Het tragische stintongeluk in Oss waarbij vier kinderen omkwamen, schokte het hele land. De reacties en nasleep hebben zich ontwikkeld tot een hoofdpijndossier voor VVD-minister Cora van Nieuwenhuizen. Een overzicht hoe het zo ver kon komen.

Donderdag 20 september vindt er in Oss een tragedie plaats

Een aanrijding tussen een elektrische bolderkar en een trein op een bewaakte overweg vlak bij station Oss West is breaking news. Vier kinderen tussen de vier en elf jaar komen om, waaronder twee zusjes. Een vijfde kind en de begeleidster van basisschool De Korenaer in Oss raken zwaargewond. Volgens ooggetuigen zouden de remmen van de stint niet hebben gewerkt.

Het bizarre ongeluk veroorzaakt een schok van reacties en medeleven. Premier Mark Rutte is diep geraakt door het nieuws; koning Willem-Alexander en koningin Máxima leven enorm mee met alle families en nabestaanden. NS-topman Roger van Boxtel breekt zijn reis af en keert direct terug naar Nederland.

De Onderzoeksraad voor de Veiligheid kondigt een onderzoek aan. ProRail beklemtoont te streven naar een toekomst zonder overwegen, zodat treinen en andere weggebruikers zoveel mogelijk van elkaar worden gescheiden. Honderden mensen wonen donderdagavond een spontane herdenking voor de slachtoffers bij.

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur zegt dat het heel lastig is om direct met een oordeel over stints te komen. "Alles moet onderzocht worden", zegt ze. Toch laten meerdere kinderopvangorganisaties weten de stint uit voorzorg niet meer te gebruiken, totdat er duidelijkheid is over de oorzaak van de aanrijding in Oss.

Er rijzen vragen over de procedures rond de stint

Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur laat op 21 september, een dag na het ongeluk, weten dat de toelatingsprocedure voor licht gemotoriseerde voertuigen tegen het licht wordt gehouden. Zij schrijft de Kamer echter dat er geen aanleiding is om "de toelating van de stint op de openbare weg te herzien".

De RDW en onderzoeksinstituut SWOV blijken zich in 2011, voordat de stint officieel werd toegelaten tot de openbare weg, wel kritisch te hebben uitgelaten over de stint. De RDW verzorgt de registratie van gemotoriseerde voertuigen en vond het voertuig onder meer te breed. Een stint geldt als een 'bijzondere bromfiets' en die mogen maximaal 75 centimeter breed zijn; een stint is 110 centimeter breed.

SWOV had geen technische bezwaren, maar wel bedenkingen bij het feit dat iedere bestuurder van een stint boven de zestien jaar zonder enige rijopleiding een groot aantal kinderen kan vervoeren. De onderzoekers pleitten voor aanvullend onderzoek naar de eisen die aan bestuurders kunnen worden gesteld.

Dit advies werd niet gevolgd. In plaats daarvan sprak het ministerie met de fabrikant af dat deze standaardtrainingen aan zou gaan bieden bij de aanschaf. Kinderopvangorganisaties die na het ongeluk de behoefte voelen, kunnen hun medewerkers kosteloos nogmaals op cursus sturen.

Andere mogelijke oorzaken worden onderzocht

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) laat onderzoeken of de elektromagnetische straling van de spoorweginstallatie in Oss de elektrisch aangedreven stint heeft beïnvloed. Volgens ooggetuigen leek de elektrische bolderkar 'op hol geslagen' voor de botsing met de trein.

De fabrikant van de stint laat alle 3.500 voertuigen controleren, die in Nederland in gebruik zijn. Ook heeft het bedrijf een e-mail naar alle klanten gestuurd met een checklist waarmee de afnemers, veelal kinderdagverblijven, de stints zelf kunnen nalopen op verschillende punten.

Minister Van Nieuwenhuizen verbiedt het gebruik van stints

Minister Nieuwenhuizen besluit op 1 oktober, tien dagen na het ongeluk, dat stints niet meer op de openbare weg mogen rijden. Zij maakt zich zorgen over de veiligheid van de elektrische bolderkar. De bewindsvrouw baseert haar besluit op voorlopige resultaten van het onderzoek van de ILT. Het definitieve rapport van ILT en TNO wordt pas over een paar maanden verwacht.

Op basis van de eerste, voorlopige resultaten zijn twijfels gerezen over de technische constructie van de bolderkar. Die zou ertoe kunnen leiden dat het voertuig opeens stilvalt of niet meer remt. Daarnaast zou Stintum, het bedrijf dat de voertuigen produceert, op eigen initiatief wijzigingen aan het ontwerp hebben aangebracht zonder het ministerie hiervan op de hoogte te stellen.

Dit was volgens het ministerie wel een voorwaarde die in 2012 werd gesteld toen toestemming werd verleend om de stints op de openbare weg toe te laten. De producent zou een noodknop, die in eerste instantie wel aanwezig was, hebben verwijderd en in mei 2014 werd de motor verzwaard.

Hierdoor kwam de maximumsnelheid van de stint hoger te liggen en werd de remweg langer. In totaal zouden er negen aangepaste modellen op de openbare weg hebben gereden de afgelopen jaren.

