Tijdens het kerstdiner verschijnt bij veel mensen vlees op tafel. Maar de beesten van wie dat vlees afkomstig is, hebben niet altijd een fijn leven gehad. Vorige week nog verschenen beelden van varkens die mishandeld werden. Wat heeft het varken dat met Kerst als spek, rollade, varkenshaas of tijdens het gourmetten op je bord ligt allemaal moeten doorstaan?

We bespreken dit met zowel de Dierenbescherming, Varkens in Nood en Wakker Dier als met een woordvoerder van de Centrale Organisatie voor de Vleessector.

De varkens in de intensieve vee-industrie komen vrijwel nooit buiten. Het enige moment dat de dieren buiten zouden kunnen komen, is als ze worden verplaatst naar een andere stal of op transport gaan. Het leven van een varken speelt zich dan ook af in een grote stal.

Voor niet-biologisch gehouden varkens begint het leven in een kraamhok. Daar worden ze geboren samen met elf tot vijftien broers of zussen. De biggen kunnen melk drinken bij hun moeder. Maar een nest zoals hun moeder dat in de natuur voor hen zou maken, zit er niet in. "In een kraamhok is een stuk dichte vloer wettelijk verplicht. Daar is vloerverwarming aanwezig of hangt een warmtelamp", vertelt Bert van den Berg, programmamanager veehouderij bij de Dierenbescherming.

De moeder van de biggen, de zeug, is niet in staat om een nest te maken voor de biggen, omdat ze tussen stangen staat. Daar staat ze drie tot vier weken in, om te voorkomen dat ze op de biggen gaat liggen. "Er zijn boerderijen waar ze na een paar dagen al meer bewegingsvrijheid krijgt, omdat het gevaar dat ze op de biggen gaat liggen dan geweken is. Maar bij de meeste boerderijen staat ze al die weken tussen stangen", zegt Van den Berg.

Een zeug die deel uit maakt van een vermeerderingsbedrijf - waar alles is gericht op het 'produceren' van zoveel mogelijk varkens - werpt ruim twee keer per jaar een nest biggen. "Na de worp is ze vijf dagen niet drachtig en daarna wordt ze weer geïnsemineerd", aldus Frederieke Schouten, voormalig veearts en nu werkzaam voor Varkens in Nood.

Staarten worden onverdoofd afgebrand 

Op veel veehouderijen worden de tanden van de varkens in de eerste week na de geboorte geslepen. Als de biggen elkaar daarna bijten, kunnen ze elkaar daardoor minder verwonden. Bijtwonden kunnen gevaarlijk zijn, omdat bacteriën in een wond tot infecties kunnen leiden.

Daarnaast worden de beesten ingeënt, krijgen ze een oormerk en wordt in veel gevallen de staart gecoupeerd. "Die staarten worden met een soort heet mes afgeschroeid. Dat gaat door het bot heen, wat ervoor zorgt dat het niet meer zo erg bloedt", vertelt Anne Hilhorst, campagneleider van Wakker Dier.

Dat couperen gebeurt onverdoofd. De varkens gaan daardoor tijdens het couperen hard gillen. "Doordat de varkens zich snel vervelen en er in de stal weinig te vinden is waarmee ze zich kunnen vermaken, gaan ze in elkaars staart bijten. Om dat te voorkomen, worden de staarten eraf gebrand. Er zijn projecten op boerderijen om krulstaarten te behouden, maar op het grootste deel van de boerderijen is het couperen nog gangbaar", aldus Hilhorst.

Na een verblijf van ongeveer drie weken worden de biggen bij de zeug weggehaald. Ze komen dan samen met biggen van andere zeugen. "Dat wekt agressie op, omdat ze hun plekje in de hiërarchie opnieuw moeten veroveren", zegt Hilhorst. "Het is eigenlijk te vroeg om weggehaald te worden bij hun moeder. Ze gaan ook ineens over op vast voedsel en dat leidt tot darmproblemen, waardoor ze diarree krijgen. Daardoor gaan de biggen even door een dip."

In de kraamstal leeft de zeug een aantal weken tussen stangen. (Foto: Hollandse Hoogte)

In de stal is weinig ruimte

In die stal verblijven ze ongeveer zeven weken, totdat ze zo'n 25 kilo wegen. Daarna zijn ze geen biggen meer, maar vleesvarkens. In de vleesvarkenstal verblijven de varkens de rest van hun leven. Er liggen betonnen roosters en in de stal is weinig ruimte. Als varkens tussen de 30 en 50 kilo wegen, hebben ze wettelijk gezien recht op 0,5 vierkante meter. Bij 50 tot 85 kilo is dat 0,65 vierkante meter en bij 85 tot 110 kilo 0,8 vierkante meter. Zwaarder dan 110 kilo worden de meeste vleesvarkens in Nederland niet.

Een zogeheten verrijkingsattribuut is ook wettelijk verplicht, zodat de varkens zich niet gaan vervelen. In veel gevallen is dat een ketting met ander materiaal. Een ijzeren ketting alleen is niet voldoende.

De varkens krijgen minstens een keer per dag voer en moeten 24 uur per dag de beschikking hebben over vers water. In de stal moet het minstens acht uur per dag licht zijn, zodat de varkens gewoon een dag-en-nachtritme hebben.

