"Teleurstellend", zo omschreef premier Mark Rutte het besluit van Unilever om het hoofdkantoor toch niet naar Rotterdam te verhuizen. Tegelijkertijd biedt het de coalitie de enige en laatste ontsnappingsroute om alsnog van de omstreden afschaffing van de dividendbelasting af te komen en stabiel koers te houden richting de senaatsverkiezingen.

Het kabinet en de coalitiepartijen gaan de afschaffing van de dividendbelasting dan toch 'opnieuw wegen', maakte Rutte vrijdag bekend. Eerder op de dag kwam de Brits-Nederlandse multinational Unilever met het verrassende bericht dat de voorgenomen verhuizing toch niet doorgaat.

Volgens Unilever-topman Paul Polman is de aanhoudende politieke discussie voor een deel van de aandeelhouders de reden geweest om af te zien van de verhuisplannen. De oppositie ziet dat Rutte zijn "aller-, aller-, allerlaatste argument voor het afschaffen van de dividendbelasting" heeft verloren.

Maandenlang moesten het kabinet en de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en CU tandenknarsend toezien hoe het verzet tegen de afschaffing van de dividendbelasting toenam. Het plan, dat in geen enkel verkiezingsprogramma stond maar door de VVD toch in het regeerakkoord is beland, werd slechts plichtmatig verdedigd door de coalitie: de afschaffing van de belasting is nodig om er juist voor te zorgen dat grote bedrijven als Unilever in Nederland blijven.

Alleen het CDA schaarde zich met volle overtuiging achter het schrappen van de taks dat deel uitmaakt van het kabinetsplan om "het vestigingsklimaat te verbeteren".

'Tot in mijn diepste vezels'

Van meet af aan is de maatregel omstreden. De oppositie is in het afgelopen jaar tevergeefs op zoek gegaan naar de onderbouwing voor deze stelling. Er was geen rapport dat kon aantonen dat afschaffing zou zorgen voor meer werkgelegenheid of een positief effect op de Nederlandse economie.

Toch bleef Rutte de maatregel verdedigen. Hij geloofde tot in zijn "diepste vezels" dat de afschaffing noodzakelijk was. Het behoud van de belasting zou volgens de minister-president "een onverantwoord risico" voor de Nederlandse economie opleveren.

Voor de voltallige oppositie zijn dit geen steekhoudende argumenten. Zij vinden dat het kabinet de 2 miljard euro die het met de afschaffing jaarlijks misloopt beter kan investeren in onder anderen leraren, agenten of het bevriezen van de AOW-leeftijd.

Ook voor coalitiepartijen D66 en CU is het steeds moeilijker om de maatregel te verdedigen. De christenen noemden het voorstel al een "meloen" die zij tijdens de formatie hebben moeten doorslikken.

Ook D66 heeft er geen geheim van gemaakt geen voorstander te zijn, hoewel beide partijen zich aan het regeerakkoord beloven te houden. Het besluit van Unilever noemt terugtredend D66-voorman Alexander Pechtold dan ook "een overval". "Dit noodzaakt ons om naar het totaal aan maatregelen dat we van plan waren te kijken."

Tijdens het D66-congres zaterdag voerden de leden van de partij de druk op in de discussie over de afschaffing van de dividendbelasting. De D66-fractie in de Tweede Kamer mag wat de leden betreft niet met afschaffing instemmen voordat de afspraken uit het klimaatakkoord zijn omgezet in ''ambitieuze'' kabinetsplannen waarmee de klimaatdoelen van Parijs worden behaald.

'Geitenpaadje' naar senaatsverkiezingen

En met de aankomende senaatsverkiezingen in maart volgend jaar in zicht is de dividendbelasting een steeds moeilijker verdedigbaar thema geworden, weet ook premier Rutte. Zo begon hij zijn eigen voorstel van de zomer nog "een bizar voorstel" te noemen.

Trends in de peilingen laten zien dat de vier coalitiepartijen en het kabinet steeds meer aan populariteit inboeten en Rutte zelf sloot onlangs niet uit dat dat te maken heeft met het dividendplan. De coalitie moet er dan ook ernstig rekening mee houden dat zij haar meerderheid in de Eerste Kamer zal verliezen.

Tegelijkertijd heeft de premier de afgelopen maanden zijn volle politieke gewicht in de strijd gegooid om het voorstel te verdedigen. Met bijna al zijn politiek kapitaal schaarde hij zich achter de maatregel tot er bijna geen uitweg meer mogelijk leek.

Maar nu Unilever afhaakt, biedt het hem een kans om zijn derde kabinet in rustiger vaarwater richting de senaatsverkiezingen te sturen. GroenLinks-leider Jesse Klaver doopte de aankomende verkiezing zelf om tot een referendum over de dividendbelasting. 

Het afhaken van Unilever zal voor Rutte een politieke mokerslag zijn, maar het biedt hem tegelijkertijd een ontsnappingsroute: een 'geitenpaadje', zou hij het zelf kunnen noemen.

Hoewel nog niet besloten is dat de afschaffing van de dividendbelasting ook echt zal sneuvelen, biedt het hem een mogelijkheid het meest omstreden plan uit het regeerakkoord achter zich te laten en de oppositie campagnemunitie te ontnemen.

Zelf zegt Rutte de afschaffing nog steeds verdedigbaar te vinden. "Maar," zo zei hij ook, "we hebben te maken met een nieuwe relevante ontwikkeling. Die hebben we mee te wegen."