Docenten vragen met een landelijke staking op 15 maart aandacht voor de hoge werkdruk en de lage salarissen in het onderwijs. Maar ook het tanende imago waar het beroep mee worstelt, lijkt een lastig te slechten probleem. Hoe komt het dat het imago van leraren zo is verslechterd? En wat moet er gebeuren om het op korte termijn weer op te poetsen?

"35 jaar geleden stond ik zelf nog voor de klas. We wisten dat een aantal jongens en meisjes in groep 8 messen op zak had", vertelt Liesbeth Verheggen, voorzitter van de Algemene Onderwijsbond (AOb).

"We hebben ze bij elkaar gezet en gezegd: 'Niemand gaat hier weg voordat die zijn ingeleverd.' Een vader is toen behoorlijk over zijn toeren het schoolplein opgekomen en heeft de gymleraar op z'n kop geslagen met een paraplu. 'Ik maak zelf wel uit of mijn kind met een mes naar school gaat', zei hij."

Dat leerlingen agressief zijn jegens elkaar of een leerkracht, is bepaald geen nieuwe ontwikkeling, wil Verheggen benadrukken. Ze waarschuwt voor een vertekend beeld over agressie in het onderwijs, door toegenomen media-aandacht en de opmars van sociale media.

Het respect voor leerkrachten - of het gebrek daaraan - staat weer op de agenda na een geruchtmakend incident dat vorige week plaatsvond op het Kennemer College in Heemskerk.

Nadat een leerling met een kruk gooide en zich fysiek en verbaal dreigend opstelde, greep een onderwijsassistent de jongen bij zijn nekvel. Dit werd gefilmd door een andere leerling. De assistent mocht zijn biezen pakken, de jongen keerde de volgende dag gewoon terug op school. Na veel sociale druk draaide de school dit besluit terug.

Docenten genieten minder maatschappelijk aanzien

Ondanks dat risico op vertekening, is het geen denkbeeldige trend dat leerkrachten minder respect ervaren; het is recent wetenschappelijk bewezen dat het vak van docent gedaald is op de ladder van het sociale aanzien.

Dat geldt overigens voor meer beroepen in de sociale dienstverlening, stelt emeritus hoogleraar onderwijskunde Jos Claessen. "Ook het imago en respect voor politieagenten, priesters en journalisten is flink geduikeld in vergelijking met een paar decennia geleden", legt hij uit.

“We zullen als maatschappij terug moeten naar het besef dat onze ‘lievelingen’ in een groot aantal jaren méér door hun docenten worden gezien dan door onszelf. Dat hoort ons flink een stuk vertrouwen te geven aan de school.”
Oud-docent Harrie van Kempen op NUjij

Bekijk meer reacties over de staat van het onderwijs en het imagoprobleem van leraren op NUjij.

Er is een groot aantal oorzaken dat deze opvallende trend kan verklaren, aldus Claessen. "Vroeger waren de maatschappelijke netwerken heel helder: mensen vertrouwden op bijvoorbeeld de kerk, de vakbond of de school. Dat was de enige sociale structuur die er was en mensen klampten zich vast aan de gezagsdragers binnen die instituten."

Leven is veel gecompliceerder geworden

Tegenwoordig is dat heel anders. "We zijn veel individualistischer georiënteerd", stelt de hoogleraar. "De sociale samenhang is veel diffuser geworden, en daardoor is de positie van de oude, vroeger zo onbetwiste gezagsdragers onder druk komen te staan."

De levens van jongeren zijn in de afgelopen decennia ook veel gecompliceerder geworden. "Vroeger had je thuis, de school en de straat. Nu moeten ze hun aandacht verdelen over tien hobby's, de druk die de sociale media met zich meebrengen en bijbaantjes waarmee ze moeten sparen voor hun studie."

Daar komt bij dat zowel leerlingen als ouders veel mondiger zijn geworden dan vroeger, soms op het brutale af. "Als een leraar vroeger boos was op een leerling, dan waren de ouders dat automatisch ook. Nu rennen ouders als ze zich onheus bejegend voelen naar hun advocaat om de docent onderuit te halen. Dat heeft het beroep van docent niet leuker en vooral zwaarder gemaakt dan het vroeger was."

"De overheid hanteerde lange tijd een slogan over het onderwijsbeleid: 'De school aan de ouders'", zegt AOb-voorzitter Verheggen. "Dat klinkt onschuldig. Maar als je daar goed over nadenkt, is dat een heel rare zin. Op scholen werken professionals die hun vak willen uitoefenen, terwijl die slogan impliceert dat ouders ook uitmaken wat daar gebeurt. Wat voor beeld roep je dan op?"

Onderwijs lijkt geen carrièreperspectief te bieden

Bij de studiekeuze van scholieren die overwegen docent te worden, speelt ook een praktisch probleem: zij zien te weinig carrièreperspectief in het onderwijs. Dat bleek vorig jaar uit onderzoek van Qompas, een onderzoeksbureau en studiekeuzeplatform dat trends in het vakgebied signaleert voor onder meer het ministerie van Onderwijs.

