Sommige mensen zijn ontzettend kritisch op hun lichaam. Soms gaat dat zo ver, dat ze ervan vervreemd raken. Hoe komt dat? En wat is daaraan te doen? Tijdschrift Flow zoekt naar een antwoord op deze vragen.

Volgens psycholoog Jessica Alleva van de Universiteit van Maastricht heeft de afkeer die sommige mensen voelen voor hun lichaam te maken met eigenschappen die we bepaalde lichaamstypes toedichten.

"Zo associëren we zwaarlijvigheid met luiheid en weinig zelfbeheersing, en staan rimpels in onze samenleving voor ouderdom en een ongezonde levensstijl. Als je rimpels hebt maar je voelt je nog jong, of je bent iets zwaarder maar allesbehalve lui, dan herken je jezelf niet in je spiegelbeeld. Je raakt vervreemd van je eigen lichaam."

Vooral vrouwen kijken kritisch in de spiegel

Daar komt volgens Alleva bij dat voornamelijk vrouwen niet met de meest vriendelijke blik in de spiegel kijken. Ze zien hun lichaam als object, en kijken er met de blik van een buiten­staander naar (Zit mijn jurk wel goed? Hoe zie ik eruit voor anderen?)

Dit derdepersoonsperspectief wordt gevoed door beelden in de samen­leving over hoe een ideaal lichaam eruit moet zien. Maar dat ideaalplaatje is volgens Alleva verre van realistisch.

"Wetenschappers denken dat het ideaalbeeld nu irreëler is dan ooit tevoren. Vrouwen moeten slank, fit en gespierd zijn - maar niet té. Ze moeten grote borsten hebben en een smalle taille. En er altijd maar jong en jeugdig uitzien."

Onbewust vergelijken met ideaalplaatje

Met dat haast onhaalbare ideaal worden mensen dagelijks geconfronteerd in reclames en (sociale) media. "Het is lastig om je niet te laten beïnvloeden door de boodschap dat een mooi lichaam belangrijk is voor succes en geluk in de liefde en op het werk. Ook al weet je dat de beelden onrealistisch zijn, tóch internaliseer je deze idealen. Je vergelijkt je eigen lichaam onbewust met het gemanipuleerde ideaalplaatje."

Volgens de Australische filosoof Damon Young speelt ook een andere factor een belangrijke rol. "De huidige samenleving doet een groot beroep op ons hoofd. Mensen zijn op hun werk een groot deel van de dag bezig met praten, lezen en typen, veel lichamelijk werk zit er niet bij. Bewegen doen we tussendoor, terwijl we op schermen en knoppen drukken en telefoontjes plegen. We hebben uiteraard nog een lichaam, maar zijn bijdrage aan ons leven is beperkt."

Volgens de filosoof maakt dat dat we steeds meer gefocust zijn op ons hoofd en steeds minder op ons lichaam.

Ook de Nederlandse filosoof Ad Verbrugge ziet dit. Volgens hem zorgt de virtuele wereld voor 'ontlijving'. Hij schrijft erover in zijn boek Staat van verwarring - Het offer van liefde. In de 'virtuele biotoop' waar we een groot deel van de dag doorbrengen, zijn we in een ruimte die we niet kunnen aanraken, stelt Verbrugge. Onze ogen en oren worden wel geprikkeld, maar andere zintuigen zoals het tastzin en reuk, raken op de achtergrond.

Focus op wat je lichaam kan

Wie (weer) meer van zijn lichaam wil houden, doet er volgens Alleva goed aan om na te denken over waar je lichaam allemaal toe in staat is. Voor haar promotie­onderzoek gaf ze vrouwen met een negatief lichaamsbeeld de opdracht om drie keer een kwartier te schrijven over wat hun lichaam allemaal kan, en waarom ze daar zo dankbaar voor zijn.

Alleva: "Vrouwen vinden het lastig om op zo’n manier naar hun lichaam te kijken. Ze zijn het niet gewend. Maar ons lichaam is tot zo veel moois in staat. Elke schrijfopdracht in het onder­ zoek had een andere focus. De ene keer schreven de vrouwen over hun gezondheid: het lichaam kan voedsel verteren, vitamines opnemen en wondjes genezen. De andere keer over cre­atieve dingen: je kunt met je lichaam dansen, schilderen en schrijven."

Ook schreven de vrouwen over zintuigen, fysieke prestaties en wat het lichaam kan betekenen in relatie tot anderen. Al na drie keer schrijven, hadden de vrouwen een positiever lichaamsbeeld en voelden ze zich beter over hun uiterlijk. 

Alleva: "Veel mensen denken dat als je eenmaal tevreden bent met je lichaam, je het als het ware 'opgeeft'. Maar het werkt juist andersom: hoe meer je van je lichaam houdt, hoe beter je ervoor wil zorgen."