Bier wordt weer duurder. In de kroeg dan. In de supermarkt betaal je namelijk al jaren ongeveer hetzelfde voor een flesje pils. Horecaondernemers wijzen naar de brouwerijen.

Brouwerijen hebben de fustprijzen dit jaar met gemiddeld 4 procent verhoogd, meldde vakblad Misset Horeca eerder deze week. Als horecaondernemers besluiten om dat door te berekenen aan hun klanten, dan betekent dat dat de prijs van een biertje de grens van 3 euro kan overstijgen.

Die prijsstijging is niet iets nieuws, de prijs van bier in de kroeg stijgt namelijk al jaren. Een verhoging van een prijs is an sich niet iets bijzonders, maar in dit geval stijgt alleen de prijs van bier in de kroeg. In de supermarkt blijven de prijzen al jaren ongeveer gelijk.

Waar je in 2001 nog gemiddeld 1,28 euro voor een biertje in de kroeg betaalde, kostte datzelfde biertje in 2017 2,59 euro, volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In diezelfde periode is de prijs van een liter bier in de supermarkt van 1,17 naar 1,48 gegaan. In de supermarkt is een biertje tussen 2001 en 2017 met 26 procent gestegen, in de kroeg is de prijs in diezelfde periode ruim verdubbeld.

Appels met peren vergelijken

De grote bierbrouwers van Nederland, Heineken en AB InBev, wilden niets kwijt over de prijsverschillen of waren niet beschikbaar voor commentaar. Maar andere experts hebben wel verklaringen voor de grote verschillen.

"Bier in de kroeg en bier in de supermarkt zijn twee verschillende producten", zegt ING-econoom Thijs Geijer. In de supermarkt koop je alleen een krat bier. In het café betaal je ook voor andere dingen, zoals de bediening en de locatie van het terras, legt hij uit.

"Je wordt bediend, het wordt voor je ingeschonken", zegt ook Kitty Koelemeijer, hoogleraar Marketing & Retailing. Op het terras heb je bovendien een "onmiddellijke behoeftebevrediging"; als een biertje een paar cent duurder is, koop je het ook wel. In de supermarkt daarentegen koop je het bier waarschijnlijk eerder om goedkoop een voorraad in te slaan.

Logisch dus dat de prijs voor bier in een kroeg hoger ligt. Zeker als je bedenkt dat de horeca met een personeelstekort kampt, waardoor de kosten voor personeel stijgen.

Het verschil is wel heel groot

Maar ook als je die kosten weghaalt, is er nog een groot verschil. Een fust van 50 liter Hertog Jan (het duurste pils van Nederland) kost in 2019 162,56 euro. Per vaasje van 25 centiliter komt dat neer op 81 cent, per 30 centiliter is dat 98 cent. In de supermarkt betaal je ongeveer 67 cent per flesje van 30 centiliter.

Conclusie: een flesje bier is in de supermarkt goedkoper dan de inkoopprijs van vaasje voor een kroeg.

Kroegen zitten vast aan de brouwers

Volgens Robèr Willemsen, voorzitter van de Koninklijke Horeca Nederland (KHN), is de prijsstijging van fusten bier veel te groot. Dat de horeca met veel hogere prijzen zit dan de supermarkten, komt volgens hem door de belabberde onderhandelingspositie van kroegen.

“Je onderhandelingspositie is nul.”
Robèr Willemsen

Bierbrouwers zijn in veel gevallen namelijk niet alleen leverancier van bier, maar ook financiers of soms zelfs eigenaar van het pand; het is een stuk lastiger onderhandelen over de prijs van een fust bier als de verkoper ook je huisbaas is.

"Een heel ongezonde situatie", zegt Willemsen, die het liefst heeft dat de politiek een einde aan dit soort praktijken maakt. Ondernemers zetten te makkelijk hun handtekening onder zo'n overeenkomst, zegt Willemsen: "Een kroegbaas die in zo'n overeenkomst zit kan bijzonder weinig aan zo'n situatie doen. Dan is je onderhandelingspositie nul."

Overstappen is lastig, dus onderhandelen ook

Deze 'verticale verbondenheid' is bovendien eerder regel dan uitzondering. Volgens de meest recente cijfers van KHN (uit 2012) heeft 79 procent van de kroegen met kelder- of fustbier een bijzondere binding met een brouwer; ruim de helft gebruikte toen een tapinstallatie van de brouwer, bij 17 procent huurt de horecaondernemer het pand van de brouwerij. Een op de tien heeft een lening of borgstelling van de brouwerij.

Cafés die zo'n binding met een brouwerij hebben stappen een stuk moeilijker over naar een andere brouwerij, blijkt ook uit de cijfers. Tussen 2005 en 2012 is slechts 15 procent van de ondervraagde cafés overgestapt naar een andere brouwerij. Onder de 'pandgebonden cafés' zijn dat er zelfs nul. De meest voorkomende reden: het feit dat zij op zoek moeten gaan naar een ander pand.

“Uiteindelijk kunnen mensen uitgeven wat ze kunnen uitgeven.”
Robèr Willemsen

Hoogleraar Koelemeijer ziet ook die "grote verwevenheid" tussen de bierbrouwers en de horeca, die volgens haar een "heel andere situatie" opleveren dan de band tussen de supermarkten en de bierbrouwers. Het zou volgens haar bovendien kunnen dat de brouwers de winstmarge die ze niet bij de supermarkten halen, in de kroeg compenseren.

Dan maar speciaalbier

Hoe ver kunnen de bierprijzen in de kroegen nog stijgen? "Het is in ieder geval zo dat de consument betaalt", zegt Willemsen. Als de prijzen te hard stijgen, verwacht hij dat de klanten uiteindelijk een biertje minder zullen drinken. "Uiteindelijk kunnen mensen uitgeven wat ze kunnen uitgeven."

"Wij roepen onze leden op om goed te blijven rekenen", zegt hij verder. Cafés moeten volgens hem gaan kijken op welke producten ze meer marge kunnen maken. Een speciaalbiertje, bijvoorbeeld.