De mislukking van het pensioenakkoord deze week richtte meer schade aan dan alleen het mogelijk snijden in de pensioenen. De polder ligt op zijn gat. Een analyse waar het op stuk liep en hoe het nu verder moet.

Het belang van een pensioenakkoord werd door iedereen onderschreven. De regels zijn nu erg streng waardoor fondsen grote buffers moeten aanhouden. Er blijft geen geld over om de pensioenen met de prijzen mee te laten stijgen (indexeren) of ze moeten zelfs worden gekort.

Tegelijkertijd sluit het stelsel niet meer aan op de veranderde arbeidsmarkt. Mensen wisselen vaker van baan en er zijn veel zelfstandigen bijgekomen die niet verplicht voor een pensioen sparen.    

"Ouderen zijn boos omdat hun pensioen al jaren niet wordt geïndexeerd en steeds meer jongeren willen niet meer meedoen, ze zijn bang dat er straks voor hen geen geld meer in de pot zit", waarschuwde minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken al een jaar geleden. 

Maar na het mislukken van het pensioenakkoord blijven bij werkgevers, werknemers en de politiek alleen zure verwijten over. 

"De pensioenen zijn te belangrijk voor politieke spelletjes", zegt D66-Kamerlid Steven van Weyenberg. "Wij kregen geen vertrouwen vanuit de politiek", vindt FNV-onderhandelaar Tuur Elzinga. 

Hans de Boer van werkgeversorganisatie VNO-NCW: "Het probleem is dat de vakbondsbesturen niet in staat zijn om hun achterban begrip te laten opbrengen voor compromissen." 

Volgens premier Mark Rutte, die bij de onderhandelingen was gehaald in de hoop dat hij de boel glad kon strijken, is er één duidelijke verliezer: Nederland.

'Garanties politiek boterzacht'

Om het wantrouwen van de FNV te begrijpen, moeten we een aantal jaar terug in de tijd. In 2011 sloten werkgevers, werknemers en de politiek een pensioenakkoord. De AOW-leeftijd werd in stapjes verhoogd naar 67 jaar, maar eerder stoppen met werken was nog wel een mogelijkheid. 

De deal was op zijn zachtst gezegd niet populair binnen de FNV en de vakbeweging viel bijna uit elkaar. Uiteindelijk eindigde het akkoord in de prullenbak toen een jaar later het kabinet Rutte I viel en er nieuwe afspraken werden gemaakt. Zonder de polder.

De AOW-leeftijd werd versneld verhoogd, maar de mogelijkheid om eerder te stoppen met werken werd naar de achtergrond geschoven. Nederland zat midden in de financiële crisis, dus er moest bezuinigd worden.

De FNV voelt zich nog steeds berooid door het kabinet. Een pensioenakkoord van nu moet dan ook rusten op staalharde garanties, maar volgens FNV’er Elzinga waren de toezeggingen "boterzacht". "Dit was het moment om die gebroken beloftes goed te maken."

Mark Rutte staat de pers te woord na het klappen van het overleg (Foto: ANP)

AOW grootste struikelblok

De AOW vormde het grootste struikelblok. De vakbonden willen de verhoging naar 67 jaar afremmen en de koppeling aan de levensverwachting moet daarna een stuk soepeler worden. Nu wordt de AOW-leeftijd met een jaar verhoogd als blijkt dat we ook een jaar langer leven.    

Een wens om mensen met zware beroepen te ontzien bestaat bij de FNV nog steeds, maar over de definitie wat zwaar is, worden de partijen het niet eens. Daarom gooien de bonden het over een andere boeg: de boete die nu nog bestaat op vervroegd met pensioen gaan moet van tafel.

Op al deze punten kwam het kabinet de vakbeweging tegemoet, maar voor Elzinga was het onvoldoende. "Het kabinet en de werkgevers zeiden steeds: spring nou maar. Maar het was alsof wij met een blinddoek om in het zwembad moesten springen en niet wisten hoeveel water erin zat."

Het loslaten van de één-op-één-koppeling tussen de AOW-leeftijd en de levensverwachting was bespreekbaar, maar niet in deze kabinetsperiode.

Elzinga: "Rutte zei dat we dit moesten oplossen met een volgend kabinet en dat partijen het vast wel in hun verkiezingsprogramma’s zouden opnemen. Dat moesten we dan maar geloven. De premier kwam wel met voorstellen, maar het mocht structureel niets kosten."

