Boeren willen graag investeren in duurzaamheid om hun bedrijf toekomstbestendig te maken. Daarvoor is geld nodig, maar de banken willen dat niet altijd verstrekken. Het duurt lang om de hele keten in beweging te krijgen. "Wat je nodig hebt, zijn consumenten die meer voor duurzame producten willen betalen."

Sinds november brengen Dorien en Martin Benning hun kinderen indirect op koeienmest naar school. Het stel runt een melkveebedrijf en een educatieboerderij in het Drentse Lheebroek en heeft het afgelopen jaar flink geïnvesteerd in hun bedrijf. Sinds augustus draait de biogasinstallatie op hun terrein op volle toeren.

"Hierin wordt de mest van onze koeien omgezet in energie", vertelt boer Martin. "Een bacterie eet de mest op en spuugt methaan uit. Dat wordt vervolgens opgevangen en omgezet in elektriciteit. Met het aangesloten dynamo wekken we stroom op voor 170 huishoudens. Die energie gaat naar het stroomnet en gebruiken we ook in ons bedrijf. Onze elektrische auto wordt ook opgeladen met deze energie."

De melkveehouders hebben op hun boerderij 325 melkkoeien. Ze gebruiken alleen mest van hun eigen koeien voor de biogasinstallatie. "Met deze groene oplossing leveren we een positieve bijdrage aan de melkveehouderij. Want de mest die overblijft, is minder schadelijk."

Het stel vertelt dat duurzaamheid belangrijk is binnen hun bedrijf. "We hebben vier jonge kinderen en we willen het boerenbedrijf goed achterlaten voor de volgende generatie. Het is simpel. Wij hebben de koeien en wij hebben de mest. We hoeven niks extra aan te kopen en hebben zo de kringloop op orde. Rijk worden we er niet van, maar het is een mooi extraatje. We zien het nut voor het milieu."

De biogasinstallatie van Dorien en Martin Benning.

'De banken moesten het nog even aankijken'

Het kostte de twee veel moeite om de financiering voor deze duurzame investering rond te krijgen. "Banken blijven toch behoudend", vertelt Martin. "Mestvergisting is een vrij onbekend en lang proces, dus de bank moest het nog even aankijken. Maar nu de eerste positieve resultaten binnenkomen, zie je dat de banken wat milder zijn geworden over dit project."

Dorien en Martin Benning vinden het belangrijk uit te dragen dat hun sector graag wil verduurzamen. Afgelopen zomer bleek uit onderzoek van Trouw dat meer dan 80 procent van de Nederlandse boeren wil overstappen naar natuurvriendelijke methoden en dat bijna de helft van de agrarische bedrijven binnen tien jaar overgeschakeld wil zijn naar een duurzamere bedrijfsvorm.

Rabobank dominante bank in landbouw

Voor die omschakeling zijn investeringen nodig. Volgens Greenpeace zouden banken dwarsliggen bij het financieren van duurzame investeringen van boerenbedrijven. Eerder deze maand publiceerde de organisatie een rapport waarin wordt gesteld dat die situatie vooral het aandeel is van de Rabobank, dat 85 procent van de Nederlandse agrarische sector financiert. De boerenbank ziet volgens Greenpeace meer in schaalvergroting dan in duurzamere oplossingen.

Een woordvoerder van de Rabobank weerspreekt de stellingname van Greenpeace. "We zijn wel voor duurzame investeringen, maar de boer moet dan wel met een goed plan komen. Het gaat erom dat je als boer ook gewoon je boterham kunt verdienen. Als je met een plan komt dat financieel niet goed in elkaar zit, dan vinden wij dat je met iets beters moet komen. Dat is de taak van de bank. Jij moet als ondernemer wel je geld kunnen verdienen."

De woordvoerder zegt dat de Rabobank net als Greenpeace achter de doelen van het Parijs-klimaatakkoord staat. "Wij zien de veestapel al krimpen door verduurzaming en innovatie. Daar zijn we ook voorstander van, maar krimp hoeft geen doel op zichzelf te zijn."

“Een rendabel plan komt vaak neer op schaalvergroting”
Gerben Dekker, varkenshouder

Gebrek aan goede verdienmodellen

Volgens landbouweconoom Dirk Strijker van de Rijksuniversiteit Groningen is het een logische conclusie dat boeren moeite hebben om financiering voor verduurzaming rond te krijgen. "Dat soort investeringen leidt niet automatisch tot hogere omzet of winst", legt hij uit. "En dat is waar een bank op z'n minst naar kijkt, want dat is belangrijk om het geld terug te krijgen."

Strijker stelt dat de kern van het geschetste probleem is dat er in de landbouw te weinig goede verdienmodellen zijn om investeringen in verduurzaming rendabel te maken. "Wat je nodig hebt, zijn consumenten die meer voor duurzame producten willen betalen. Die groep is er wel, maar niet genoeg om massaal naar hoger rendement te helpen als zij duurzamer gaan produceren. Als de helft van de melkproducenten besluit om biologisch te produceren, dan raken ze die melk niet kwijt en stort de melkprijs in."

