Steeds meer studies wijzen erop dat de ijskappen sneller smelten dan eerder werd aangenomen. Hoe gaat dat precies in zijn werk? En welke invloed heeft het op de kwetsbaarste plekken?

Eerder deze week werd bekend dat het ijs op Groenland veel sneller smelt dan verwacht. Volgens de wetenschappers smelt de enorme ijskap in zo'n tempo dat het kantelpunt mogelijk al bereikt is. Dat zou een enorme invloed hebben op de stijging van de zeespiegel in de komende twee decennia.

Zo smolt in 2012 meer dan 400 miljard ton Groenlands ijs. Dat is bijna vier keer zo veel als in 2003. Na een afname in 2013 en 2014 is het ijsverlies nu weer hervat. De studie past in een reeks andere onderzoeken die deze maand zijn gepubliceerd. Daarin rijst het beeld dat de schattingen van de gevolgen van de opwarming van de aarde te behoudend zijn geweest. Vorige week bleek uit een andere studie dat ijsverlies in Antarctica meer bijdraagt aan de stijging van de zeespiegel dan aanvankelijk gedacht werd.

Thomas Frederikse onderzoekt de stijging van de zeespiegel momenteel voor NASA. Hij legt uit hoe het smelten van de twee grote ijskappen Groenland en Antarctica in z'n werk gaat. "In Groenland sneeuwt het, die massa schuift naar de zijkant van de kap en komt uiteindelijk in het water terecht", vertelt hij. "Bij een stabiel klimaat is dat in evenwicht. Dan stroomt er net zo veel weg als dat er bijkomt. Maar ook daar is het steeds warmer. Het ijs van Groenland schuift steeds meer de zee in en de modellen voorspellen dat dit steeds sneller gebeurt."

14.000 ton smeltwater per seconde

Zo bleek vorige maand uit een ander onderzoek dat het smeltende gletsjerijs in het Arctisch gebied momenteel de grootste bijdrage aan de stijging van de zeespiegel levert. Per seconde stroomt er volgens dat rapport 14.000 ton water de zee in.

Meerdere rapporten dus, die allemaal wijzen op het smeltende ijs en de zeespiegelstijging die dat met zich meebrengt. Die stijging kan worden versneld door het toenemende smeltwater dat uit de poolgebieden komt. "Als je kijkt naar de stijging van de zeespiegel, dan zie je dat die in de afgelopen eeuw 10 centimeter is gestegen", legt Frederiks uit. "De laatste 25 jaar komt er 3 millimeter per jaar bij en de laatste tien jaar ligt dat zelfs op 4 millimeter. Het gaat dus drie keer zo hard als tijdens de vorige eeuw. Tegen het einde van de 21e eeuw heb je misschien een stijging van 80 centimeter. Die versnelling is dus al bezig."

Jeroen Aerts, hoogleraar Water and Climate Risk aan de Vrije Universiteit, wijst erop dat er relatief weinig bekend is over die versnelling. "Onderzoeksresultaten zoals die van afgelopen week zijn recente resultaten. Nu is gebleken dat een deel van Groenland wel smelt. Dat valt onder de vooruitgang van de wetenschap. Het is een feit dat de zeespiegel stijgt. De vraag is hoe snel en wat de versnelling wordt."

Aerts voorziet problemen als die versnelling zich voltrekt. Volgens hem lukt aanpassen bij een langzame stijging, maar ontstaan er problemen bij zo'n versnelling. Hij wijst naar de Deltawerken in Nederland. "Het duurde tot veertig, vijftig jaar na de Watersnoodramp voordat die waren voltooid. Je zet niet zomaar een goede bescherming op", aldus de hoogleraar.

'Versnelling is een gamechanger'

Ook onderzoeker Marjolijn Haasnoot van kennisinstituut Deltares wijst erop dat steeds meer studies aantonen dat het smelten van de ijskappen een groter aandeel in de stijging van de zeespiegel kan hebben. "Zo'n versnelling zou je al vanaf 2050 kunnen hebben. De recente inzichten wijzen op een hogere versnelling, zeker als de Parijs-doelen niet worden gehaald. Het is een gamechanger. Aanpassen hebben we eeuwenlang gedaan, maar niet op zo'n snelheid."

