De meeste Friese Zwarte Piet-activisten die vorig jaar de A7 bezetten, betuigden deze week voor de rechtbank geen enkele spijt. Waarom blijven sommige mensen de door hen gekoesterde tradities zo radicaal verdedigen, ongeacht de consequenties? En kwamen het gezag en 'bewakers' van tradities in Nederland al eerder in botsing?

Volgens de Duitse socioloog Ferdinand Tönnies (1855-1936) waren er twee soorten maatschappijen. De 'ouderwetse' mens die woont in een groep, familie of stamverband en zijn of haar hele leven in dienst van die Gesellschaft stelt en daar zijn of haar identiteit aan ontleent.

Daartegenover staat de 'moderne' en vaak stedelijke mens die dat gemeenschapsgevoel is kwijtgeraakt. Deze mensen doen dingen voor zichzelf; het individu staat voorop. En er is geen stam, religie of dorpsbelang meer waar een identiteit aan kan worden ontleend.

"De eerste groep wil dat anderen hun gedrag afstemmen op de denkbeelden die in hun Gesellschaft gelden", legt massapsycholoog Hans van de Sande uit. "Het heeft vaak te maken met een soort nostalgie, het verlangen naar tijden waarin minder verandering optrad. Dat wereldbeeld kom je veelal tegen op het platteland, bijvoorbeeld in Twente of Friesland. Mensen binnen zo'n groep twijfelen eigenlijk nooit aan hun eigen denkbeelden, zoals het beeld van hoe Zwarte Piet eruit zou moeten zien."

Het afschaffen van Palingtrekken leidde tot 26 doden

De sociaal psycholoog, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, ziet enige overeenkomsten tussen het protest op de A7 en het roemruchte Palingoproer in 1886. Eind juli van dat jaar leidde het verbieden van de traditie 'palingtrekken' (vanuit een boot in de gracht een levende paling grijpen die aan een touwtje hing) tot een veldslag tussen bewoners van de Amsterdamse Jordaan en het leger. Er vielen 26 doden.

"Zo ver gaat het protest voor Zwarte Piet nog niet natuurlijk. Maar ook dit was een jaarlijks terugkerend festijn waarbij de gemoederen hoog opliepen", legt hij uit. "Een groep uitgelaten mensen die samenkomt in de stellige overtuiging dat zij de waarheid in pacht hebben, is een recept voor problemen. Zeker als zij het gevoel hebben dat de snode overheid hun traditie probeert af te pakken."

Er zijn echter meer voorbeelden te noemen, vertelt Van der Sande. In 1690 stelde de burgemeester van Haarlem een rookverbod in de binnenstad in. Dit viel heel slecht bij de lokale bevolking: een woedende menigte belaagde het huis van de schout en gooide met stenen alle ramen in. Zijn 'rakkers' (hulpjes) werden in de gracht gegooid. Het conflict werd uiteindelijk geschikt met een 'polderoplossing': het verbod werd niet ingetrokken, maar ook niet meer actief door de schout gehandhaafd.

Veel mensen gaan heel ver om hun identiteit te bewaken

Tradities definiëren voor veel mensen deels hun identiteit, stelt ook Ineke Strouken, 's lands bekendste kenner van de Nederlandse volkscultuur. En zij zijn bereid heel ver te gaan om die identiteit te verdedigen. "Je voelt je verbonden met andere mensen die dezelfde tradities koesteren als jij", legt de deskundige uit.

"En je kunt niet of lastig snappen dat er andere mensen zijn die deze tradities niet begrijpen of anders in het leven staan. Ik moet aan buitenlandse media zo vaak uitleggen waarom wij als Nederlanders die onbedwingbare behoefte voelen om op natuurijs te schaatsen, terwijl kunstijs natuurlijk veel betrouwbaarder en handiger is."

Een veelgehoorde drogreden als bepaalde gewoonten worden verdedigd is dat tradities, zoals Zwarte Piet, altijd al zo zijn geweest. "Als tradities één cruciaal kenmerk hebben, is het dat ze veranderen", legt Strouken uit. "Ze zijn een spiegel van hoe in een bepaalde tijd wordt gedacht over bepaalde onderwerpen."

Soms leidt het aanpakken van tradities juist tot rebellie

Deze vorm van evolutie kan schuren met ideeën die bepaalde groepen over de maatschappij hebben, zeker als gewaardeerde rituelen die veel andere mensen niet meer van deze tijd vinden door de overheid worden beperkt of verboden. "Het Palingoproer is een goed voorbeeld", stelt Strouken. "Maar ook het verbieden van het ganstrekken - dat vooral in het zuiden populair was - of het katknuppelen in West-Friesland, stuitte op weerstand toen het niet meer in de tijd paste."

Soms leidt het verbieden van of ingrijpen door de politie juist tot rebellie. "Dat is bijvoorbeeld de basis van een stout feest als Luilak, waarbij auto's en huizen met wc-rollen, zeepsop of eieren worden versierd. Een ander belangrijk kenmerk van tradities is ook dat nooit iedereen het ermee eens is."