"Het idee bij veel scholieren is dat je als je voor een lerarenopleiding voor het basisonderwijs op de pabo of voor een lerarenopleiding voor het voortgezet onderwijs kiest, je tot je pensioen alleen maar voor de klas kunt staan", legt marktonderzoeker Mirjam Bahlmann uit.

"Uit onze onderzoeken blijkt dat scholieren en mbo’ers positiever denken over dit soort opleidingen als zij een breder curriculum gaan aanbieden, zodat docenten bijvoorbeeld kunnen doorgroeien naar de jeugdhulpverlening of coaching. Een ander perspectief dat voor de klas staan aantrekkelijker maakt, is als leerkrachten in het voortgezet onderwijs de mogelijkheid krijgen een tweede vak te gaan geven. Of als leerkrachten, vroeger of later, de overstap naar het middelbaar- of basisonderwijs kunnen maken."

“Als scholieren eenmaal een lerarenopleiding volgen, gaat vrijwel automatisch hun zelfbeeld omlaag”
Frank Cörvers

Media belichten alleen de nadelen

Een andere cruciale factor in het imagoprobleem van docenten is de macht van de media, stelt hoogleraar Claessen. "Het is tegenwoordig gebruikelijk dat vakbonden en het ministerie de salarisonderhandelingen uitvechten via de media", legt hij uit. "Het beeld dat na al die discussies in journaals en op websites als NU.nl bij mensen blijft hangen, is niet positief: 'Leraar zijn is een loodzwaar vak, waar je geen cent voor betaald krijgt.' Dat is geen aantrekkelijk vooruitzicht voor scholieren die bij hun decaan een vak moeten kiezen."

Het onderzoek van Qompas bevestigt dat. "De berichtgeving in de media over het vak is zelden positief: dat versterkt het negatieve imago", stelt Bahlmann. Bovendien geven al die verhalen een heel verkeerd beeld van bepaalde cruciale aspecten van het lesgeven. Zo hebben scholieren doorgaans geen flauw benul wat docenten daadwerkelijk verdienen als zij beginnen met werken.

"Het beginsalaris van de gemiddelde hbo'er wordt over het algemeen veel te hoog ingeschat en het beginsalaris van de gemiddelde docent veel te laag." Bahlmann oppert dat scholieren wellicht beter op de hoogte kunnen worden gebracht van de gemiddelde starterssalarissen in verschillende werkvelden, waaronder het onderwijs.

'Beelden van vijftigers zijn niet heel sexy'

Hoogleraar arbeidsmarkt Frank Cörvers was een van de wetenschappers aan de Universiteit van Maastricht die vorig jaar het onderzoek naar het imago en de sociale status van beroepen leidde. Hij stelt dat de onderwijssector erg worstelt met onterechte vooroordelen.

"De feminisering van een beroepsgroep zorgt over het algemeen voor een daling van het aanzien", stelt Cörvers. "Dat is in de wetenschap een wetmatigheid, hoe onterecht en ongefundeerd dat ook is. Hoe meer vrouwen in een bepaald beroep werken, hoe lager het aanzien is. We noemen dat in het onderwijs het 'kleuterjufeffect'."

De vergrijzing van de beroepsgroep brengt een vergelijkbaar probleem met zich mee. "Imagovorming heeft vaak weinig te maken met rationele argumenten", legt Cörvers uit. "Beelden van veel vijftigers in het onderwijs zijn gewoon niet heel sexy voor jongeren die overwegen dezelfde kant op te gaan."

Andersom werkt het overigens ook, voegt hij daaraan toe. "De boegbeelden van de verse vakbond PO In Actie zijn twee jonge, dynamische leraren. Als zij een interview geven over de problemen in het onderwijs, blijft er een heel ander beeld hangen."

Negatief beeld straalt af op studenten

Ook hij noemt overigens de invloed van de media als een cruciale factor in het imagoprobleem van docenten. "Sommige beroepen zijn enorm mediageniek", legt hij uit. "Denk aan voetballers, acteurs, advocaten. Mensen die vaak in leuke spelletjes op televisie komen en uitstralen dat ze succesvol en gelukkig zijn. Dat zijn allemaal geen eigenschappen die automatisch aan docenten kleven en zeker niet op televisie."

Dat negatieve imago werkt trouwens ook door op nieuwe studenten zelf als zij eenmaal voor het vak van leraar hebben gekozen, vult de wetenschapper aan. "Als studenten eenmaal een lerarenopleiding volgen, gaat vrijwel automatisch hun zelfbeeld omlaag. Het is juist tijdens de opleiding heel belangrijk dat leraren in spe een beetje zelfvertrouwen en trots meekrijgen, zodat ze dat later voor de klas ook kunnen uitstralen."

Leraarschap biedt baanzekerheid en een positief gevoel

Het zou heel goed zijn als bijvoorbeeld in de media alle positieve zaken van het docentschap eens wat meer worden belicht, adviseert ook Qompas-onderzoeker Bahlmann. "Want die zijn er zeker wel", beklemtoont ze.

"Dat blijkt ook uit ons onderzoek. Een opleiding tot leraar biedt relatief veel baanzekerheid, veel scholieren vinden het vak op een positieve manier uitdagend. En wat ook veel wordt genoemd, is de intrinsieke motivatie om met je werk echt iets wezenlijks te kunnen betekenen voor andere mensen."