Levenseinde nadert als varkens 110 kilo zijn

Als de varkens een half jaar oud zijn, wegen ze meestal rond de 110 kilo. Dat is het moment dat het einde van hun leven nadert. Eerst gaan ze op transport naar het slachthuis. In een trailer van een veewagen staan ze meestal in twee of drie lagen boven elkaar. Soms worden de varkens vervoerd met de groep waar ze hun hele leven al mee hebben samengeleefd. Het gebeurt ook dat varkens van allerlei groepen bij elkaar worden gezet voor het transport.

"Als de varkens gemengd worden getransporteerd, leidt dat soms tot heftige gevechten. Zeker als het om beren (mannetjesvarkens, red.) gaat", legt Schouten uit. "Dat leidt tot veel stress. Daarnaast kunnen varkens ook heel erg wagenziek worden en geven ze soms over tijdens het transport." Om dat overgeven te voorkomen, worden de varkens doorgaans de avond voor het transport al niet meer gevoerd.

Eenmaal aangekomen bij het slachthuis staan de varkens een paar uur in een stal om te wennen. Daarvoor zijn ze al gekeurd door een controleur van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Die bekijkt of de dieren ziek of bijvoorbeeld kreupel zijn en onderzoekt of ze geschikt zijn voor consumptie. Als dat niet het geval is, dan worden de dieren in een aparte ruimte gezet, gedood en afgevoerd voor destructie.

Varkens spelen met plastic buizen aan een ketting. (Foto: ANP)

Varkens worden op twee manieren verdoofd

De varkens die wel geschikt zijn voor consumptie worden in de stal besproeid met lauw water, waardoor ze rustig worden. Daarna gaan ze naar een ruimte waar ze worden verdoofd, voor ze worden geslacht. Dat verdoven gebeurt in de Nederlandse slachthuizen op twee manieren.

De eerste manier is elektrische verdoving. De varkens worden op een soort lopende band geplaatst en krijgen twee tangen tegen het hoofd geplaatst of een tang op het hoofd en het hart. Daardoor krijgen ze een elektrische schok, waardoor ze bewusteloos raken. "Varkens zijn kuddedieren en houden er niet van om alleen te zijn", zegt Van den Berg. "Als ze in hun eentje op de lopende band staan, raken ze gestrest omdat ze daar alleen staan."

Vergassing is de andere manier van verdoven. De varkens hebben dan de stress van het alleen zijn niet, maar ervaren wel tien tot vijftien seconden stress als ze het gas inademen. Ze bevinden zich als groep in een soort gondel en zakken steeds dieper in een put waar CO2 wordt verspreid. Hoe dieper de varkens in de put komen, hoe hoger de CO2-concentratie is. "De varkens gillen dan en proberen te ontsnappen. In die paar seconden zijn ze in paniek van benauwdheid", aldus Schouten. "De meeste varkens zijn daarna bewusteloos of hersendood."

Na pin in de borst bloeden dieren dood

De varkens moeten levend, maar wel bewusteloos geslacht worden. Dus wordt gecontroleerd of de varkens niet bij bewustzijn zijn. Als de varkens inderdaad niet meer bij kennis zijn, worden ze ondersteboven opgehangen en wordt er een pin in hun borst gestoken. Doordat ze nog leven en ondersteboven hangen, pompt het hart het bloed automatisch uit het varken. Van dat bloed wordt bloedworst gemaakt en het karkas van het dan inmiddels dode varken wordt verwerkt tot verschillende vleesproducten.

Van den Berg laat tot slot weten dat veel boeren hun varkens wel een beter leven willen geven, maar dat daar geen geld voor is. "Boeren willen best wel iets anders, want het is niet leuk om je hele leven kritiek te krijgen. Maar daarvoor is een samenwerking met alle partijen nodig. Het gaat om een betere verdeling van de marges en dat betekent soms dat een boer maar een paar cent per varken extra hoeft te krijgen. Maar de onderlinge concurrentie tussen supermarkten is zo groot dat daar niet voor gekozen wordt."

Varkens op veetransport. (Foto: Hollandse Hoogte)

'Polarisatie gaat vleessector niet verder helpen'

Dé van de Riet, woordvoerder van de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV), stelt dat er al aan allerlei wettelijke en bovenwettelijke eisen wordt voldaan in de vleessector, maar pleit daarnaast voor verdere verbetering van dierenwelzijn. "Het dier moet zo min mogelijk last van het proces hebben", zegt hij. "Dierenwelzijn wordt ook steeds meer gespreksonderwerp in ons land. Dieren moeten vrij zijn van angst, honger of dorst."

"We zitten al op hoge normen in Nederland, waarmee we voldoen aan de eisen", stelt Van de Riet. "Nederland zit echt op een hoog niveau als het gaat om dierenwelzijn."

De woordvoerder van de COV benadrukt dat hij vindt dat het gesprek tussen de vleessector en belangenorganisaties voor dieren "met nuance" moet verlopen. "Polarisatie gaat ons daarin niet verder helpen. De meerderheid van Nederland wil drie tot vijf keer per week vlees eten, dus we voldoen zeker aan een behoefte."

Van de Riet vindt dat er nog wel een groot verschil bestaat tussen mensen die zeggen dat ze biologisch vlees willen kopen en mensen die dat ook daadwerkelijk doen. "Er is een hemelsbreed verschil tussen mensen die het vinden en ook daadwerkelijk doen. De markt produceert alleen voor een reële klant en niet voor een fictieve klant."