Al tien jaar lang krijgen miljoenen Nederlanders een melding als een kind in levensgevaar is door vermissing. Het opzetten kostte veel tijd en moeite, maar de AMBER Alert is niet meer weg te denken uit onze samenleving. De volgende stap: verder de grens over.

Het was tot op de dag van de lancering spannend of het allemaal door zou gaan, begint Frank Hoen zijn verhaal. Al in 2001 sprak hij met compagnon Carlo Schippers over het systeem dat de samenleving inzet bij het zoeken naar vermiste kinderen. Hoen was een succesvolle IT'er, Schippers een politie-expert. Maar het duurde lang voordat er partijen kwamen die wilden helpen bij hun idee.

"Ik stond als een van de weinige Nederlanders op Amerikaanse beurzen, bedrijven als Nokia en Sony gebruikten mijn software. The sky was the limit. Maar vervolgens kreeg mijn zoontje leukemie en volgden de aanslagen op de Twin Towers, waar ik een tijdje een kantoor had. Na die wake-upcalls besloot ik dat ik iets anders wilde doen."

Amerikaans systeem stond model

Hoen besloot met Schippers, vermissingsexpert bij de Nationale Politie, een baanbrekend concept neer te zetten om met communicatiesoftware vermiste kinderen op te sporen. Dat werd uitgedacht met het Amerikaanse model in het achterhoofd. Al in 1996 kreeg de staat Texas het eerste AMBER Alert-systeem, dat werd vernoemd naar Amber Hagerman, een negenjarig meisje dat werd ontvoerd en vermoord. Al snel hadden alle 49 Amerikaanse staten het systeem in gebruik.

De potentie was enorm, maar de twee hadden geen geld om alles zelf te doen. "We hebben mensen in ons netwerk gevraagd of ze websites konden maken, of de technologie konden bouwen om sms'jes te sturen. Zo begonnen we", haalt Hoen herinneringen op.

Uiteindelijk vond vooral het mkb het idee interessant, en begonnen kleine bedrijven in het idee te investeren. "Met hulp van veel verschillende organisaties hebben we het hele systeem in elkaar gezet. Daarna zijn we naar de overheid gegaan en hebben we het aan hen gepresenteerd. Maar ze zagen er niets in." Telecomproviders wilden niet meewerken en ook bij de politie waren ze niet meteen overtuigd van het nut van zo'n systeem.

Sommige AMBER Alerts maakten veel los in het land, soms door de treurige afloop. Deze drie Alerts kwamen veelvuldig in het nieuws:

  • Milly Boele - Toen de twaalfjarige Milly Boele op 10 maart 2010 vermist raakte, werd er een AMBER Alert uitgestuurd en dagenlang naar het meisje gezocht. Pas op 16 maart meldde haar buurman zich bij de politie en biechtte hij zijn daad op.
  • Ruben en Julian - De zoektocht naar de vermiste broertjes Ruben en Julian resulteerde in een lange zoektocht van honderden vrijwilligers in verschillende gebieden. De twee werden na een zoektocht van ruim twee weken dood gevonden. Ze zijn vermoedelijk door hun vader om het leven gebracht.
  • Hannah - De zes maanden oude Hannah werd door haar biologische ouders uit de armen van haar pleegmoeder gegrist en meegenomen naar een vakantiepark in Duitsland. De zoektocht werd, mede door het AMBER Alert-netwerk, ook in Duitsland voortgezet. Daar konden de ouders worden gearresteerd.

Vermissing Madeleine McCann was keerpunt

Dat veranderde allemaal toen de driejarige Britse Madeleine McCann in mei 2007 vermist raakte op haar vakantieadres in Portugal, waar ze met haar ouders en twee broertjes was. De zaak werd wereldwijd opgepikt. Het was de toenmalige minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin die opeens wel inzag dat het systeem een soortgelijke situatie mogelijk kan voorkomen. "Met zijn hulp is de politie toch aangehaakt en begonnen we een samenwerking", vertelt Hoen. Dat leidde tot de lancering op 11 november 2008.

De start zorgde voor een overweldigende hoeveelheid reacties en steun. Binnen een paar weken waren er 80.000 aanmeldingen, aldus Hoen. "Dat was echt een keerpunt. Het grote publiek ontdekte ons en snapte wat we wilden doen."

