Het is 1998 als televisiemaker Frans Bromet in Amsterdam de straat op gaat om de mensen te vragen naar de noodzaak van een dan nog nieuwe technologie: de mobiele telefoon. "Het lijkt me helemaal niet leuk om altijd bereikbaar te zijn", is het antwoord van een vrouw. "Als mensen me bereiken willen, kunnen ze dat met een brief doen", is het antwoord van een man.

Smartphonegebruik in Nederland

  • In 85 procent van de Nederlandse huishoudens was in 2017 een smartphone of mobiele telefoon te vinden.
  • Vijf jaar eerder, in 2012, was dat een stuk minder: slechts 49,6 procent van de huishoudens.
  • Vrijwel alle Nederlanders van 12 jaar of ouder (96,5 procent) hebben in 2018 toegang tot het internet.
  • Mobiele telefoons en smartphones worden door 90,3 procent gebruikt om te internetten. In 2012 was dat nog 56,5 procent.
  • Daarmee is de mobiele telefoon het meestgebruikte apparaat om online te gaan. De smartphone wordt gevolgd door de laptop (81,9 procent), tablet (68,8 procent) en pc (55,3 procent).

Inmiddels lijken we niet meer zonder mobiele telefoon te kunnen, blijkt uit woensdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De smartphone is inmiddels ook het meest gebruikte apparaat voor toegang tot het internet.

Toch is de afgelopen jaren ook de behoefte ontstaan om juist niet online te zijn, zegt Pepita Hesselberth, onderzoeker aan de Universiteit Leiden die de maatschappelijke discussie over dit onderwerp onderzoekt. "De afgelopen vijf à tien jaar zijn we op een punt gekomen waarop van ons verwacht wordt dat we constant online zijn", zegt Hesselberth.

"Het internetoptimisme van de jaren negentig is het afgelopen decennium omgeslagen in scepsis. Destijds zou het internet zorgen voor meer emancipatie, meer gelijkheid en meer creativiteit. Nu zien we dat het ook een andere kant heeft. De afgelopen jaren zie ik dat mensen in toenemende mate bezorgd zijn geworden over de gevolgen van het altijd online zijn."

"De smartphone kan het moeilijker maken om ’s avonds of in het weekend los te komen van je werk", zegt Michelle van Laethem, arbeidspsycholoog aan de Universiteit van Amsterdam, die in september een onderzoek naar werkgerelateerd smartphonegebruik publiceerde. "Hoewel je dus vrij bent, ga je toch kijken als je een e-mail of WhatsApp-berichtje binnenkrijgt."

Werkgerelateerde berichten kunnen leiden tot stress

In haar onderzoek concludeerde Van Laethem dat mensen die de drang hebben snel op werkgerelateerde berichten te reageren, hun smartphone vaker ook in hun vrije tijd voor werk gebruiken. "Het is heel eenvoudig om dit bij jezelf te controleren", zegt de onderzoeker. "Probeer je telefoon eens aan de kant te leggen. Als je het moeilijk vindt om niet op werkgerelateerde berichten te reageren, ben je iemand die ook op afstand deze werkdruk ervaart."

Maar ook mensen die de drang om snel te reageren minder ervaren, kunnen negatieve gevolgen ondervinden van werkgerelateerde e-mails en berichtjes op hun smartphone. "Zelfs als je niet de druk voelt om te reageren, zit het toch in je hoofd. Je bent er toch mee bezig."

"Dat kan uiteindelijk negatieve gevolgen hebben voor je welzijn", vervolgt Van Laethem. "Je kunt in je vrije tijd minder goed herstellen, je gaat piekeren of krijgt slaapproblemen. Dat heeft ook weer effect op hoe je je voelt op werk. Je raakt daarmee in een vicieuze cirkel."

In welke mate mensen last hebben van werkdruk op afstand via hun smartphone, hangt volgens Van Laethem onder meer af van de bedrijfscultuur en de normen en waarden binnen het bedrijf. "Dat is heel moeilijk aan te passen, maar je kunt hier als werkgever wel een rol in spelen. Je kunt, bijvoorbeeld als leidinggevende, ook het voorbeeld laten zien door niet om 22.00 uur nog berichten te versturen."

In Frankrijk is in 2017 een wet in werking getreden die personeel het recht geeft met hun werkgever te onderhandelen om buiten werktijd offline te zijn. Hoewel de intentie goed lijkt, is het volgens Hesselberth de omgekeerde wereld. "Eigenlijk stelt de wet dat je altijd online moet zijn, tenzij je met je baas andere afspraken maakt. Dat is paradoxaal. Daarmee wordt het tot de norm gemaakt dat je altijd online bent, en wordt het arbeidsrecht eigenlijk verzwakt en niet versterkt."

'Maak het voor jezelf moeilijk om online te zijn'

Apple en Google, makers van de mobiele besturingssystemen iOS en Android, zijn dit jaar met updates gekomen waarmee mensen meer inzicht moeten krijgen in het gebruik van hun smartphone. Ook kunnen gebruikers met de functies beperkingen voor hun eigen toestel opleggen.

De functies zitten in iOS 12 voor Apple-toestellen. Google test de functie nu op een beperkt aantal toestellen met Android 9. Wanneer de functie breder beschikbaar wordt, is nog niet bekendgemaakt.

"Dit soort functies faciliteren een belangrijke eerste stap, namelijk inzicht in overmatig smartphonegebruik", zegt Van Laethem. "Veel mensen hebben nog altijd niet door hoe veel ze hun toestel gebruiken."

Toch moeten we ons ook bewust zijn van de gedachte achter deze stap, waarschuwt Hesselberth. "Dit is allemaal onderdeel van een lobby", zegt de onderzoeker, die daarmee doelt op het feit dat Google en Apple hiermee de touwtjes in handen willen blijven houden. "Wat ik er ook ingewikkeld aan vind, is dat de telefoon hiermee bepaalt hoe wij ons als mens gaan gedragen. Moeten we dat willen? Ik speel nu de advocaat van de duivel, maar vind wel dat we hier kritisch naar moeten kijken."

Schermtijd koppelen aan rooster

Bovendien valt er volgens Van Laethem nog veel te verbeteren aan de nieuwe functies. "Zelf gebruik ik de functie op de iPhone, maar die is nog niet optimaal. Je kunt alleen vaste tijden instellen, maar niet per dag. Dat is onhandig als je onregelmatige werktijden hebt. Eigenlijk wil je per dag je schermtijd in kunnen stellen, of het kunnen koppelen aan je rooster."

Ook is het op iOS nog niet mogelijk om per app het gebruik in te perken. Apple groepeert die apps zelf. Het inperken van Facebook maakt daarmee automatisch ook WhatsApp ontoegankelijk, omdat beide apps vallen onder sociale netwerken. Wel zijn losse apps te bestempelen als uitzondering op de groep.

Van Laethem adviseert mensen die bewuster met hun smartphone om willen gaan, dat met hun baas te bespreken. "Als je bijvoorbeeld via WhatsApp geen werkgerelateerde zaken wil bespreken, doe dat dan ook niet."

"Zelf zet ik mijn werktelefoon aan het einde van de dag uit en leg ik hem in de la. Ik heb mijn zakelijke e-mail op mijn privételefoon ook niet ingesteld. Daardoor krijg ik geen notificaties van werkmails. Als ik die berichten dan wil lezen, moet ik handmatig de internetbrowser starten en daarop inloggen. Maak het jezelf gewoon wat moeilijker."