De landbouweconoom beaamt dat banken behoudend zijn, maar wijst erop dat het ook in het belang van de Rabobank is als de sector in de richting van meer duurzaamheid beweegt. "Ze willen wel, maar in kleine stapjes. En ze willen zoveel mogelijk de garantie dat ze hun geld terugkrijgen. Dan zijn we weer terug bij dat banken conservatief zijn en meer naar gevaren kijken, dan naar de kansen."

Prijsverschillen

  • Kilo varkenshaas 1 ster Beter Leven: € 13,32
  • Kilo varkenshaas 2 sterren Beter Leven: € 20,56
  • Kilo varkenshaas 3 sterren Beter Leven: 25,27 euro
  • Liter halfvolle melk Campina: 1,29 euro
  • Liter halfvolle biologische melk Campina: 1,39 euro
  • Liter halfvolle biologische melk Arla: 1,33 euro
  • Tien AH eieren M 1 ster Beter Leven: 2,66 euro
  • Tien AH eieren M 2 sterren Beter Leven: 3,03 euro
  • Tien AH eieren M Biologisch: 3,07 euro

Om een beeld te geven van de prijsverschillen tussen verschillende dierlijke producten, hebben we gekeken naar het aanbod van Nederlands grootste supermarkt Albert Heijn op 18 januari 2019.

'Duurzame concepten zitten vol'

Gerben Dekker runt samen met zijn vader en broer een varkenshouderij in Almelo. Vorige maand opende de familie een gemoderniseerde varkensstal. Met onder meer een warmteterugwinningssysteem brengen de varkenshouders hun energieverbruik omlaag.

Dekker legt uit dat boeren produceren waar mensen naar vragen. "En dat is in veel gevallen nog altijd het goedkoopste stuk vlees", aldus Dekker. "Ik kan wel bij de bank aankloppen met een concept voor Beter Leven, maar dan vraagt de bank zich af of ik wel kan leveren. Dat is waarschijnlijk niet het geval, omdat die concepten vol zitten. Als je voor een bepaalde markt gaat produceren, dan moet daar wel vraag voor zijn."

Volgens de varkenshouder gaat het erom dat je als boer een plan hebt dat rendabel is. "Met de opbrengstprijzen komt dat vaak neer op schaalvergroting, want dan vergroot je je omzet", aldus Dekker.

Varkens in een stal in Nijkerk. (Foto: ANP)

Schaalvergroting is helder pad

Landbouweconoom Strijker zegt dat de banken niet zullen zeggen dat ze liever schaalvergroting hebben, maar legt uit dat uitbreiden van 100 naar 150 dieren een helder pad is.

"Je hebt dan een gegarandeerde afzet, omdat je bij de coöperatie bent aangesloten. Dan kun je een afgegrensd plan laten zien aan de bank en stemt de bank makkelijker in dan wanneer je met een groots duurzaam plan komt, waarvan het nog maar de vraag is wat er precies uitkomt. In zo'n verhaal zitten veel onzekere factoren en dan wordt de financier huiverig."

“Bij nieuwe wegen zijn risico's groter dan bij gebaande paden”
Dirk Strijker, landbouweconoom

Strijker zegt dat een grote groep boeren op allerlei aspecten wil verduurzamen. Hij schetst een bijkomend probleem: "Als je als boer de biologische markt wil bereiken, moet je nogal wat veranderingen doorvoeren. Zonnepanelen helpen, maar er bestaat geen markt voor varkensvlees uit stallen met zonnepanelen. Je hebt een integraal plaatje nodig voor bijvoorbeeld een biologisch product. Naast zonnepanelen moet je ook je dieren op een andere manier houden en ander voer gebruiken. Een boer kan misschien wel biologisch voer te pakken krijgen, maar kan niet per se ook aan al die andere voorwaarden voldoen."

Volgens de landbouweconoom is er over het algemeen gezien wel degelijk beweging in de landbouwsector. "De afzet van biologisch, van weidemelk en van Beter Leven neemt toe", aldus Strijker. "Het heeft inmiddels het schap van de gewone supermarkt gehaald en dan heb je een grote markt. Maar vleesverwerkers, supermarkten en leveranciers hebben daarvoor allemaal die stappen moeten maken. De hele keten moet in beweging komen. Al die onderdelen zitten naar elkaar te kijken. Het gaat om risico's en het afdekken ervan. Bij nieuwe wegen en ontwikkelingen zijn risico's groter dan bij gebaande paden."

Praat mee!

  • Ben jij een boer? Laat in de NUjij-reacties weten hoe jij deze kwestie ervaart!