Haasnoot onderzocht de mogelijke gevolgen van versnelde zeespiegelstijging en daaruit bleek dat Nederland zich goed moet voorbereiden. "In Nederland houden we rekening met een stijging van 1 meter in 2100", vertelt de onderzoeker. "Maar dat zou met die versnelling weleens veel hoger uit kunnen vallen, en dat betekent dat je minder tijd hebt om je voor te bereiden. De stijging stopt niet in 2100. Wat doe je als het meer wordt dan die 1 meter?"

De Larsen-ijsplaat op Antarctica. (Foto: AFP)

Het klimaatpanel van de Verenigde Naties benadrukte in het IPCC-rapport van afgelopen oktober dat de zeespiegel na 2100 blijft stijgen, ook als de opwarming van de aarde beperkt blijft tot 1,5 graad. Instabiliteit van het zee-ijs in Antarctica of onomkeerbaar ijsverlies op Groenland kan een stijging van meerdere meters opleveren. Het IPCC stelt dat deze onzekerheden getriggerd kunnen worden tussen een temperatuurstijging van 1,5 graad en 2 graden.

In Nederland houden we dus rekening met een flinke stijging in 2100, maar niet overal zijn ze op korte termijn goed voorbereid op zo'n stijging. Frederikse werkt tegenwoordig in de Verenigde Staten en ziet dat kleine overstromingen in dat land vaker voorkomen. "Dertig jaar geleden gebeurde het niet dat lage gebieden zoals Florida bij springtij standaard onder water lopen", zegt hij.

Kwetsbare plekken in Oceanië

Maar er zijn gebieden die nog kwetsbaarder zijn. "In Oceanië liggen sommige eilanden een paar meter boven de zeespiegel", zegt Frederikse. "Het grote gevaar is dat zo'n eiland bij een orkaan helemaal onder water komt te staan. Het is een reëel scenario dat die verdwijnen. Ze zullen in ieder geval veel kleiner worden."

Een voorbeeld van zo'n eiland is Tuvalu, een archipel in de Grote Oceaan met ruim elfduizend inwoners. Met beperkte middelen probeert de staat zich te wapenen tegen het stijgende water. Vergeleken met 1970 is de oppervlakte van het land met 2,9 procent toegenomen, voornamelijk doordat golven stranden vergroten. Het gaat echter niet om bewoonbaar land. Tuvalu is een van de landen die het eerst te maken krijgen met grote gevolgen van de stijgende zeespiegel. Vooral ook omdat de zeespiegel in dat gebied harder stijgt dan het globale gemiddelde.

Een eiland van de archipel Tuvalu. (Foto: AFP)

Massa Groenland drukt grond naar beneden

Volgens Frederikse zijn er verschillende verklaringen voor die regionale verschillen in stijging. Hij noemt het gewicht van Groenland als voorbeeld.

"Dat gebied is ontzettend zwaar. Die massa drukt de aarde daaronder naar beneden. Groenland is zo zwaar dat het de zee naar zich toe trekt. In dat gebied is de bodem dus laag en de zee hoog. Nu smelt het ijs op Groenland, waardoor dat gebied minder hard zeewater aantrekt. Het veroorzaakt veranderingen in de zeestromen. Het water zal zich gaan verdelen en dus stijgt de zeespiegel."

In het kort

  • Groenlandse ijskap smelt sneller dan werd gedacht
  • Per seconde stroomt 14.000 ton smeltwater van Groenland in zee
  • Zeespiegel stijgt niet overal even snel
  • Kwetsbare gebieden zijn soms moeilijk te beschermen

Hoogleraar Aerts stelt dat kleine eilanden met minder geld echte problemen krijgen. "Deze plekken zijn het moeilijkst te verdedigen, en dat heeft met de vorm van zo'n eiland te maken. Op een vulkanisch eiland kun je huizen naar hooggelegen gebieden verplaatsen. Op een vlak eiland kun je je nergens terugtrekken."

Aerts vraagt zich af of er partijen zijn die geld willen investeren om zo'n eiland te redden. "Mogelijke oplossingen voor die gebieden zijn dijken aanleggen en land opspuiten. Maar als zand van ver moet komen, is dat economisch niet haalbaar. Daarnaast kun je geen ringdijk om ieder eilandje leggen."

Volgens Aerts is de kustbescherming in rijkere landen ook niet altijd op het gewenste niveau. Tijdens werkzaamheden in de VS en China zag hij dat andere ontwikkelde landen mijlen achterlopen. "Daar beginnen ze nu na te denken over bescherming. Het is niet te laat. Na de orkaan in New Orleans is er daar binnen tien jaar een bescherming à la de Deltawerken opgebouwd. Dus als het moet, dan doen ze het."