Onderzoeksjournalisten van De Groene Amsterdammer ontmaskerden deze week een journalist die jarenlang (deels) verzonnen en geplagieerde stukken schreef voor onder meer HP/De Tijd, Elsevier en Nieuwe Revu. Hoe kunnen media zich wapenen tegen zulke charlatans?

Als een verhaal te mooi lijkt om waar te zijn, dan is dat vermoedelijk ook zo. Dat is de conclusie die de journalisten van De Groene trekken in hun deze week gepubliceerde artikel.

Twee maanden geleden ontsloeg het prestigieuze Duitse blad Der Spiegel sterreporter Claas Relotius, die jarenlang verhalen en feiten verzon. Eerder deze week zegde Nieuwe Revu de Nederlandse freelancer Peter Blasic de wacht aan om hetzelfde vergrijp.

In beide gevallen kwam de zaak aan het rollen door een alerte collega; in het geval van Revu-medewerker Blasic rook Groene-journalist Rasit Elibol lont toen hij een verhaal van zijn collega over Syriëgangers las. "Het is een onderwerp waar ik veel over geschreven heb", legt Elibol desgevraagd uit. "Hij voerde drie jongens op met alleen hun voornaam. Ik weet uit ervaring hoe ontzettend moeilijk het is om die jongens aan het praten te krijgen. En ze zeiden stuk voor stuk dingen waarvan ik dacht: nee, zo praten ze niet."

Trouw paste na affaire-Ramesar beleid aan

Hij nam via Twitter contact op met de hoofdredacteur van Revu, die inderdaad bevestigde dat de namen gefingeerd waren. Pas toen Elibol bij een tweede stuk van zijn collega weer nattigheid voelde, besloot hij er met zijn collega David Davidson dieper in te duiken. "Een uurtje googelen bevestigde ons gevoel dat er echt niets klopte."

“We hebben het nooit gewild, maar het is wel gebeurd”
Cees van der Laan, Trouw

Datzelfde gold voor de hoofdredactie van dagblad Trouw, die journalist Perdiep Ramesar ontsloeg. De onthulling van Ramesar over een machtige 'shariadriehoek' in de Haagse Schilderswijk leidde in 2013 zelfs tot Kamervragen. Maar een jaar later bleek de journalist zijn meeste bronnen verzonnen te hebben. Een deel van zijn artikelen werd offline gehaald en Trouw ging met de billen bloot.

Hoofdredacteur Cees van der Laan koos na de ontdekking voor volledige transparantie en liet een groot extern onderzoek instellen om te kijken hoe dit bij Trouw had kunnen gebeuren. "Die openheid leek ons de enige juiste aanpak. Als tegenwoordig in de krant een anonieme bron wordt opgevoerd, moet de hoofdredactie op de hoogte zijn van de naam en deze persoon kunnen traceren. Als wij een quote of een bron niet kunnen verifiëren, komt die zin of zelfs dat stuk niet in de krant. Op deze regel worden geen uitzonderingen gemaakt; dat geldt zelfs voor onze onderzoeksjournalisten als Jan Kleinnijenhuis die zich maandenlang stortten in de Panama Papers."

'Iedere krant komt vroeg of laat aan de beurt'

Vooral op de redactie zelf heeft de zaak-Ramesar lang tot onrust geleid, erkent Van der Laan. "Maar met terugwerkende kracht was het een blessing in disguise. We hebben het nooit gewild, maar het is wel gebeurd. En uiteindelijk zijn we er een betere en betrouwbaardere krant van geworden omdat we de controle op bronnen en kwaliteit fors hebben aangetrokken. De lezers hebben het ons, mede door de afhandeling, niet echt verweten."

Elsevier is een van de bladen waar Peter Blasic, die recent tegen de lamp liep, voor werkte. "Het waren geen grote verhalen die hij voor ons schreef", vertelt hoofdredacteur Arendo Joustra. "Bij van die couleur locale-berichtjes gaan niet meteen alle alarmbellen rinkelen. Als een freelancer opeens een exclusief gesprek met de premier aanbiedt, dan controleer je dat natuurlijk uitgebreid. Maar dat is minder vanzelfsprekend als een journalist in een sfeerverhaal een paar quotes van een willekeurige boer opvoert."

De redactie van Elsevier heeft een documentatieafdeling waar vier collega's zich onder meer bezighouden met 'factchecken'. "Maar ik denk dat het vrijwel onmogelijk is om dit soort incidenten te voorkomen", stelt Joustra. "Wij zijn lang buiten schot gebleven. Maar vroeg of laat komt elk medium wel een keer aan de beurt. Kijk maar naar Der Spiegel, waar nog meer mensen doorlopend bezig zijn met het controleren van elke naam en leeftijd die in het blad wordt opgevoerd."

De druk om te profileren vergroot de kans op slordigheid

De hoofdredacteur denkt dat het deels te wijten is aan de crisis waar de media de afgelopen jaren uit proberen te komen. "De journalistiek is veel meer gaan produceren op allerlei platforms. Daar komen ook jonge mensen op af die niet alle scholen hebben doorlopen en het niet zo nauw nemen met de ethische journalistieke regels."