'FNV duikt weg voor verantwoordelijkheid'

De kabinetsdelegatie en de werkgevers horen de FNV-argumenten met stijgende verbazing aan. Het loskoppelen van de AOW-leeftijd van de levensverwachting kost ruim 6 miljard euro. Ieder jaar opnieuw.

"We lopen al tegen de Brusselse afspraken van het houdbaarheidstekort aan", zei Rutte vlak nadat de gesprekken waren stukgelopen. Afspraken over dat soort bedragen horen thuis aan de formatietafel, vindt de premier.

Het kabinet was wel bereid de komende vijftien jaar 7 miljard euro neer te leggen voor de pensioenhervorming. Dat was inclusief het compenseren van kortingen.

"Er is veel geld in de pot gegooid", zegt D66'er Van Weyenberg. "We wilden naar alle wensen van de FNV kijken. Zelfs de boete op vervroegd pensioen ging in de plannen voor één jaar van tafel. Dat zijn grote gebaren van het kabinet en de coalitie."

Zijn partij was er veel aan gelegen om tot een akkoord te komen. De hervorming van de pensioenen stond prominent in het D66-verkiezingsprogramma en werd goeddeels overgenomen in het regeerakkoord. De druiven zijn dus zuur bij de democraten. "De FNV duikt weg voor zijn verantwoordelijkheid. Echt onbegrijpelijk."

Van Weyenberg heeft zijn hoop gevestigd op oppositiepartijen GroenLinks en PvdA. "De pensioenen zijn te belangrijk voor politieke spelletjes."

Minister Koolmees (Sociale Zaken) moet nu met een oplossing komen (ANP).

'Alsof de vakbond het akkoord hoe dan ook wilde opblazen'

GroenLinks, SP en PvdA wijten het misgelopen akkoord aan de houding van de werkgevers en het kabinet. "Rutte heeft de magie van het akkoord verloren", zegt GroenLinks-leider Jesse Klaver.

Zijn partij had vooral gehoopt dat er een oplossing voor de pensioenen voor zelfstandigen zou komen, voor een groot deel betaald door de opdrachtgevers. Ook de FNV stipte dit aan. Kabinet en werkgevers wilden op dit punt geen millimeter bewegen, is de kritiek van de vakbond.

Het leidde wederom tot grote verbazing bij de andere onderhandelaars. Het dossier van de zelfstandigen werd er pas op het allerlaatste moment bijgehaald. "Alsof de vakbond het akkoord hoe dan ook wilde opblazen", zegt een betrokkene.

'Pensioenakkoord zonder vakbond betekent oorlog'

Ondanks het jij-bakken moet de blik vooruit, maar niemand heeft het vizier op scherp staan. Kan het kabinet solo verder zonder de polder? Dat lijkt onwaarschijnlijk. Werkgevers en werknemers betalen de aanvullende pensioenen zelf en zitten in de besturen.

Ook in de politiek is er een breed draagvlak nodig. Als er een akkoord komt, duurt het nog jaren voordat er een panklare wet ligt. De verhoudingen in de Kamer liggen dan weer anders waardoor steun van de oppositie nu een must is.

Een bron vanuit het kabinet stelt onomwonden vast: "Een pensioenakkoord zonder de vakbonden betekent oorlog in de polder."

'Verder praten heeft niet veel zin'

Koolmees kwam dinsdagavond als laatste van de onderhandelaars naar buiten. Uiteraard was ook hij teleurgesteld. "Dat woord heb ik inmiddels al heel vaak gebruikt."

Enkele dagen later was de lucht al iets geklaard bij de bewindsman. "Ik ben een optimist", zei hij over de slagingskans van een akkoord. Maar welk pad er bewandeld moet worden, weet Koolmees ook niet. "Het kabinet beraadt zich nu op het vervolgproces", was zijn officiële reactie in een summier briefje aan het parlement. Volgende week dinsdag debatteert hij met de Tweede Kamer over het pensioenfiasco.

Van de FNV hoeft het kabinet niet veel meer te verwachten. "Of dit kabinet komt tot nieuwe inzichten, anders heeft verder praten niet veel zin", zegt Elzinga.

Met de Statenverkiezingen volgend jaar maart is het pensioenakkoord ook campagnemateriaal geworden. Dat werd in de nacht van de mislukking al duidelijk en zal tijdens het debat verder uitgediept worden.

Na zeven jaar onderhandelen, dreigende pensioenkortingen en een groeiend wantrouwen in de polder kun je je afvragen wie daarbij gebaat is.