het International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) in Den Haag, in een opiniestuk op de website van Clingendael.

"Misschien zijn politici bang om mensen terug te nemen vanwege de publieke opinie. Misschien hebben we meer begrip voor de zware crimineel die door de reclassering wordt begeleid naar reïntegratie." Maar Knoope denkt dat het wel mogelijk is om 'terugkeerders' in te laten zien dat geweld niet werkt. Volgens hem is deradicalisering mogelijk en begint dat bij het aantonen dat je niet de vijand bent. Zo kan zijn of haar wereldbeeld veranderen.

Nog veel terrein te winnen op het gebied van deradicalisering

Van den Bos benadrukt dat er naast dit proces van deradicalisering ook strafrechtelijk moet worden opgetreden en een harde aanpak nodig is. "Het kan soft overkomen, maar ook in gesprek gaan is slim. Alleen aan symptoombestrijding doen werkt niet, het is én-én."

“Ik snap dat de regering denkt 'wat krijgen we nou', maar links of rechtsom, de Syrië-gangers komen een keer terug”
Kees van den Bos

De 'terugkeerders' worden als ze in Nederland aankomen in detentiecentrum Vught geplaatst, waar dit proces van deradicalisering op wordt gestart. "Ik denk dat iedereen hier met de beste bedoelingen aan het werk is, maar ik denk wel dat er nog een wereld te winnen is", stelt Van den Bos.

"We zijn geneigd om één ding te benadrukken, zoals de hele extreme vorm van religie, en vanuit deze invalshoek te werken. We leggen dan bijvoorbeeld de focus op koranlessen, maar dan pak je maar één ding. Het beste is mensen te overladen met meerdere componenten en dan per individu zorgvuldig na te gaan wat het meeste resultaat oplevert", aldus de hoogleraar.

"Ik snap dat de regering denkt 'wat krijgen we nou', maar links- of rechtsom, de Syrië-gangers komen een keer terug", aldus Van den Bos. "Het is een lastige klus voor alle Europese landen. Iedereen probeert op dit moment het wiel uit te vinden. Een zorgvuldige analyse van wat geradicaliseerde mensen drijft is hierbij van onschatbare waarde."