Dat beaamt mediahistoricus Huub Wijfjes van de UvA en de Rijksuniversiteit Groningen. "In deze tijd willen en moeten media zichzelf profileren", stelt hij. "Dus ze schreeuwen om spectaculaire verhalen. Als die zich aandienen, bijvoorbeeld via jonge talenten als Perdiep, dan ligt het risico op de loer dat er iets minder secuur naar het verhaal wordt gekeken."

Ieder medium hoopt de talentvolle verse krenten in de pap te vinden. "Natuurlijk omarm je als krant een talent dat alle eigenschappen heeft die je zoekt in een goede journalist: nieuwsgierig, originele ideeën en bronnen, geen 9-tot-5-mentaliteit. Aan zo'n toffe, joviale jongen die iedereen inpakt wíl je ook gewoon niet twijfelen; die wil je vooral stimuleren om door te gaan."

'De eindredacteur is in deze een poortwachter'

Wijfjes denkt dat een belangrijke poortwachter in deze de eindredactie van een medium is. "Een blad als Nieuwe Revu heeft eigenlijk niemand meer in vaste dienst; dan ligt slordigheid in deze op de loer. Een strenge eindredacteur moet niet alleen taaltechnisch een tekst tegen het licht houden, maar ook vragen durven stellen als: klinkt dit als een betrouwbaar, goed onderbouwd verhaal?"

Hij juicht een streng beleid zoals Trouw nu voert toe. "Natuurlijk moet je als hoofdredactie ook je vaste krachten willen vertrouwen. Maar een goede journalist begrijpt óók wat er op het spel staat wanneer een hoofdredacteur niet voor je in kan staan als er twijfel rijst."

“Blasic is bij drie bladen weggestuurd voordat er openlijk over zijn fraude werd gepubliceerd.”
Rasit Elibol, De Groene

Dit soort incidenten moet de media inderdaad zorgen baren, stelt ook Thomas Bruning van journalistenvakbond NVJ. "Zeker in een tijd waarin al zo veel mensen vraagtekens zetten bij de betrouwbaarheid van media", stelt hij. Maar hij beklemtoont wel dat "99 van de honderd journalisten" volstrekt betrouwbaar zijn en integer hun werk doen. "Kwakzalvers zitten overal. Als je een arts bezoekt, vertrouw je er ook op dat die persoon naar eer en geweten zijn werk doet. En toch vinden er, ondanks alle vakmensen en zorgvuldigheid, medische blunders plaats."

'Goede journalistiek kost tijd en geld'

Bruning is wel blij dat de media, in het geval van Blasic, hun zelfreinigend vermogen hebben bewezen. "Het is heel goed dat De Groene er veel tijd en energie in heeft gestoken om dit verhaal uit te pluizen en boven tafel te krijgen. Maar het was nog beter geweest als bijvoorbeeld de redactie van Nieuwe Revu zelf vraagtekens had gezet bij de verhalen die deze Blasic leverde."

De voorman van de NVJ constateert dat de bezuinigingen bij veel media hun sporen nalaten in dat opzicht. "De druk op de steeds verder uitgeholde redacties is enorm toegenomen. Het kost nou eenmaal geld om goede, geloofwaardige journalistiek te bedrijven."

Onderzoeksjournalist Rasit Elibol, die het verhaal in De Groene schreef, snapt dat het pijnlijk is als een medium zijn eigen vuile was buiten hangt. "Maar het is nog veel pijnlijker als de zaak later alsnog naar buiten komt", denkt hij. "In het geval van Blasic is hij bij drie bladen weggestuurd voordat er openlijk over zijn fraude werd gepubliceerd."

Een zwarte lijst met fraudeurs werkt niet

Toch lijkt niemand volmondig 'ja' te zeggen op de suggestie om een publiekelijke zwarte lijst van foute scribenten aan te leggen. "Dat mag niet vanwege de Nederlandse privacywetgeving", stelt Joustra van Elsevier. "Net zoals winkeliers ook geen lijst van winkeldieven mogen delen."

Ook Wijfjes is geen voorstander van zwarte lijsten. Journalist is een vrij beroep, dus een diploma is geen noodzaak als iemand gaat schrijven voor een krant of website. "En het gaat natuurlijk maar om één of hooguit twee gevallen per jaar", stelt hij. "Bovendien heeft die Blasic meerdere namen gebruikt, dus een vermelding op zo'n lijst is eenvoudig te omzeilen."

Elsevier-hoofdredacteur Joustra denkt wel dat het goed zou zijn als er in de toekomst al op middelbare scholen meer wordt gewezen op de risico's van plagiaat en het verzinnen van feiten. "Het is in principe net zo'n simpele zaak als 'stelen mag niet'. Maar toch zie je dat op middelbare scholen hele scripties bij elkaar worden gegoogeld. Er ligt misschien ook een taak bij ouders of docenten om op jonge leeftijd al heel expliciet op de risico's van zulke praktijken te wijzen."

NU.nl maakt voor eigen publicaties niet of nauwelijks gebruik van anonieme bronnen. Wel is naar aanleiding van de recente ontwikkelingen besloten dat de hoofdredactie alle freelancers die voor NU.nl werken, kent en gezien moet hebben.