ILT laat weten dat de stint van het ongeluk nog niet is onderzocht. Wel heeft de Inspectie alle papieren over onderhouds- en servicebeurten van de fabrikant gehad.

Een kinderdagverblijf stapt naar de rechter

Producent Stint Urban Mobility wil naar de rechter stappen vanwege haar verbod op de stints op de openbare weg. Het bedrijf noemt het verbod van Van Nieuwenhuizen voorbarig. Stintum ligt sinds het verbod stil omdat niemand meer stints wil kopen.

De Brancheorganisatie Kinderopvang (BK) stelt dat veiligheid voorop staat, maar voorziet wel grote problemen voor de scholen. Het stintverbod wordt dinsdagochtend 2 oktober van kracht; er moet in allerijl alternatief vervoer voor vele duizenden kinderen worden geregeld. Veel ouders vrezen dat zij opdraaien voor de extra kosten.

Kinderdagverblijf Het Kinderstraatje in Almere stapt naar de rechter om het verbod aan te vechten. De extra kosten voor het vervangend vervoer drukken onevenredig zwaar op het budget van het bedrijf. Volgens de advocaat zou het besluit van de minister om een stintverbod op te leggen, onzorgvuldig zijn genomen. De bewindsvrouw zou bovendien niet de wettelijke bevoegdheid hebben om toestemming die voertuigen is gegeven om op de openbare weg te rijden in te trekken.

Van Nieuwenhuizen ontkent dit ten stelligste: "Ik heb mij gebaseerd op een advies van de inspectie waar nieuwe feiten in stonden. (…) Over veiligheid sluit je geen compromissen."

De fabrikant van de stint vraagt faillissement aan

Stint Urban Mobility laat op 29 oktober weten gedwongen te zijn faillissement aan te vragen; er komt al weken geen geld meer binnen.

Directeur Edwin Renzen wijst een beschuldigende vinger naar minister Van Nieuwenhuizen. Hij zegt dat het onderzoek waarop de minister haar besluit heeft gebaseerd incompleet en incorrect is: "De stint is niet onveiliger; we weten nog steeds niet wat de oorzaak van het ongeluk is geweest. Er zijn nooit serieuze problemen geweest." Ook is Renzen boos op de ILT en hun voorlopige rapportage. "Er is daar iets heel erg fout gegaan en daar zijn ze niet open over", stelt hij.

Gesprekken met het ministerie noemt de directeur niet constructief: "Zij willen wachten op alle onderzoeken. Die tijd hebben wij eenvoudig niet." Het bedrijf kan nog niet zeggen of er een schadeclaim volgt.

De rechtbank ziet geen reden om het verbod te herzien

Volgens de rechter heeft minister Van Nieuwenhuizen correct gehandeld door op 1 oktober de stint niet langer toe te laten op de openbare weg. Het verbod blijft tot nader orde in stand. Volgens de rechtbank waren er genoeg aanwijzingen die een onderzoek naar de stint rechtvaardigden en daarmee een voorlopige schorsing van het gebruik van de elektrische bolderkar.

De rechtbank dringt er wel bij Van Nieuwenhuizen op aan "voortvarend" te werk te gaan in het onderzoek "zodat betrokkenen niet onnodig lang in onzekerheid hoeven te verkeren".

Er rijzen vragen over handelen Van Nieuwenhuizen

Volgens RTL Nieuws zouden ILT en het ministerie de Kamer van onvolledige informatie hebben voorzien om de stint van de weg te krijgen en eigen fouten te verbergen. De top van het ministerie zou op 20 september, de dag van het ongeluk, al direct het gebruik van de stint hebben willen verbieden.

ILT zou er die dag achtergekomen zijn dat er al jaren geen goed toezicht zou zijn gehouden op de veiligheid van de stints. Van Nieuwenhuizen zou verkeerde informatie hebben verstrekt over een onvolledige politieverklaring over de stint van het ongeluk.

Het verbod dat zij op 1 oktober invoerde, kwam mede tot stand op basis van dit onjuiste proces-verbaal. De verklaring in dit document zou later in een aanvulling zijn afgezwakt en genuanceerd. Het proces-verbaal ging over meldingen van een kinderdagverblijf in Amsterdam over vermeende remproblemen van de stint.

De Tweede Kamer eist duidelijkheid

Tijdens een debat op 1 november zet vooral de oppositie vraagtekens bij de informatieverstrekking door de minister. Van Nieuwenhuizen heeft de Kamer naar eigen zeggen niet geïnformeerd over de aanvullende verklaring op het proces-verbaal, omdat zij niet "alles bij de Kamer over de schutting gooit".

Zij herhaalt meerdere malen dat het proces-verbaal in kwestie geen rol heeft gespeeld bij het besluit om de stint te laten verbieden. Volgens de bewindsvrouw lagen daar andere argumenten aan ten grondslag.

Het parlement wil dat Van Nieuwenhuizen een gedetailleerde tijdlijn laat opstellen over wie wanneer wat precies wist in het stint-dossier. Daarna bepaalt de Kamer of zij verder wil debatteren over de kwestie. De minister herhaalde dat zij pas een definitief besluit over het stintverbod wil nemen als het onderzoek helemaal is afgerond.