Henk te Velde, hoogleraar Vaderlandse Geschiedenis van de Rijksuniversiteit Leiden, stelt dat een vergelijking tussen de bezetting van de A7 en het Palingoproer onterecht is. "De bezetting van de A7 bleef vooral beperkt tot verbaal geweld", stelt hij. "En je moet incidenten ook altijd in hun tijd zien. Het zou nu ondenkbaar zijn dat er bij een opstand zo hardhandig zou worden ingegrepen zoals toen in de Jordaan gebeurde."

Boze burgers waren er in 1700 ook al

Hij beaamt echter wel dat beide incidenten passen in de eeuwenoude traditie van het beschermen van de gemeenschap tegen 'de buitenstaander' die de tradities niet goed zou begrijpen of op waarde zou kunnen inschatten. "We geven nu een hoorcollege over boze burgers vanaf 1600", vertelt hij.

"Er is een patroon te ontwaren van Nederlandse burgers die menen dat de overheid haar werk niet goed doet en dat het daarom toegestaan is om in te grijpen. In deze trend passen bijvoorbeeld ook de protesten tegen asielzoekerscentra de afgelopen jaren. Demonstranten vinden dat zij de plicht hebben in verzet te komen tegen de autoriteiten die voor hun gevoel de verkeerde prioriteiten stellen."

Het is te gemakkelijk om te zeggen dat in de discussie over Zwarte Piet elke vorm van ratio ontbreekt. "Achter de daden van de voorstanders van Zwarte Piet zit echt wel een gedachte. Namelijk een ruw beeld van hoe een gemeenschap het beste zou kunnen functioneren. Het is een primaire vorm van logica en er komen heel veel andere denkbeelden en invloeden bij kijken. Maar het is te gemakkelijk om te zeggen dat deze mensen, die voor de rechter hun eigen gelijk zo hard blijven volhouden, van het padje af zijn."

Er spelen bij volkswoede altijd meer factoren mee

Ook bijzonder hoogleraar Antropologie van Ritueel en Populaire Cultuur Irene Stengs (Vrije Universiteit Amsterdam) waarschuwt dat elke vorm van maatschappelijke ongehoorzaamheid in zijn eigen tijd moet worden gezien. "Als ergens volkswoede tot uiting komt, spelen er altijd andere factoren mee", legt ze met klem uit. "Eind negentiende eeuw speelden er heel veel maatschappelijke spanningen mee als gevolg van toenemende sociaal-economische verschillen in het Amsterdam van de negentiende eeuw."

Maatschappelijke spanningen spelen in het geval van de A7-bezetting ook zeker een rol, beaamt ze. "Maar een cruciaal verschil is wel dat justitie de bezetters niet aanpakt omdat ze vóór Zwarte Piet zijn. Ze moeten zich verantwoorden voor het creëren van een gevaarlijke situatie en het frustreren van de vrijheid van meningsuiting van anderen. Zij halen in hun verdediging voor de rechtbank en voor de media zelf de hele discussie over Zwarte Piet erbij om hun morele gelijk te halen."

'Bij De Rijdende Rechter komen er ook drogredenen op tafel'

De procesbeelden deden de hoogleraar denken aan het programma De Rijdende Rechter. "Ook daar dwalen de betogen van de aangeklaagden vaak heel snel af van de eigenlijke zaak", legt ze uit. "Mensen vinden dat omdat de buurman in hun ogen ooit iets fout heeft gedaan, zij het recht hebben om de wet te overtreden om hun gelijk te halen."

Het blijft heel lastig om in te schatten hoe groot de groep is die de A7-demonstranten nou eigenlijk vertegenwoordigt. Met name door de verspreiding van het nieuws via sociale media krijgt een relatief kleine groep relschoppers, zoals op de A7, maximale aandacht. "In dat opzicht is de blokkade van de snelweg en het hele protest te vergelijken met die barbecueacties van Pegida bij diverse moskeeën", legt Stengs uit. "Dergelijke acties genereren heel veel emoties, en je verzekert jezelf met zo'n stunt van heel veel maatschappelijke aandacht voor jouw zaak en wereldbeeld."

Mensen klampen zich in tijden van crisis vast aan tradities

Dit rigide vasthouden aan tradities past ook in de huidige tijdsgeest, stelt hoogleraar geschiedenis Te Velde. "In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw was dit soort nostalgische ontevredenheid slecht denkbaar", legt hij uit. "Iedereen richtte zich op de zonnige toekomst vol kansen en vernieuwing. Nu de wereld onder druk staat, richten veel mensen zich juist op het verleden en het behouden van wat ze hebben."

Dit maakt het ook moeilijker voor tradities om op natuurlijke wijze te evolueren. "De meeste veranderingen gaan zonder dat iemand het merkt. Maar als er een polemiek ontstaat, dan voelen veel mensen zich gedwongen stelling te nemen en hun hakken in het zand te zetten."