Vooral de snelheid van het systeem is van belang. Uit een groot Amerikaans onderzoek is gebleken dat 76 procent van de kinderen die vermist zijn binnen drie uur al vermoord is. "Dat is een grote uitdaging. De politie krijgt zo'n zestienduizend meldingen van vermissing per jaar. Daar zitten ook kinderen bij die zijn weggelopen." De politie moet heel snel het kaf van het koren scheiden en de juiste afweging maken. "Het is een race tegen de klok."

'Grootste burgerbeweging van het land'

De eerste AMBER Alert werd op zaterdag 14 februari 2009 uitgestuurd. De vierjarige Lorenzo raakte vermist in het centrum van Rotterdam. De politie meldde zich meteen met een verzoek bij AMBER Alert, waarna ruim 120.000 Nederlanders via sms, e-mail, messenger of zelfs het toen nog bestaande Hyves een melding kregen. Het jongetje werd al snel gevonden in de ballenbak van een restaurant. Op de reclameschermen die in het restaurant hingen, zagen de werknemers de foto van Lorenzo via de websites van De Telegraaf en Spits. Na die succesvolle zoekactie sloten veel andere bedrijven zich aan, zoals de NS en de Koninklijke Marechaussee.

Inmiddels zijn er 25 AMBER Alerts uitgestuurd in tien jaar tijd, in twintig gevallen kwamen de kinderen veilig thuis. Drie miljoen mensen krijgen de melding binnen. De berichten worden daarnaast automatisch gedeeld op onder meer Facebook, Twitter en NU.nl, en zijn ook zichtbaar op reclamezuilen langs snelwegen, op schermen op stations en op reclamemasten. "Als we een AMBER Alert uitzenden, zijn we een paar minuten de grootste site van het land. Als we sms'en, gebruiken we heel kort alle capaciteit van het hele Nederlandse netwerk. We zijn de grootste burgerbeweging van het land geworden."

Buitenlandse samenwerking kan tijd schelen

De volgende te nemen stap is echter een belangrijke, benadrukt Hoen. "We moeten verder de grens over. Een op de vijf vermiste kinderen belandt in het buitenland, dus AMBER Alert moet dat ook." Het probleem is dat de politiesamenwerking ook vertraagt zodra de grens is bereikt. Dat moet dus veranderen. "We moeten iemand hebben die we om 3 uur 's nachts kunnen bellen, in zowel België als Polen of Litouwen. Dat netwerk hebben we, maar zijn we ook nog aan het uitbreiden. Het kan ons een cruciale hoeveelheid tijd schelen."

Er zijn al samenwerkingen geweest met het buitenland, bijvoorbeeld bij de ontvoering van het tweejarige meisje Insiya. De politie in Duitsland heeft ook naar de Nederlandse peuter gezocht, maar ze bleek door haar vader te zijn meegenomen naar India. "Het vliegtuig is zo gepakt, dus dan moet er snel gehandeld worden."

De laatste AMBER Alert die is uitgestuurd was voor de zes maanden oude baby Hannah, een kwestie die veel indruk heeft gemaakt op Hoen. "Die situatie laat ook het belang van buitenlandse samenwerking zien." De baby werd door haar biologische ouders uit de armen van haar pleegmoeder gegrist op een parkeerplaats in Eersel. "De ouders reden via België naar Duitsland. Daardoor was er ook contact met de Duitse politie." Een alerte burger in een vakantiepark merkte uiteindelijk de vader en diens auto op, waarna de ouders werden aangehouden. "Waar we eerst machteloos stonden als iemand met een kind de grens over ging, konden we nu laten zien dat we mensen ook elders kunnen vinden. Dat is geweldig."

'Leren van hoe overheidsdiensten werken'

In de toekomst ziet Hoen een verdere ontwikkeling van de mogelijkheden. "Ik zou graag willen leren van hoe overheidsdiensten werken op het gebied van terrorismebestrijding, zowel technisch als qua samenwerking. Zij hebben andere middelen die ze inzetten, dus waarom niet kijken of we daar iets van kunnen leren?" In december organiseert AMBER Alert een groot politiecongres in Praag. Hier komen specialisten en politie bij elkaar om te praten over een betere samenwerking en om te kijken wat de veiligheidsdiensten kunnen bijdragen.

"Het gevoel dat we met de hele samenleving samen op zoek gaan naar één kind, dat is een machtig gevoel", zegt Hoen. "Dat zijn wij. Dat is Nederland. AMBER Alert staat voor het beste dat ons land te bieden heeft. We zijn ontzettend trots op al die mensen die belangeloos meedoen."